„Sommige Ethiopische vluchtelingen kunnen alleen nog maar huilen”

Ethiopische vluchtelingen in kwam Um Raquba in Sudan. Het kamp ligt op 80 kilometer van de grens met Ethiopië. beeld AFP, Ebrahim Hamid
2

In de opstandige Ethiopische regio Tigray woedt al wekenlang een heftige strijd, waarvan het einde nog niet in zicht lijkt. Tienduizenden burgers zijn op de vlucht geslagen naar buurland Sudan. Waarnemers vrezen etnische zuiveringen.

Mohamed Hejazi heeft in zijn loopbaan al heel wat vluchtelingen gezien. Hij werkte eerder onder meer in de roerige Sudanese provincie Darfur, waar conflicten in het afgelopen decennium tot honderdduizenden doden leidden.

„Maar wat ik nu zie, is ongekend”, zegt de coördinator van hulporganisatie ZOA voor Oost-Sudan via een haperende telefoonverbinding vanuit de stad Gedaref. Hij doelt op de vluchtelingen die dagelijks in grote aantallen de grens tussen Ethiopië en Sudan oversteken. „Ik heb vrouwen ontmoet die alleen nog maar kunnen huilen en geen woord over hun lippen krijgen. Anderen vertellen hoe voor hun ogen familieleden werden afgeslacht.”

Hejazi houdt zich in ‘gewone tijden’ bezig met ontwikkelingswerk in de regio. ZOA helpt kleine boeren bijvoorbeeld de oogsten in het droge gebied te verbeteren. Maar nu zijn er even andere prioriteiten. Sinds vorige week zijn er volgens cijfers van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR bijna 30.000 Ethiopiërs de grens met Sudan overgestoken en neergestreken in het werkgebied van Hejazi.

De lokale bevolking probeert zo goed mogelijk in hun noden te voorzien. Hejazi: „De boeren geven wat ze kunnen, maar het zal nooit genoeg zijn. Lang kan deze situatie niet duren, omdat de levensstandaard van de bevolking hier al heel laag is.”

Sudan verkeert in een economische crisis. De inflatie van de munteenheid ligt inmiddels boven de 200 procent, voedsel- en transportprijzen rijzen de pan uit. De situatie leidde in meerdere steden al tot zogenoemde broodopstanden. Daarbovenop komen nu de vluchtelingen.

Pyjama’s

De meeste Ethiopische vluchtelingen zijn halsoverkop uit hun land vertrokken en hebben alleen hun kleren nog. Hejazi: „Vooral vrouwen en kinderen zijn de regio ontvlucht. Overige familieleden, zoals ouderen en mannen, zijn vaak achtergebleven. Over hun lot bestaat onduidelijkheid.”

De verhalen van de vluchtelingen geven enigszins een beeld van wat er in Tigray gaande is. Onafhankelijk nieuws over de strijd is er niet. De Ethiopische regering heeft alle communicatielijnen afgesloten en weert media. Er zouden duizenden doden zijn gevallen, maar de cijfers vallen niet hard te maken. De aantallen vluchtelingen zijn de enige, veelzeggende, harde data.

De Ethiopische regering van premier Abiy Ahmed zegt dat ze begin november geen andere keus had dan de aanval op Tigray te openen. Leden van het Tigray Volksbevrijdingsleger (TPLF) zouden in Tigray federale soldaten hebben aangevallen, „toen ze op hun allerkwetsbaarst waren, in hun pyjama’s”, verklaarde Abiy.

Spanningen

Het incident kwam niet uit de lucht vallen. Sinds het aantreden van Abiy in 2018 voelt het Tigrayvolk zich achtergesteld en uitgerangeerd. Voordien speelde het volk juist lange tijd een dominante rol in de landelijke politiek van het 110 miljoen inwoners tellende Ethiopië. Ethiopië bestaat uit tien etnische regio’s met veel eigen bevoegdheden. Het land is feitelijk een federatie van die regio’s, maar de Tigray bezetten jarenlang alle topposities in het land, zeker ook in het leger. Abiy, een Oromo, zette de Tigray echter in korte tijd buitenspel.

