Zicht vanaf Jersey: vasteland in brand

75 jaar D-day
Ontsnapt. „De andere jongens zitten hoogstwaarschijnlijk nog op Jersey...” Bericht uit mei 1945. beeld fam. Van der Hout
4

Augustus 2014, vakantie in Normandië. Boven Saint-Malo zien we eilanden voor de kust liggen. Daar zag men de invasie ‘van de achterkant’. Mijn vader, visser Leen Roeleveld uit Scheveningen, was destijds op een van die eilanden, Jersey.

Thuis liggen er meer dan honderd brieven die hij van Kerst 1942 tot mei 1945 aan mijn moeder stuurde. Gecensureerde brieven, dat is te zien aan de brede, doorzichtige, blauwe strepen. Wekelijks stuurde vader minstens drie brieven aan zijn lieve vrouw. Brieven waarin hij vertelde dat hij haar miste. Dat de oorlog al zo lang duurde. Houd moed, schreef hij.

In november 1959 is vader op de Ierse Zee tijdens het binnenhalen van visnetten overboord geslagen. Sindsdien staat hij als vermist opgegeven. Zijn brieven lagen daarna achter in de kast. Weggestopt. Moeder kon het emotioneel niet aan ze te lezen.

Op een middag mocht ik het verhaal van de ontsnapping van Jersey lezen. Het maakte diepe indruk. Mijn vader was voor mij een held.

Gevaarlijk water

Er vaart vanaf Barneville-Carteret een passagiersveerboot naar Saint Helier op Jersey. Wij boeken een dagretour voor 6 augustus. Ook mijn vader maakte die oversteek.

In deze regio is het verschil tussen eb en vloed enorm. Onderweg worden we verrast door dolfijnen. Prachtig hoe snel de tuimelaars zwemmen en uit het water opspringen.

De catamaran doet er een uur over. In de buurt van het eiland is er meer deining. Sommige passagiers worden misselijk. Rotsmassieven steken uit het water. Bij eb zullen dat er meer zijn. Het is gevaarlijk water voor een leek. Je kunt niet zo gemakkelijk ontsnappen van Jersey.

Vier Nederlanders ontsnapt... Ook Roeleveld. beeld fam. Van der Hout

Nederlander

We zijn op Jersey. Hopen sporen van mijn vader te vinden. Na het lezen van al de brieven proberen we te bedenken hoe vader hier zeventig jaar geleden rondliep. Hoe hij schoenen versleet om naar de familie Van der Vliet te lopen. De vader van dat gezin kwam uit Nederland. Hij was getrouwd met een vrouw uit Guernsey. Wat was hij enthousiast geweest toen hij in de haven de Nederlandse jongens ontmoette. Hij nodigde hen uit bij hem thuis. Ruim een uur lopen moesten ze. Van der Vliet kon nu weer eens zijn moedertaal spreken.

De Nederlanders hadden zich bij de firma Van den Oever in Maassluis voor werk in Frankrijk gemeld. Zo wisten ze de Arbeitseinsatz in Duitsland te ontlopen. Het gaf hun ook inkomsten: als vissers waren ze werkloos doordat ze de Noordzee niet meer op mochten. Elk halfjaar kregen ze twee weken verlof. Tijdens het eerste verlof zijn mijn ouders getrouwd. Daardoor kreeg vader een hoger loon.

Het schip waarop hij op werkte, lag kapot in de haven van Saint Helier. Overdag moesten de mannen op het schip blijven. Ze hielden het schoon en kookten hun potje. Ze hadden een wekelijks rantsoen.

Pinksteren

„Maandag 2e Pinksterdag 29 Mei 1944. Lieve Vrouw, Ik laat je weten dat ik nog steeds gezond ben en hoop van jij hetzelfde...” Zo begint een brief van acht kantjes van Leen aan zijn vrouw Neeltje.

Het is gloeiend heet die dag. Hij had al eerder willen schrijven, maar is op eerste pinksterdag naar de familie Van der Vliet geweest. De post is onregelmatig de laatste tijd. Veel brieven worden vermist. Leen denkt dat het door de bombardementen komt.

Neeltje had geschreven dat er een nacht flink geschoten was in de regio Scheveningen. Ze dacht dat de invasie begonnen was. Als ze maar goed op haarzelf let. Zelf heeft hij het goed op het eiland. In Nederland is het veel gevaarlijker. En in Saint-Malo zit je ook niet veilig. Verschillende bombardementen zijn er geweest.

