Zahra (13): Ik werd wakker en zag een geweer op me gericht

Het gezin Hosseini in Hamburg. beeld Marie Verheij
3

Duitsland zette de grenzen open voor vluchtelingen en kampt nu met een ”Asylkrise”. Een van al die honderdduizenden asielzoekers is Zahra Hosseini, een meisje van 13. Hoe voelt het om in Duitsland asielzoeker te zijn? Het persoonlijke verhaal van Zahra.

Een stap terug in de tijd: op een zonnige donderdagmiddag in Belgrado, 30 maart 2017, zit Zahra Hosseini aan tafel in het opvangcentrum Refugee Aid Miksalište. Ze volgt er een van de activiteiten die voor vluchtelingen worden georganiseerd.

In het zaaltje laden jonge migranten die de zogenaamde Balkanroute hebben genomen hun telefoons op. Zahra stelt zich voor. Ze is Afghaans en afkomstig uit Iran. Ze oogt rustig en haast volwassen. Ze spreekt opvallend goed Engels en heeft een dagboekje, ook in het Engels, geschreven over de vlucht die ze met haar vader, moeder en twee zusjes maakte, althans, het begin ervan. Een kopie is snel gemaakt.

Oorlog

Op 2-jarige leeftijd gaat Zahra’s vader Asad, nu 39 jaar, met zijn familie naar Iran. Ze komen uit Ghazni, een stad in het zuidoosten van Afghanistan. Het land is sinds de inval van de Russen in 1979 in oorlog. Het gezin vlucht voor het geweld.

Ze zijn niet de enige vluchtelingen in Iran: duizenden Afghanen zoeken een veilig heenkomen in dat buurland. Ook Zahra’s moeder vertrekt als kind van twee, drie jaar naar Iran. In Iran hebben ze de status van vluchteling en krijgen ze geen paspoort. Ze zullen eens moeten terugkeren naar het land van herkomst. De Hosseini’s komen terecht in Saveh, in de Iraanse provincie Markazi, 100 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Teheran.

Zahra wordt geboren in Saveh en groeit er op. Ze gaat er naar school. „Aan Iran heb ik veel goede en slechte herinneringen. Ik moet eerlijk zeggen dat de meerderheid van het Iraanse volk de Afghanen niet mag. Natuurlijk zijn er slechte Afghanen, maar je mag niet zeggen dat als één iemand slecht is alle anderen ook slecht zijn. Ik houd niet van discriminatie”, noteert Zahra.

Niet alle studies in Iran zijn toegankelijk voor Afghanen: onder andere nucleaire fysica, luchtvaarttechniek, militaire wetenschappen. En Afghanen mogen niet naar 31 steden in Iran reizen. Ze mogen geen auto, motorfiets of huis bezitten of een simkaart hebben. En een Afghaanse arts mag zijn beroep als medicus niet uitoefenen, omdat hij een Afghaan is. Ze mogen eigenlijk niets.

„We hebben hier geen toekomst en daarom hebben we Iran verlaten”, aldus Zahra. Eerst wilden de Hosseini’s terug naar Afghanistan, maar een familielid waarschuwde: „Als je van je gezin houdt, kom dan alsjeblieft niet hier.”

Vlucht

Op donderdag 11 februari 2016 begint de vlucht van de familie Hosseini naar Europa. Ze nemen eerst een taxi naar de Iraanse hoofdstad Teheran. Na een uur rijden stappen ze over in een overvolle auto. De tocht gaat naar Urmia, maar onderweg gaat het mis. „Ik hoorde geschreeuw en geluiden, alsof er iets met de banden gebeurde. Ik werd wakker en zag een geweer op me gericht. Dus ik schreeuwde en huilde. Ik zat naast het raam, net achter de chauffeur. Naast ons was een politieauto en het geweer was op mij en op de chauffeur gericht. Ik boog voorover en stopte mijn vingers in de oren, hield me stil. Ik was doodsbang. Mijn vader riep en zei dat de chauffeur moest stoppen, maar hij was dapper en stopte niet. Hij wist de politieauto van zich af te schudden.”

De chauffeur dropt hen in de bergen, waar ze zich moeten schuilhouden. Het is koud en de kleding ligt nog in de auto. Na een uur komt de chauffeur weer opdagen en brengt hen naar een dorpje verderop. Het erge is dat een oom en tante door de Iraanse politie zijn ingerekend. Het gezin is doodmoe, maar moet na een paar uur door naar de Iraans-Turkse grens omdat die op dat moment veilig is. Ze gaan te voet de bergen in, rennend door de sneeuw en in de kou.

Asad heeft zijn jongste kind op zijn rug. Op een gegeven moment zijn ze met honderd mensen en gaat het berg op, berg af in het onherbergzame land. De weg is gevaarlijk en de situatie beangstigend. Bij het prikkeldraad wachten ze op de wisseling van de wacht van de Turkse grenspolitie. „We renden en passeerden de grens zo snel we konden.” Voor veel geld huurt Asad een paard voor zijn vrouw, maar het dier is mank. Zahra’s voeten doen pijn. Onderweg zien ze veel kleding die mensen voor hen van zich af hebben gegooid. Ook wijzen de begeleiders Asad op de lichamen die er liggen.

