Oud zeer doet Turken meer pijn dan verlies van gas en olie

2

De spanningen tussen Turkije en Griekenland zijn de afgelopen tijd fors opgelopen. Inzet is een conflict over gas- en olieboringen. Maar onder de oppervlakte schuilt veel ouder zeer, dat teruggaat tot de gloriedagen van het Ottomaanse Rijk.

Half augustus lijkt de vlam bijna in de pan te slaan. Een aanvaring tussen een Grieks marineschip en een Turks fregat zet de toch al gespannen verhoudingen tussen beide landen nog verder op scherp. De Turkse oorlogsbodems begeleiden het onderzoekschip Oruc Reis, dat proefboringen naar olie en gas voor de Turkse kust doet. Dat gebeurt echter in de wateren rond het Griekse eiland Kastellorizo, waar Athene nu juist de economische rechten van claimt.

Inmiddels heeft Turkije de Oruc Reis teruggehaald. En er wordt druk bemiddeld. EU-president Michel en de Duitse bondskanselier Merkel bespraken het conflict dinsdagmiddag met de Turkse president Erdogan. Ook Cyprus is partij in de kwestie en dreigt EU-sancties tegen Wit-Rusland te blokkeren als de unie niet harder tegen Turkije optreedt. Ankara kondigde vervolgens hervatting van het overleg met Athene aan.

Daarmee lijkt de kou voor het moment enigszins uit de lucht. Maar het conflict is nog verre van opgelost. Want in de ruzie rond de economische zeggenschap over de wateren tussen Turkije, Griekenland en Cyprus staan de partijen nog altijd lijnrecht tegenover elkaar. Voor het oog draait het vooral om juridisch gesteggel over de economische rechten op de wateren in de Egeïsche Zee en de oostelijke Middellandse Zee.

Eerste Wereldoorlog

Maar achter die economische en geopolitieke onenigheid liggen historische gevoeligheden. Wie een blik op de wateren tussen Turkije en Griekenland werpt (zie kaartje) kan al snel vaststellen dat zo’n beetje alle eilanden tussen beide landen onder Griekse soevereiniteit vallen. Dat geldt ook voor de stukken land die soms maar enkele kilometers van de Turkse kust af liggen.

Dat is deels een gevolg van de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Die bezegelde mede de val het Ottomaanse Rijk. In het Verdrag van Lausanne, dat tevens een einde aan de Grieks-Turkse oorlog maakte, moest Turkije de claims op een flink aantal eilanden in de Egeïsche Zee opgeven. Die zeggenschap ging naar Griekenland en werd in 1947 in het Verdrag van Parijs herbevestigd.

Onderdeel van die overeenkomst was wél de demilitarisering van de bewuste eilanden. Turkije heeft Griekenland er herhaaldelijk van beschuldigd die afspraken te schenden. Gezien de afstand tot de Turkse kust en het strategische belang van de doorvaart, beschouwt Ankara dat als een belangrijke inbreuk op zijn veiligheid. De Turkse minister van Defensie Hulusi Akar waarschuwde in januari nog dat Athene 16 eilanden had bewapend. Ook gezamenlijke oefeningen van de Griekse marine met andere NAVO-partners in de regio zijn Turkije een doorn in het oog.

Niemand had bij het sluiten van de verdragen voorzien dat daar decennia later nog een ruzie over de economische rechten bij zou komen. De vraag is wat voor Turkije het zwaarst weegt: inkomsten uit energie of oud zeer.

„Op grond van het Verdrag van Lausanne van 1923 werden de Turken gedwongen veel voormalig Ottomaans gebied op te geven. Nu we richting de honderdjarige herdenking gaan, zal Turkije zich zonder enige twijfel voorbereiden op de verdediging van zijn soevereine rechten in het tijdperk na 2023”, analyseerde denktank Middle East Monitor eerder dit jaar.