Uitkijken naar verlof

Over een week of vijf hoopt hij naar huis te kunnen. De verloven zijn nog steeds ingetrokken, maar je hoort toch dat de oorlog bijna afgelopen is. Hij verlangt zo. Het valt niet mee zo lang van huis te zijn. Zijn vrienden Klaas en Ab zijn al een poosje naar huis. Ze komen waarschijnlijk niet terug, zijn met extra ziekteverlof.

Straks gaat hij maar weer naar Van der Vliet. In de stad Saint Helier vindt hij het maar niks. Daar hoort hij niet. Er zijn gasten bij die in Nederland een vrouw hebben en hier op Jersey een vriendin. Dat kan toch niet.

Leendert Roeleveld en Neeltje de Niet waren op 7 juni 1943 getrouwd. Een jaar later maakte Roeleveld de invasie mee, maar zelf bleef hij gevangene van de Duitsers. beeld fam. Van der Hout

Deze week heeft hij nog makrelen voor de familie Van der Vliet meegenomen. Wat waren ze er blij mee. Gisteren heeft hij er heerlijk gegeten. Cake en rabarbertaart. Ze kunnen hier goed bakken. Prachtige oven staat er in de keuken. Ze zijn zo gastvrij. Ze zorgen dat de tijd wat minder langzaam lijkt te gaan. Anders zitten de arbeiders maar op de boot.

Hij heeft nog maar weinig geld om uit te geven. Het Nederlandse geld kan hij niet wisselen. De laatste tijd heeft hij aardig wat kunnen kopen. Overhemd, schoenen, tafellakens, schorten en pas nog een wollen jumper, een wekker. Zo goedkoop is het hier ook weer niet. Hij kan in ieder geval iets mee naar huis nemen.

Van zijn zwager Baar, de broer van Neeltje die in Saint-Malo werkt, heeft hij niets meer vernomen. En naar Saint-Malo gaan is armoe. Het is niet pluis op zee. Er zijn veel schepen in de buurt.

Niet naar huis

1 juni 1944. Het is een frisse dag voor de tijd van het jaar. Vannacht is er veel gevlogen: bombardementen op Frankrijk. Het is de laatste tijd best heftig. België en Holland komen ook aan de beurt, heeft hij horen zeggen. O, wat maakt Leen zich zorgen om zijn lieve Neeltje en familie. Het is daar ook niet veilig.

Nog steeds geldt: geen verlof. De spoorwegen zijn vernield; hij kan niet naar huis. Een lichte paniek overvalt hem. Het wachten duurt lang. Veel te lang.

Morgen maar weer vissen. Hij kan mee met een boot. Vanavond bij Van der Vliet peulen plukken. Zo draait de tijd door en zal hij zich niet vervelen. Als zijn vrouw hier ook zou zijn, dan kon de ”verlofsperring” hem niets schelen. Wat missen ze elkaar. Bidden zal hij of God zijn vrouw wil sterken en door deze tijd heen wil helpen. Het is alles in Zijn hand. Nee, hij wil de moed niet laten zakken. Moed verloren, al verloren.

Invasie

Op 27 juni 1944 schrijft Neeltje een brief, waarna Leen op 21 juli terugschrijft. Het eerste levensteken na de invasie. Daar kan hij weinig over schrijven, vanwege de censuur. Vanuit de haven van Saint Helier heeft Leen de bombardementen op het vasteland gezien en gehoord. Post versturen kan niet meer. Hij denkt dat Neeltje erg ongerust is. De oorlog is zo dichtbij. Vanaf het eiland kun je het aan de wal zien branden en roken. „Het gevecht is niet ver van hier. Maar hier is het nog steeds hetzelfde, hoor, en er zijn nog geen aanvallen gemaakt, zoals de krant schrijft.”

Leen vertelt dat hij op D-day in het begin van de nacht van boord is gehaald. Ze mochten terug. Maar het was te gevaarlijk om op het schip te blijven in de haven. Ze konden terecht bij een vriendin van Bertus, een man die ook op de boot was.

Ze sliepen die nacht op een noodbed. Een aantal dagen later is Leen in de kost gegaan bij een weduwe van 72 jaar. Haar kinderen zijn in Engeland. Een groot deel van de bevolking is daar naartoe gegaan. De meeste buitenlanders zijn naar Frankrijk gestuurd.

