EU-noodmaatregel voor toegang vissers tot Brits water in de maak

Nederlandse vissers aan het werk op de Noordzee. De EU bereidt noodwetgeving voor om met de Britten afspraken te kunnen maken over de toegang tot elkaars wateren. beeld ANP, Niels Wenstedt
2

De Europese Unie bereidt wetgeving voor om bij een harde brexit de vrije toegang van Europese vissers tot Brits water althans dit jaar nog te behouden. Dat blijkt uit de agenda voor de visserijcommissie van het Europees Parlement, die op 19 februari vergadert.

De brexit nadert met rasse schreden: op 29 maart verlaat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie, met of zonder akkoord. Als er op die datum geen akkoord ligt, is er sprake van een harde brexit, ook wel no-deal-brexit genoemd.

Visserij is een gevoelig onderwerp in het brexitproces. Brexiteers eisen de hele Britse exclusieve economische zone (EEZ) in de Noordzee op voor de eigen vissers. Die zone wordt ook wel de 200 mijlszone genoemd, omdat ze tot maximaal 200 mijl (370 kilometer) uit de kust reikt. Na de brexit, om precies te zijn met ingang van 30 maart, mogen Europese vissers daar in principe niet langer hun netten uitwerpen.

In de deal die de Britse premier May met Brussel overeenkwam, zou de visserij tijdens een overgangsperiode nog enkele jaren respijt krijgen. Maar als er op 29 maart geen deal is, dreigt een drama voor de Nederlandse vissersvloot. Die vangt namelijk een kleine 60 procent van zijn vis in ‘Brits’ water, goed voor bijna 40 procent van de jaaromzet. De Belgen vissen er ruim de helft van hun omzet bij elkaar, vissers uit Duitsland, Denemarken, Frankrijk en Ierland tussen een kwart en een derde. De Britse vissersvloot op zijn beurt haalt 20 procent van zijn vis uit EU-wateren.

In dorpen als Arnemuiden, Goedereede, Texel en Urk leven veel inwoners van de kottervisserij op onder meer tong en schol in de Noordzee en in het Kanaal. In Katwijk en Scheveningen zou de visserij met diepvriestrawlers getroffen worden: die vangt veel haring en makreel in de Britse EEZ.

De visserijcommissie van het Europees Parlement buigt zich op 19 februari over een voorstel van de Europese Commissie voor noodwetgeving die de weg vrij moet maken voor een tijdelijke afspraak met de Britten. De bedoeling is dat in ieder geval in 2019 de wederzijdse toegang tot elkaars wateren voor vissers mogelijk blijft. De wetgeving wordt alleen van kracht als er op 29 maart geen brexitdeal is én op voorwaarde van wederkerigheid. Dat laatste betekent dat de EU alleen visvergunningen aan Britse vissers verstrekt, als het VK zulke vergunningen aan Europese vissers geeft.

Met de maatregel wil de Europese Commissie een chaos bij de afgifte van zulke vergunningen voorkomen. Zonder noodwetgeving moet elke lidstaat namelijk apart met de Britten onderhandelen. Dat gaat leiden tot aanzienlijke vertragingen en grote administratieve lasten, vreest de Commissie.

Of de Britten aan zo’n afspraak willen meewerken, is volgens de Nederlandse Europarlementariër Peter van Dalen (ChristenUnie-SGP) nog onduidelijk. Het zou wel logisch zijn, omdat de Britten zich in december 2018 wél geconformeerd hebben aan de Europese afspraken over het beheer van visbestanden en de verdeling van vangstquota voor 2019. En vis trekt zich niets aan van een EEZ.

De Europese Commissie stelt nog een tweede noodmaatregel voor. Die geeft individuele lidstaten toestemming om met het VK quota te ruilen. Onder het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU zijn ruilingen heel gebruikelijk. Het VK en andere lidstaten, waaronder Nederland, wisselen jaarlijks ongeveer duizend quota uit. De Britten zijn na de brexit niet meer aan het EU-visserijbeleid gebonden. Bij een no-deal-brexit lopen vissers uit zowel de EU als het VK volgens de Commissie het risico dat ze hun vangstrechten niet meer volledig kunnen benutten. De noodmaatregel moet dat voorkomen.