De echte verliezers van afbreken pensioenoverleg

Machiel Molenaar: „Zwemmen, lopen en fietsen om fit te blijven.”  beeld RD, Henk Visscher
3

Na het afbreken van het pensioenoverleg zwoegen werknemers in zware beroepen voort en hebben veel zzp’ers geen uitzicht op een fatsoenlijk pensioen. Hoe vergaat het hen? „Als ik niet enkele malen per week ga zwemmen, houd ik het echt niet vol. Er moet iets gebeuren.”

Dick van Driel (58) uit Zaamslag is iedere werkdag in de weer met bestratingswerkzaamheden. Een zwaar beroep, beseft de stratenmaker, die twintig jaar geleden besloot voor zichzelf te beginnen. Aanvankelijk als zzp’er, later als zelfstandige die ook machines verhuurt. Sinds een jaar werkt hij met een broer samen in een vennootschap onder firma.

Na zijn militaire diensttijd in het westen van het land keert Van Driel met zijn echtgenote uit Gouda terug naar Zeeuws-Vlaanderen. Hij wordt er kraanmachinist. Het werk bevalt hem goed, maar hij worstelt lange tijd met de vraag of hij niet beter voor zichzelf kan beginnen. „Ik wist dat ik dan veel meer kon verdienen, maar je geeft wel zekerheid op. Ook m’n vrouw was er in het begin niet zo’n groot voorstander van. We hebben vijf kinderen gekregen, waarvoor we moesten zorgen. Toch heb ik de stap gewaagd.”

Onbezonnen

Aanvankelijk werkt Van Driel voor aannemers, maar al spoedig legt hij zich meer toe op particulieren. „De marges zijn beter en je wordt fatsoenlijker behandeld”, zegt hij.

Hij ziet tal van jonge collega’s voor zichzelf beginnen. „Vaak gaat dat enigszins onbezonnen. Ze verhuren zich aan een paar bedrijven en verkijken zich op de inkomsten. Ze beseffen niet dat ze worden misbruikt door grotere aannemers en ze schaffen soms te snel een nieuwe bus aan. Vaak wordt vergeten dat na een jaar de Belastingdienst op de stoep staat, dat je zelf voor je vakantiegeld en voor je pensioen moet zorgen. Als je wat overkomt, staan de inkomsten op nul, tenzij je een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebt afgesloten.”

Van dat laatste heeft hij bewust afgezien. Het is ook erg duur: „De hoogte van je inkomen bepaalt de premie.” In 2018 is hij, na een operatie, zes weken aan huis gekluisterd. „Zonder inkomen. Dat weet je.”

Hetzelfde geldt voor een aanvullend pensioen. „Ik heb vanaf het begin maandelijks geld opzij gezet voor –als ik gezond mag blijven– later. Maar ook voor tijden dat ik geen inkomsten zou hebben. Zeker in de beginjaren is dat heel spannend, want je hebt nog geen buffer. Als zzp’er ben je heel kwetsbaar. Maar het houdt je aan de andere kant ook afhankelijk. Je moet leren om te vertrouwen. We bidden toch iedere dag om brood en gezondheid?”, aldus de stratenmaker, die is aangesloten bij de gereformeerde gemeente van Terneuzen.

Jarenlang werkt Van Driel zes dagen per week. „Mijn vrouw probeerde me altijd af te remmen, maar dat kon ik maar moeilijk. Ik heb nu werk en ben nu gezond, was mijn gedachte. Je hebt toch de opdracht om in je gezonde jaren je brood te verdienen en zoveel mogelijk af te lossen?”

Loopband

Anderzijds beseft hij dat het niet goed is om helemaal in het werk op te gaan. „Er moet tijd overblijven voor bidden en het onderzoeken van de Bijbel. Als zelfstandige loop je het gevaar dat je zelfs in de kerk nog in gedachten met je werk bezig bent.”

Hij begint in 2018 met een tien jaar jongere broer een vennootschap onder firma (vof). „Ik vroeg me af of ik nog tien jaar op dezelfde voet zou kunnen voortgaan”, legt hij die beslissing uit.

De vof geeft hem rust. „Nu kunnen we alles met z’n tweeën verdelen. Als dat niet was gelukt, was ik opnieuw in loondienst getreden.”