Overvolle boot

Eindelijk komen ze bij een klein dorp waar ze zich kunnen opwarmen en eten. En dan horen ze dat ze naar Dogubeyazit worden gebracht. Hier eindigt het verhaal dat Zahra opschreef. Nu, in Hamburg, vertelt Zahra dat ze vanuit Turkije met een overvolle boot naar Griekenland voeren. Na vijf maanden daar te hebben gewoond, proberen ze met een smokkelaar via Macedonië naar Servië te komen. Dat lukt de tweede keer.

Negen maanden verblijft de familie Hosseini in de Servische hoofdstad Belgrado. Ze moeten op een lijst zien te komen en op grond van het nummer en de toewijzing de grens met Hongarije over zien te steken. Dat lukt. Zahra laat op haar tablet een foto zien: een vluchtelingenkamp met een hoog hekwerk eromheen, prikkeldraad. Daar zijn ze van 18 mei tot 8 juli 2017. Dan reizen ze door naar Oostenrijk.

In november 2017 meldt Zahra dat ze in een opvangkamp in de Duitse stad Schwerin verblijft. Vorig jaar kreeg de hoofdstad van Mecklenburg-Voor-Pommeren meer dan 1,2 miljoen euro voor de integratie van vluchtelingen. Niet zo vreemd dus dat Zahra hier terechtkomt.

Afgelopen januari verhuisde het gezin naar Hamburg, waar veel Afghaanse asielzoekers verblijven. Begin juli betrokken de Hosseini’s een eigen appartement op de vierde verdieping van een voormalige school. Zahra wacht me er op straat op: dat is beter, er zijn hier zo veel asielzoekers en migranten. We lopen naar boven. Er wordt nog verbouwd: buiten ligt allerlei bouwmateriaal. De school heeft een groot trappenhuis en brede gangen. In de lokalen zijn appartementen gemaakt.

Net verhuisd

Asad Hosseini (39) en zijn vrouw Marziye (39) staan in de deuropening. Reyanna van 8 en Hanya van 5 kruipen verlegen weg. We zijn hier net, verontschuldigt Zahra zich: een kamer met een tafeltje met drie stoelen. Een groot blauw tapijt op de vloer. Twee ramen, wit gestucte muren, een bed dat als bank dient. Een tv in de hoek met een kinderprogramma. Op tafel staan fruit en nootjes, koekjes. En wat opvalt: Zahra spreekt vloeiend Duits.

Asad: „Ik vind Duitsland super. In Iran ben je altijd bang voor de politie, dat hoeft hier niet. Hier hebben ze respect voor je. Het is hier vrij. Ik moet eerst de taal leren, en dat vind ik moeilijk. Geloof me, ik wil zo graag aan het werk. In Iran werkte ik als bouwvakker. Maar ik had geen paspoort, ik kon geen ziektekosteverzekering afsluiten, niets. We waren tweederangsburgers. Ook de kinderen konden niet meer naar school. Hier wil ik werken, zelfredzaam zijn, mijn kinderen laten studeren en een goede toekomst geven. Kijk, dit appartement is zo netjes gemaakt, maar dat kan ik ook. Waarom duurt het zo lang voordat ik kan werken?”

Asad en Marziye zitten op Duitse les, ze moeten inburgeren. Het gezin leeft van een uitkering. Ze willen graag aan het werk. Marziye wil de verpleging, de zorg in. Ze hebben een verblijfsvergunning voor een jaar. En dan? „Dan volgt er opnieuw een interview.” Dezer dagen zijn er zestig Afghanen uitgezet. Terug naar het land van herkomst. Het gezin kijkt gedeprimeerd.

School

De kinderen gaan naar school. Zahra vindt het er heerlijk. Ze heeft de eenjarige basisklas doorlopen en zit in de internationale voorbereidingsklas (IVK). Ze leert er onder meer Engels en Duits. „Na de zomervakantie zit ik deels nog in de IVK, maar al voor het grootste deel in de normale klas.”

Zahra heeft net vakantie gekregen. Maar luieren is er niet bij. Ze heeft drie opdrachten: ze moet een referaat schrijven en twee Duitse boeken lezen. Vol trots vertelt ze dat ze op school een prijs heeft gehaald bij een opstelwedstrijd. Het thema was ”Ausgeschlossen” – buitengesloten. Ze droomt ervan om arts te worden. „Ik wil anderen helpen en goed voor het land zijn.”

Zeker, ze weten van de asielcrisis in Duitsland en vinden het lastig om daar iets over te zeggen. Zahra: „Ik weet het niet, soms hebben de mensen wel een beetje gelijk. Het is hun land. Ik weet niet wat ons te wachten staat. Wat zal mijn toekomst zijn? Zal de regering me naar Afghanistan sturen, waar ik nooit heb gewoond? Nu ben ik veilig in Duitsland, ik ga naar school, woon in een appartement en alles gaat goed.”

Asielprocedure

De asielprocedure in Duitsland staat beschreven op de website van het Bundesamt für Migration und Flüchtlinge. Het begint met de binnenkomst in het land. Alle asielzoekers die in Duitsland aankomen, moeten zich onmiddellijk bij een regeringskantoor melden. Dit kan gebeuren aan de grens of later landinwaarts. De asielprocedure eindigt (vele jaren) later met een permanente verblijfvergunning of een definitieve uitwijzing. De cijfers lopen nogal uiteen. Globaal kun je zeggen dat 2016 een uitschieter was met 745.545 asielaanvragen. Dit aantal liep in 2017 terug naar 222.683. Dit jaar staat de teller op 93.316 asielaanvragen. De meeste vluchtelingen in Duitsland komen uit Syrië, Irak, Nigeria en Afghanistan. Bron: DE-Statista