Leen heeft zich bij de Todt, de Duitse tewerkstelling, moeten melden. Zeven mannen zijn op de schepen gebleven om de boel wat na te lopen.

Varen naar Saint-Malo is gevaarlijk. Steeds zijn er nog gevechten op zee en bij de kust. Het vasteland ligt op 12 mijl hiervandaan. Je ziet de gevechten, je hoort de dreunen.

Brief van 21 juli: eerste levensteken na de invasie. beeld fam. Van der Hout

Afgesloten

Op 11 oktober 1944 schrijft hij een kort briefje. Hij hoopt dat ze nog gezond zijn. Dat hij Neeltje spoedig zal zien.

Via het Duitse Rode Kruis stuurt hij op 5 januari 1945 een gecensureerde brief, in blokletters. Het mogen maar twee volgeschreven schriftkantjes zijn. Het eten is mondjesmaat. Er is een Rode Kruisschip met voedselpakketten voor de bevolking in Saint Helier aangemeerd. Al een halfjaar is Jersey afgesloten van het vasteland. Voorraden raken op. Na juni heeft hij geen post meer ontvangen van thuis.

Op 18 mei 1945 krijgt Neeltje een brief uit Breda. Leen is op 6 april van Jersey –dat nog altijd door de Duitsers bezet wordt– ontsnapt. Hij heeft de Amerikanen bruikbare informatie over de situatie op het eiland gegeven.

Ontdekking

6 augustus 2014. Met een open dubbeldekker rijden we naar de Jersey War Tunnels in Saint Lawrence. Het verhaal van de bezetting door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Ook aan ontsnappingsverhalen wordt aandacht besteed.

Mijn echtgenoot bladert in wat boeken. En opeens ontdekt hij dat de ontsnapping van mijn vader is geregistreerd. Datum klopt. Geen namen. Wel: vier Hollandse mannen. Ik word emotioneel van een paar geschreven regels. We melden het bij de informatiebalie. We krijgen het adres van de schrijver. Zoeken via hem naar de familie Van der Vliet.

Juni 2015 vliegen we naar Jersey en ontmoeten Bernard en Beryl, zoon en dochter van Van der Vliet. Beiden op hoge leeftijd. En ja, ze weten nog wel dat de Nederlandse mannen op bezoek kwamen. Zij waren toen 8 en 15 jaar. Vader Van der Vliet had de mannen vaak uitgenodigd. Op feestdagen. Aardige kerels, echte Hollanders. Hier kregen mijn vader en zijn kameraden een warme ontvangst in de onzekere tijden van oorlog en gemis.

Kanaaleilanden

De Kanaaleilanden liggen dichter bij Frankrijk dan bij Engeland, maar de meeste zijn bezit van de Britse kroon. Er zijn vijf grotere eilanden: Jersey, Guernsey, Sark, Herm en Alderney. Ook op een aantal kleinere eilanden wonen mensen. De overige eilandjes zijn onbewoond. Sommige behoren tot Frankrijk.

De regering in Londen gaf al in het begin van de oorlog aan dat de Kanaaleilanden onverdedigbaar waren. Daarom werden ongeveer 8000 bewoners naar Engeland geëvacueerd. Vele anderen wilden echter niet weg.

Vanaf 30 juni 1940 hielden Duitse troepen de eilanden bezet. Dat had alleen een propagandadoel: Hitler kon nu zeggen dat hij een deel van het Britse grondgebied veroverd had. Daarom werden er duizenden soldaten naartoe gestuurd. Die konden daardoor niet op plaatsen worden ingezet die strategisch van groter belang waren.

Toen in 1944 de invasie kwam, verspilden de geallieerden geen tijd aan de eilandjes, waar de Duitsers veel forten hadden gebouwd. De bevrijders koersten naar het vasteland.

De Kanaaleilanden bleven nog ruim elf maanden bezet, als een Duitse enclave in bevrijd gebied. Daardoor ontstond er hongersnood. Pas in december 1944 gaf de Britse regering het Rode Kruis toestemming voedsel en medicamenten naar de eilanden te brengen.

Bevrijdingsdag werd het pas op 9 mei 1945, een dag na de algemene Duitse capitulatie. Daarom is 9 mei een lokale feestdag.