Eurozone wordt verstevigd zonder extra geld

Minister van Financiën Wopke Hoekstra (r.) en de voorzitter van de eurogroep, de Portugees Mario Centeno (l.). beeld ANP, Robin van Lonkhuijsen

De eurozone moet worden versterkt, om de gemeenschappelijke munt crisisbestendiger te maken. Maar de verbouwing pakt veel minder rigoreus uit dan met name Frankrijk aanvankelijk voor ogen stond; mede door toedoen van Nederland, dat vreest voor een gestage geldstroom naar Zuid-Europa.

Een monetaire unie zonder een politieke unie –waarvoor binnen de EU de steun ontbrak en ontbreekt– dat vraagt om moeilijkheden, waarschuwden critici in de aanloop naar de euro. Zolang regeringen grote beleidsvrijheid behouden, is er het risico dat bijvoorbeeld ergens de begroting ontspoort en dat wanbeleid het hele project doet wankelen. Griekenland toonde aan dat het inderdaad goed mis kan gaan. Vandaag de dag trekt Italië in dat opzicht de aandacht. Het loopt uit de pas, met weinig economische groei, een fors overheidstekort en een enorme staatsschuld.

De europartners praten al lange tijd over maatregelen om het bouwwerk te verstevigen. Afgelopen dinsdagmorgen vroeg bereikten de ministers van Financiën, verenigd in de eurogroep, na een nachtelijke marathonvergadering, een akkoord over een reeks punten. Eind volgende week zijn de EU-regeringsleiders bijeen. Zij mogen de afspraken bezegelen.

Tegenstelling

Bij dit soort discussies tekent zich de traditionele tegenstelling af tussen noord en zuid. De zuidelijke lidstaten verlangen solidariteit, de noordelijke, met Duitsland en Nederland, hameren op soliditeit en discipline. Zij vrezen dat het anders uitdraait op een permanente transferunie, waarbij voortdurend bedragen van noord naar zuid worden gesluisd. Zij benadrukken: orde op zaken stellen, de spelregels naleven, zoals die uit het stabiliteitspact, die grenzen stellen aan tekort en schuld. Meer geld om bij te springen, dat valt na de miljardenoperaties om de Grieken te redden, niet uit te leggen aan de burger.

De Franse president Macron koesterde het ideaal van een ingrijpende hervorming van de muntunie. Hij ontvouwde zijn visie vorig jaar september in een toespraak aan de Sorbonne-universiteit en bepleitte een eigen minister van Financiën voor de euroregio, een eigen parlement en een eigen begroting van honderden miljarden euro’s per jaar. Dat zou een flinke stap zijn op de weg van politieke integratie, met verdere overdracht van bevoegdheden naar Europees niveau. Maar het blijft bij een droom, van zijn ambities is niet veel over. Zo komt er zeker geen minister en evenmin een parlement.

De Duitse bondskanselier Merkel temperde de dadendrang van Macron. Taai verzet kwam er ook van de zijde van Nederland. Minister van Financiën Wopke Hoekstra wierp zich onder zijn collega’s op als aanvoeder van een smaldeel van kleinere EU-lidstaten die zich hard opstellen tegenover regeringen die uit de bocht vliegen. Hij smeedde, na het vertrek van Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep, de zogenoemde Hanzegroep, een alliantie met Finland, Zweden, Denemarken, Ierland, Estland, Letland, Litouwen, Tsjechië en Slowakije. Daarvan behoren Zweden, Denemarken en Tsjechië niet tot de muntunie. De naam verwijst naar het middeleeuws samenwerkingsverband op handelsterrein van steden in de buurt van de Noordzee en de Oostzee.

Bescheiden

Na het jongste overleg weten we dat een afzonderlijk budget voor de eurozone in het verschiet ligt – Frankrijk claimt dat uiteraard als een succes– maar dat het slechts een sterk uitgeklede versie betreft van wat Parijs beoogde. En dit laatste is winst voor Nederland.

De details zijn nog niet uitgewerkt. In ieder geval zal de omvang bescheiden zijn. Bovendien maakt het geld deel uit van de bestaande EU-begroting. Dat betekent dus geen extra potje. Verder mag de kas waarschijnlijk alleen aangesproken worden om structurele hervormingen te bevorderen, die de concurrentiekracht vergroten, en niet om een land te helpen economische schokken op te vangen. De Portugese voorzitter van de eurogroep, Mario Centeno, erkende toen hij onlangs in Den Haag was, dat de betekenis van de eurozonebegroting voorlopig een symbolische is.

ESM

Het stutten van de monetaire unie wordt vooral gerealiseerd –in lijn met wat Nederland wil– via een grotere rol voor het Europees Stabiliteits Mechanisme (ESM), het noodfonds dat is opgericht toen de eurocrisis woedde. Het leent op de kapitaalmarkt, waarbij de overheden garant staan voor terugbetaling, en verstrekt middelen aan landen waar het verkeerd gaat. Het krijgt in de nieuwe opzet ook preventieve taken: het houdt de vinger aan de pols voordat een crisis uitbreekt, deelt waarschuwingen uit en kent in een vroege fase leningen toe, mits het betrokken land instemt met een herstelprogramma. Voorts zal het ESM bij ernstige problemen aankoersen op herstructurering van de staatsschuld, zodat obligatiehouders en niet de belastingbetalers opdraaien voor een reddingsactie. Het ESM evolueert met dit alles tot een zelfde instituut als het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

De muntunie wordt op zuinige wijze verstevigd: geen aanvullend budget, wel meer accent op zaken als preventie en schuldsanering. Nederland kan tevreden zijn met het pakket.