Rol van militante moslims na vrijlating Asia Bibi niet uitgespeeld

Asia Bibi
Islamitische activisten protesteerden dinsdag in Hyderabad, een stad in de provincie Sindh in Pakistan, tegen de definitieve vrijlating van Asia Bibi. De christelijke vrouw zat ruim acht jaar gevangen op beschuldiging van godslastering. In november sprak het hooggerechtshof van Pakistan haar vrij. Een groep moslims tekende bezwaar aan tegen de vrijspraak, maar dinsdag sprak de rechter uit zijn vonnis niet te herzien. beeld AFP, Akram Shahid

Voor christenen wordt Pakistan pas echt veilig als de nationale rol van de islam verdwijnt. De invloed van China kan wellicht de macht van militante moslims inperken.

In zijn boek ”Reimagining Pakistan” noemt de politieke wetenschapper Hussain Haqqani drie momenten in de geschiedenis van Pakistan waarop zowel de burgerregering als de militairen én leden van de rechterlijke macht vastberaden waren om eisen van militante moslims te weerstaan. Sinds dinsdag kan daar een vierde moment aan worden toegevoegd vanwege de vrijspraak van Asia Bibi.

Een opvallende daad was die van premier Nawaz Sharif, toen die in 1997 besloot om de zondag weer tot wekelijkse vrije dag te maken. Dat was tegen het zere been van militante moslims. De vrijdag was sinds 1977 de vaste vrije dag, maar zakenlieden klaagden dat ze daardoor drie dagen per week tot nietsdoen waren veroordeeld – hun zakenrelaties in het buitenland hadden de zaterdag en zondag als vrije dagen.

Een andere trotsering van moslimwoede was er in 2016, toen het hooggerechtshof het vonnis van een lagere rechter bevestigde: doodstraf voor Mumtaz Qadri. Hij was bodyguard van bestuurder Salmaan Taseer en vermoordde hem in die functie. Taseer had zich uitgesproken tegen de wet op godslastering en militante moslims betichtten hem daarom van blasfemie. Ze eisten dat Qadri niet zou worden terechtgesteld – hij had in hun ogen juist een goede daad verricht. De Pakistaanse elite schaarde zich wel achter het doodvonnis. Ook zij maakte immers gebruik van bodyguards.

Het typeert het opportunisme van die elite, ook in hun opstelling jegens de militante islam. Zo was het Nawaz Sharif, de premier van de zondagsrust, die begin jaren negentig de doodstraf invoerde voor overtreders van de blasfemiewet. Militante moslims maken van dat opportunisme dankbaar gebruik. Het biedt hen alle ruimte om aan overheden en rechtsinstanties hun wil op te leggen en de bevolking als intimiderende machtsfactor in te zetten. Zo wordt gesproken van een heuse ”woede-industrie”, gerund door militante moslims. Haqqani spreekt van ”dial-a-riot”-moslims (moslims die met hun mobiele telefoon een betoging regelen). In beide gevallen gaat het om georkestreerde uitingen van volkswoede, waarbij desinformatie en misleiding niet worden geschuwd.

De invloed van China gaat wellicht voor een hardere aanpak van militante moslims zorgen. Peking wil geen buurland waar die worden gepamperd (het vreest invloed op de eigen moslimbevolking). Nu het voor miljoenen investeert in Pakistan kan het eisen op tafel leggen.

Of dat voldoende is om Pakistan tot een voor christenen veilig land te maken? Haqqani stelt dat zolang Pakistan de islam als zijn belangrijkste reden van bestaan beschouwt, en die religie als pion inzet tegen aartsvijand India, militante moslims speelruimte houden als vaderlandslievende ”woede-fabrikanten”.