Het werk zelf is intussen zwaar. „De voorbije jaren versleepte ik weleens dingen waar je dat eigenlijk met z’n tweeën of met gebruik van een hulpmiddel zou moeten doen. Dat is niet verstandig.”

Een tijdlang gaat hij wekelijks een avond naar fitness. „Of ik ging zwemmen. Ik heb ook een loopband in de schuur staan. Op fitness sprak ik iemand die al veertig jaar metselaar was. Hij vertelde me dat hij drie keer per week zijn spieren moest losmaken om het vol te kunnen houden. Ik moet nog tien jaar, verzuchtte die man.”

Van Driel betreurt het daarom dat er geen betere afspraken tussen werkgevers, werknemers en overheid zijn gemaakt over langdurig werken in een zwaar beroep. „Veertig jaar is in veel gevallen echt meer dan genoeg.”

Gewrichtsproblemen

Ook Machiel Molenaar (59) uit Alblasserdam moet aan sport doen om zijn werk vol te blijven houden. Enkele malen onderging hij de afgelopen jaren een knieoperatie. Om zich enigszins fit te voelen en andere gewrichtsproblemen te voorkomen, gaat hij een paar keer per week zwemmen. „Ook ga ik regelmatig lopen en fietsen.”

De inwoner van Alblasserdam werkt al 42 jaar bij scheepsbouwer Royal IHC. Hij begint er als draaier, vervult verschillende andere functies en is de laatste jaren kotteraar. Met behulp van computergestuurde bewerkingsmachines freest hij onderdelen voor de baggerindustrie. „Tot op honderdsten van een millimeter nauwkeurig. Dat vraagt een hoge mate van precisie.”

Dat niet alleen. „Het is mooi werk, maar fysiek is het zwaar om je werkstuk op te spannen en vast te zetten, zeker als het gaat over grote, complexe en zware producten.”

Dat laatste leverde hem in zijn jonge jaren geen problemen op. Nu hij tegen de zestig loopt, merkt hij dat het hem niet in de koude kleren gaat zitten. De laatste jaren wordt er volgens hem meer dan vroeger gekeken naar arbo-gerelateerde zaken.

„Dat is ook de reden dat de leeftijdscategorie van 55 jaar en ouder nu te maken heeft met slijtage aan gewrichten. Je hoort het ook als je gesprekken voert met anderen in soortgelijke beroepen. Zelfs bedrijfsartsen waarschuwden vorig jaar al dat veel mensen met een praktische opleiding en fysiek zwaar werk en of onregelmatige tijden moeite hebben om door te werken tot hun pensioenleeftijd. Er is een grote kans dat deze mensen in de Ziektewet belanden. Daarna leven ze tot de AOW-gerechtigde leeftijd van de bijstand. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn van ons sociale stelsel?”

Ploegendiensten

Zelf verwacht Molenaar evenmin zonder kleerscheuren de datum van zijn AOW –67 jaar en 8 maanden– te halen. „We geloven dat ons leven is bepaald. Iedereen heeft zijn of haar beroep of ambt naar eer en geweten te vervullen, maar dat neemt niet weg dat mensen in zware beroepen met 62 of 63 jaar echt wel uitgewerkt zijn.”

Ook ploegendiensten spelen een rol, benadrukt hij. „Bij IHC wordt het werk in twee ploegen verricht. Het verstoort je bioritme en heeft ook gevolgen voor je maatschappelijke en sociale leven.”

Toen hij in 1976 begon, had hij niet verwacht zoveel jaren te moeten werken. Hij heeft verschillende reorganisaties en tal van ups en downs meegemaakt. „Ik was zeventien toen ik begon op de leerschool van het bedrijf. In die tijd was de leeftijd waarop je stopte met werken 57 of 58 jaar.”

Hij klaagt niet over zijn werkgever. „We hebben al zeker vijftien jaar een eigen fitnesscentrum. Ook worden er zwemabonnementen verstrekt.”

Het spijt de Alblasserdammer niet dat het pensioenoverleg is afgebroken. „Het werd niks. Er zijn geen afspraken gemaakt over zware beroepen en er waren veel te veel open einden. Bovendien loopt Nederland als braafste jongetje van de klas voorop in Europa.” De discussie over zware beroepen is een lastige, vindt hij. „Een oplossing is het instellen van een maximumaantal dienstjaren. Bijvoorbeeld 45 jaar voor iedereen. Een andere oplossing is maatwerk per beroepsgroep.”

