Hemmo Bergers over ontslagen bij scheepswerf IHC

Hemmo Berger. beeld Cees van der Wal Cees van der Wal

Het is een zware week voor het personeel van scheepsbouw­concern Royal IHC. Dinsdag kregen 43 medewerkers ontslag aangezegd. Nog eens 125 staan tot september in de wacht. Onder die laatsten is Hemmo Berger (49) uit Hendrik-Ido-Ambacht. „Ik ben met IHC vergroeid.”

TOEN

Al dertig jaar werk ik in de scheepsbouw. Na de lts begon ik als ijzerwerker bij De Groot en Van Vliet, later de IJsselwerf, in Capelle. Dat was in 1986. In de avonduren haalde ik mijn mts-diploma werktuigbouw. Ik groeide door naar werkvoorbereider en kwam later op de tekenkamer terecht. In 1997 werd ik uitgeleend aan IHC, kort daarop kwam ik daar in dienst. Het werk op de tekenkamer is prachtig. Tegenwoordig doen we alles op het scherm, in 3D. Tijdens de bouw kun je virtueel door het schip lopen, je ziet het groeien. Er is misschien wel vijftig man tegelijk aan het schip aan het tekenen en rekenen. Samenwerking is dus heel belangrijk. Je bent op elkaar ingespeeld.

Vorig jaar juni maakte IHC plannen bekend voor een forse reorganisatie, omdat er te weinig opdrachten binnenkwamen. Twee van de vier werven moesten dicht en een deel van het werk zou naar het buitenland worden verplaatst. Het hing in de lucht. Nederland is voor de constructie van schepen te duur. IHC laat op dit moment bijvoorbeeld een casco bouwen in Kroatië. Ik heb ergens gelezen dat de loonkosten daar gemiddeld 9,60 euro per uur zijn. Hier in Nederland is dat 34,10 euro. Onlangs liep IHC nog een order voor twee baggerschepen voor Van Oord mis. Die worden nu in Spanje gebouwd. Dat doet zeer.

We kregen in juni te horen dat iedere afdeling de pijn zou voelen. In de maanden daarna maakten de vakbonden zich sterk voor een sociaal plan. Het was voor ons allemaal een tijd van onzekerheid. Op een gegeven moment bleek dat detailengineering naar het buitenland gaat. In dat vakje zit ik, maar dat weet ik nog geen twee weken. Op de tekenkamer zijn we ingedeeld in twee categorieën: basicengineering en detailengineering. De eersten doen de berekeningen, de anderen werken die uit. Basicengineering blijft in Nederland

NU

Dinsdagmorgen moesten we allemaal bij elkaar komen. Daar kwam de mededeling over de ontslagen en de functies die op termijn komen te vervallen. De gesprekken met de betrokken medewerkers begonnen meteen. Als je geroepen werd, wist je dat het mis was. Af en toe zag je iemand met hangend hoofd naar buiten komen. Ook ik werd geroepen. Ik had er al op gerekend, omdat ze mij onder detail­engineering hadden geplaatst. Ik heb daar zelf geen invloed op gehad. Ik voel me net als een marmot in zo’n doolhofbak, de route die ik tussen de schotjes moet lopen is door anderen uitgezet. Ik kan al het werk op de tekenkamer uitvoeren, dus ik had ook in het andere vakje kunnen zitten, vind ik. De regels van het sociaal plan zijn heel netjes. Maar toch gebeuren er vreemde dingen. Sommige collega’s hebben plotseling een functieverandering gekregen naar basicengineer. Op grond waarvan? Dat blijft vaag.

Na het gesprek mocht ik naar huis om het te verwerken. Aan tafel waren we bij het Bijbellezen toe aan Psalm 73. Dat raakte mij. De dichter gaat daar met zijn vragen naar Vader, zo werkt dat. Bij het avondeten, toen de kinderen erbij waren, hebben we die psalm nog een keer gelezen. Ik ben ervan overtuigd dat ons leven geleid wordt, daar ben ik zo vaak in bevestigd. De volgende dag werd ik gewoon weer op het werk verwacht. Om acht uur stapte op onze afdeling opeens een nieuwe collega binnen. Een ingeleende kracht, die het werk ging doen dat ik ook doe. Zó dubbel is het momenteel bij IHC. Er worden mensen ontslagen, terwijl er tegelijk flexibele krachten worden aangenomen. Wij hebben het op de tekenkamer momenteel ontzettend druk, we kunnen het werk niet aan.

STRAKS

Veel werk is er deze week niet meer uit mijn handen gekomen. Daar is het allemaal te vers voor. Ik heb vooral gepraat met collega’s. Je draagt het met elkaar, wat dat betreft is het goed om gewoon op het werk te zijn. Ook degenen die blijven doet het pijn. Voor hen is de toekomst trouwens even onzeker. Er wordt in de wandelgangen al over een volgende ontslagronde gesproken.

Over drie maanden wordt bekeken of er nog steeds werk voor mij is. Zo ja, dan mag ik weer drie maanden blijven. Zo nee, dan krijg ik ontslag. Maar ik ben niet van plan bij de pakken neer te gaan zitten. Ik wil weer vooruitkijken. Mijn eerste optie is om intern te solliciteren naar een andere functie. Ik wil IHC niet zomaar verlaten. In die achttien jaar ben ik met het bedrijf vergroeid. Ik vind het te vroeg om afscheid te nemen. Nee, er is me nog niets aangeboden. Ze vinden dat ik met mijn mbo-plus een te laag niveau heb. IHC neemt al jaren geen mbo’ers meer aan. IHC was altijd een prachtbedrijf. Het stond erom bekend dat het goed was voor zijn werknemers. Maar het wij-gevoel is de laatste jaren weggeraakt. Afdelingen met een verschillende cultuur moesten samengaan, teams zijn uit elkaar getrokken. Daardoor is de sfeer niet meer wat hij vroeger was.

Als ik toch buiten IHC aan de slag moet, denk ik aan het onderwijs. Het mbo scheepsbouw schreeuwt om mensen uit de praktijk. Een tijdje geleden kreeg ik al eens een aanbod om parttime les te geven, waarbij de school IHC daarvoor zou betalen. IHC wilde me toen de ruimte niet geven.

Ik maak me zorgen over de maakindustrie in Nederland. Als die naar het buitenland verdwijnt, verlies je kennis en ervaring. Ik las ergens dat er in de scheepsbouw bijna 12.000 mensen werken. Indirect biedt onze sector werk aan nog eens 28.000 mensen. Die toeleverende bedrijven gaan ook een klap krijgen.