Na de aanval op ‘zijn’ troepen wilde Abiy de opstandige regio met een korte interventie tot de orde roepen. Het conflict escaleerde echter snel. De angst is nu dat het de opmaat kan zijn voor etnisch en politiek geweld in het hele land, waarbij sommige waarnemers vrezen voor Joegoslavische toestanden.

Niet alleen in Tigray, maar op meer plekken in het land vinden er namelijk regelmatige gewelddadige confrontaties plaats. Zo kwam het in de zomer tot grote onlusten onder de Oromo, de grootste bevolkingsgroep van Ethiopië. Die barstten los na de moord op de populaire protestzanger Hachalu Hundessa, die liedjes zong over de vermeende achterstelling van de Oromo op economisch en sociaal gebied. De Oromo voelen zich verraden door Abiy, die benadrukt dat hij de leider van alle Ethiopiërs wil zijn en zijn eigen bevolkingsgroep daarom niet wil bevoordelen.

De onlusten in Tigray zijn inmiddels overgeslagen naar de naburige deelstaat Amhara. Tigray in die staat zouden gediscrimineerd worden. Zaterdag voerde de TPLF raketaanvallen uit op twee steden in Amhara: Bahir Dar en Gondar. Het voedt de vrees dat het conflict zich als een sneeuwbal verder over het land zal uitrollen. Ook vanuit Amhara zijn inmiddels veel mensen op de vlucht geslagen.

2020-11-17-BUI1-`bij-postuit17-1-FC_webAddis Abeba: de busjes in Ethiopië zitten gewoon weer overvol

Eritrea

Daarbij komt de vrees voor regionale ontwrichting. Vlak na de aanvallen op Amhara, vuurde de TPLF ook raketten af op de luchthaven van de Eritrese hoofdstad Asmara. De Tigray verdenken het buurland ervan met Abiy tegen hen samen te spannen Onder diens bewind sloten Ethiopië en Eritrea in 2018 na jarenlange strijd vrede. Het was voor het Nobelprijscomité één van de redenen Abiy de Vredesprijs toe te kennen.

Er is Sudan intussen veel aan gelegen niet meegezogen te worden in het conflict. Sudanese troepen bewaken de grens met Ethiopië daarom streng en zien erop toe dat enkel burgers de grensrivieren oversteken.

De Sudanese autoriteiten proberen de vluchtelingen uit het grensgebied weg te krijgen, verder het land in. Daarbij spelen veiligheidsoverwegingen een rol, maar ook de angst dat jongeren gerekruteerd worden voor de strijd in Ethiopië. „Er bevinden zich veel jonge mannen onder de vluchtelingen”, zegt Hejazi. „Ze zijn een gemakkelijk doelwit voor rebellengroepen.”

Kamp

De regering van Sudan heeft een verlaten vluchtelingenkamp heropend dat tijdens de Ethiopische hongersnood in de jaren tachtig is opgezet: Um Raquba. In het kamp zijn nog enkele basale voorzieningen aanwezig, zoals waterputten. Maar verder stelt het niet veel meer voor. Er staan slechts twee gebouwen overeind: een school zonder dak en een vervallen kliniek. Veel vluchtelingen verblijven daarom onder bomen. UNHCR probeert er in de basale behoeften te voorzien, waarbij organisaties als ZOA vanuit Gedaref bijdragen met goederen.

„We organiseren transporten met water en zeep naar verschillende vluchtelingenkampen”, zegt Hejazi. „Maar er is dringend meer hulp nodig. Er is internationale steun, maar onvoldoende. De situatie wordt met de dag ernstiger. We komen vrouwen en kinderen tegen die tijdens hun vlucht, soms drie tot vier dagen lang, niets hebben gegeten. Er dreigt hier een humanitaire ramp.”