De IHC-medewerker hoopt alsnog op een beter akkoord. „Deskundigen spreken elkaar tegen als het gaat over het berekenen van de levensverwachting”, zegt hij. „Het lijkt erop dat die eerder omlaag dan omhoog gaat. Anderen geven in berekeningen aan dat de AOW-leeftijd juist flink zou kunnen stijgen. De berekeningen die het CBS hanteert, kloppen perfect, alleen de uitgangspunten die in de modellen gestopt worden zijn discutabel. Bijsturen is zeer wenselijk, anders vallen veel oudere werknemers met veel dienstjaren tussen wal en schip.”

„Allemaal iets van onze welvaart inleveren”

Eind november klapte het overleg tussen de sociale partners over een pensioenakkoord. In de praktijk betekent dit dat iedereen met lege handen achterblijft. Het besef dat de huidige situatie niet kan voortduren, is er wel. Hoe nu verder? De vakbonden hebben voor 18 maart zelfs een landelijke actiedag aangekondigd.

Er zijn verschillende dringende redenen om de pensioenafspraken –en in het kielzog daarvan ook de afspraken over de AOW-leeftijd– tegen het licht te houden.

Jan Schreuders, coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij de reformatorische vakorganisatie RMU, somt ze nog eens op. „Door de vergrijzing staat het hele pensioenstelsel onder druk. Steeds minder jongeren moeten geld inleggen voor een groeiende groep ouderen. Dat ondermijnt het vertrouwen. De inkomsten van de fondsen blijven sterk achter door de lage marktrente. Pensioenfondsen kunnen op termijn niet meer aan hun verplichtingen voldoen. In 2021 dienen ze weer de vooruitzichten voor een periode van vijf jaar op een rij te zetten. Dan leidt de huidige situatie onherroepelijk tot kortingen. De rekenrente op papier aanpassen, is risicovol en kun je geen veilig boekhouden noemen.”

Verder speelt een rol dat een groeiende groep werkenden buiten de bestaande regelingen valt. De toename van zzp’ers was de voorbije jaren zelfs zo groot dat het aantal deelnemers aan de pensioenfondsen is gedaald. „Ook dat holt het stelsel uit. Bovendien roept het de vraag op hoe het moet met de pensioenen voor deze groep. En dan zijn er nog de vragen hoe het moet met de zware beroepen, nu de AOW-leeftijd flink is verhoogd en gekoppeld is aan de levensverwachting.”

De inzet van vooral de FNV voor een lagere AOW-leeftijd, een regeling voor zware beroepen en bindende afspraken voor zzp’ers omschrijft Schreuders als „sympathiek, maar niet in alle gevallen betaalbaar. Ik ben er ook voor, maar hebben het steeds over enorme bedragen die ergens vandaan moeten komen.”

De RMU wil de verhoging van de AOW-leeftijd niet rechtstreeks koppelen aan de toename van de levensverwachting. „Als de toename van de levensverwachting een jaar daalt, zou je de AOW-leeftijd bijvoorbeeld een half jaar kunnen laten toenemen en het andere halfjaar ten goede laten komen aan de pensioenjaren”, zegt Schreuders.

Vele jaren achtereen de AOW-leeftijd blijven ophogen kan niet, beseft hij. „Nu al zie je dat mensen in zware beroepen de eindstreep niet gezond halen.” Maar een echte definitie voor zwaar beroep ontbreekt. „Als je daaraan begint, heb je steeds nieuwe grensgevallen. Zoiets blijft subjectief.”

Een maximale periode van 45 jaar werken dan? „Dat zou mooi zijn, maar het is vermoedelijk niet betaalbaar.”

Was men dicht bij een akkoord? „Dat is de vraag. Zo wordt het wel gepresenteerd, maar precies weten doen we dat niet. Vast staat dat de betaalbaarheid van het stelsel zwaar onder druk stond.”

Of er achter de schermen nog verder wordt gesproken, weet Schreuders niet. „Maar ik acht die kans heel reëel. Er zal wat moeten gebeuren en daar heb je alle partijen voor nodig. Anders houd je de polder niet droog.”

Hij durft geen voorspelling te doen als het gaat om de vraag of dit kabinet nog met een oplossing zal komen. „Voor anderen is het niet minder moeilijk. Ten diepste gaat het erom dat we allemaal toch iets van onze welvaart inleveren.”