KLM baalt van extra beperking nachtvluchten door kabinet

Luchtvaartmaatschappij KLM is niet te spreken over een extra beperking voor nachtvluchten die in de definitieve luchtvaartnota van het kabinet is opgenomen. Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) wil dat er aanzienlijk minder vluchten in de nacht plaatsvinden, en die mogen niet worden verschoven naar de vroege ochtend of late avond. KLM vreest door die laatste eis voor het eigen verdienmodel.

In de nota, die vrijdag werd gepubliceerd, ontvouwt de regering haar plannen voor de sector in de komende drie decennia. Uitgangspunt is dat de luchtvaart niet meer vanzelfsprekend de ruimte krijgt voor verdere groei, maar die moet verdienen door de milieuvervuiling en hinder te verminderen. Daar hoort ook een vermindering van de nachtvluchten bij.

Met dat doel voor ogen eiste het kabinet deze zomer van KLM, als voorwaarde voor de 3,4 miljard euro aan noodsteun, dat het aantal nachtelijke vluchten van en naar Schiphol flink daalt. Uiteindelijk moeten het er 25.000 per jaar worden, tegenover het nu nog toegestane maximum van 32.000.

Het door de coronacrisis noodlijdende KLM zegde toe, maar wilde nachtvluchten dan wel kunnen verplaatsen naar de dag. De uren tussen 23.00 uur en 07.00 uur gelden als nacht. Uit de definitieve versie van de luchtvaartnota blijkt nu dat de verschoven nachtvluchten ook niet een uur voor of na die nachtperiode mogen plaatsvinden.

KLM wil juist ’s morgens vroeg of ’s avonds laat volop blijven vliegen. In een reactie op de luchtvaartnota stelt het bedrijf dat de aanvankelijke beperkingen al voor „forse bedrijfseconomische schade” zouden zorgen. De eis om ook niet in de vroege of late uren extra te gaan vliegen tast volgens de vliegmaatschappij zelfs de „kern van de businessmodellen” aan.

Het bereiken van het maximale aantal vliegbewegingen lijkt voor KLM vooralsnog toekomstmuziek. Door de opleving van het coronavirus voert de luchtvaartmaatschappij in Europa nog maar 40 procent van de oorspronkelijk geplande vluchten uit. Intercontinentaal is dat 50 tot 60 procent.