„Ook niet-gelovige Parijzenaars baden mee op straat”

Maandoverzicht april 2019
Biddende Parijzenaar, maandag tijdens de brand in de Notre-Dame. beeld AFP, Eric Feferberg
2

Op straat biddende jongeren in Parijs– het was voor velen een opmerkelijk tafereel in het als sterk seculier te boek staande Frankrijk. Zelfs niet-kerkelijke Parijzenaars sloten zich in het zicht van een brandende Notre-Dame aan. „De samenleving hier is niet per se seculier”

In Parijs trokken enkele honderden mensen dinsdagavond al zingend en biddend vanaf de kerk Saint-Sulpice naar het Place Saint-Michel, vlakbij de Notre-Dame. Het plein kon de toestroom nauwelijks aan.

Een dag ervoor, toen de beroemde kathedraal in lichterlaaie stond, werd er ook op verschillende plekken openlijk op straat gezongen en gebeden voor het behoud van de kerk. Mensen lagen geknield op de grond, soms in tranen. Ze baden urenlang de Rozenkrans, waarin onder meer het Ave Maria veelvuldig klinkt.

Het waren bijzondere taferelen voor het als sterk seculier bekend staande Frankrijk. De staat kent een strikte scheiding van kerk en staat, die in de praktijk tot grote schroom leidt rond publieke geloofsuitingen. Bovendien spreken de cijfers over kerkgang en secularisatie in Frankrijk duidelijke taal: de kerken vergrijzen en worden meer en meer overbodig. Dat beeld valt moeilijk te rijmen met de vele jongeren die in Parijs aan het bidden waren.

„Wie het katholieke leven in Parijs kent, is niet verbaasd jongeren te zien bidden”, zegt Laurence Desjoyaux, religiejournaliste bij het Franse christelijke weekblad La Vie, echter. „Er is in Parijs een kern van zeer actieve, praktiserende, katholieken.” Het is volgens haar deze groep die maandag en dinsdag op straat te zien was om te bidden.

Desjoyaux was er maandag bij. „Ze waren er om hun geloof en hoop te uiten in het licht van deze tragedie, om te bidden voor de brandweerlieden, maar ook om aan anderen een getuigenis van hun geloof te geven”, zegt ze.

Niemand stoorde zich volgens haar aan de publieke geloofsuitingen. „Sommige mensen, die ver van het geloof afstaan, zongen zelfs mee”, aldus de journaliste. Ze denkt dat de ramp met de Notre-Dame bij veel mensen leidde tot een moment van „spirituele reflectie”. „Als je 800 jaar geschiedenis in 3 uur tijd in vlammen op ziet gaan, bepaalt dat bij de notie van eindigheid.”

In dezelfde geest schreef het katholieke dagblad La Croix er deze week over. De krant noemde het opvallend dat „diep geseculariseerde, ontkerstende mensen in dit moment van consternatie hun hart sneller voelen kloppen bij een kerk in vlammen.”

Daarbij merkt Desjoyaux op dat de Franse staat dan wel strikt seculier mag zijn, maar dat de Franse samenleving als geheel het niet per se is. „Daarvan leveren de gebeurtenissen van de afgelopen dagen nog eens het bewijs.”

Godsdienstsocioloog Jean-Louis Schlegel is pessimistischer. Met de christelijke wortels van Frankrijk heeft alle betrokkenheid bij de brand volgens hem niet zoveel te maken. „Het is meer de tijd van de kathedralen, van de ”mooie Middeleeuwen” (...), waarover nu wordt gehuild”, zei hij deze week in het Zwitserse tijdschrift Réformés.

Dat de Notre-Dame bij veel Parijzenaars een belangrijke plaats heeft, staat na deze week echter meer dan ooit vast.