Zijn we met onze schaamtes Aziaat aan het spelen?

beeld RD, Anton Dommerholt

Schaamte is hét woord van deze tijd. Het speelt nog niet zo’n rol als in Azië, maar wees alert voor de schaduwkant van een schaamtecultuur. Het kan zich zomaar ontpoppen tot rupsje-nooit-genoeg.

Het Westen kent een schuld-, het Oosten een schaamtecultuur. In ieder handboek over beschavingen kun je die stelling terugvinden. Welnu, deze opvatting moet worden herzien, want nog nooit werd in Nederland zoveel over schaamte gesproken als nu: vliegschaamte, vleesschaamte.

Wat is er aan de hand?

Cultureel antropoloog Geert Hofstede stelt in zijn boek ”Allemaal andersdenkenden” dat schaamte thuishoort in een collectivistische samenleving, zoals de Aziatische. Daar staat de familie model voor alle andere sociale systemen, inclusief die van de staat. „Individualistische samenlevingen zijn geen schaamte-, maar schuldculturen”, stelt Hofstede. „Die laten zich leiden door een persoonlijk geweten, dat functioneert als een innerlijke gids.” Schaamte is sociaal van aard, schuld is iets individueels. „Men voelt zich alleen beschaamd zodra anderen weet hebben van jouw overtreding.”

Zijn we in Nederland Aziaat aan het spelen? Worden we één grote familie in plaats van een samenraapsel van hoogst autonome en eigenwijze persoonlijkheden? Ik denk het niet. Wat er wel gebeurt, is het ontstaan van een wij-gevoel rond een thema dat breed in de media (en op sociale media) wordt gedeeld: zorg om het klimaat. Dat vraagt om een gezamenlijke aanpak en ziedaar de voedingsbodem voor een schaamtecultuur rond milieuvriendelijk denken en doen.

Of dat cultuurtje echt is doorgedrongen tot in alle nerven van ons geweten? Dat is nog maar de vraag. Het zou ook zomaar een podiumproduct van de (sociale) media kunnen blijven, zonder dat het tot algemeen burgerlijk fatsoen wordt. In dat geval blijft de reikwijdte ervan beperkt tot geïnteresseerd publiek; het schaamtegevoel niet meer dan een modegril.

Schaamtecultuurtjes zoals die rond het milieu gedragen zich vaak als farizeïstische rupsjes-nooit-genoeg: elkaar de maat nemen is de norm. Dus volgt op bepaald gedrag altijd een sneer: „Ze eet geen vlees, maar rijdt wel in een benzineauto.” Schaamteculturen hebben mede daarom iets boosaardigs: ze kunnen zelfs zomaar leiden tot volksgerichten.

Een sterk groepsgevoel is een bron van schaamtecultuurtjes en de gereformeerde gezindte moet zich dat aantrekken. Omdat (sociale) schaamte zich daar zomaar kan vermengen met (religieus) schuldbesef, met een dubieuze mix van gevoelens tot gevolg.

Wie daar geen last van hebben, zijn aanhangers van wat ik maar even een ”spinragvisie” noem. Die is doorgaans flinterdun, want nauwelijks geworteld in eigen doordenking. Des te meer is ze aan alle kanten vastgehecht aan de sociale omgeving. Het lawaai waarmee aanhangers hun standpunt ventileren, is omgekeerd evenredig aan de fundering ervan en dat zegt iets: wat hen drijft is vrees voor de groep. Intussen heeft hun web nóg een functie: het laat zich raden wie ze daarin willen vangen.

En dan nog dit: ik zou aan het lijstje er één willen toevoegen. Pastorieschaamte. Graag daarvan wat meer bij volgelingen van Jezus. Want pastores laten wonen als kasteelheren leidt naarbuiten toe tot misverstanden. Maar ik ga stoppen, want ik hoor ergens een raam opengaan: „Jansen, ga je schamen!”