Oekraïense familiekiekjes als balsem op een rauwe wond

De organisatie Light of the Resurrection wil graag iets extra’s doen voor kinderen die in een weeshuis zitten. beeld Kom over en help
4

Boris Volkov hoopt mee te maken dat de toiletruimtes in Oekraïne niet meer stinken. Verbetering moet immers ergens beginnen. En het moet ook klein beginnen. Dat motiveert hem om zich in te zetten voor hulp in het oorlogsgebied in Oost-Oekraïne.

Het Koninkrijk van God is net een steen in de vijver, vertelt Volkov (1975). Hij is op bezoek bij de Nederlandse organisatie Kom over en help, die samenwerkt met Light of the Resurrection in Kiev waaraan hij is verbonden.

„Als je een steen in het water gooit, zie je kringen ontstaan. Zo is het in Gods Koninkrijk ook. De steen is het centrum: de redding van de ziel. Maar dat grijpt heel snel om zich heen. In mijn geval werkt dat door in het helpen van mensen in nood.”

Nood is er genoeg in Oekraïne. Vooral in het oosten, waar de afgelopen vijf jaar 13.000 mensen stierven door de burgeroorlog. In Oost-Oekraïne maakt de strijd tussen het leger en de Russischgezinde separatisten alles onveilig. „Dorpen die je vroeger kon beschouwen als welvarende voorsteden van Donetsk, zijn nu eigenlijk verworden tot de achterbuurt van Oekraïne. Er gebeurt heel weinig meer. Bedrijven zijn er vertrokken, want die zoeken veiligheid en omzet. Alleen de mensen die niet weg kunnen, zijn gebleven. Ook de meeste netwerken die nodig zijn om behoeftigen te ondersteunen, zijn weggevallen. Welnu, daar proberen wij iets te betekenen.”

Volkov noemt een gezin waarvoor een pak luiers al een enorme luxe is. „Een van de twee dochters is gehandicapt en heeft drie luiers per dag nodig. Die proberen wij te leveren. Die moeder kan niet werken, de andere dochter heeft geld nodig voor een opleiding. De vader was chauffeur op een schoolbus, maar die staat nu stil. Die mensen zijn natuurlijk niet dom, maar kunnen niet weg uit dat oorlogsgebied. Ze zijn eenvoudigweg ingesloten.”

Makkelijk is het niet, en veilig ook niet altijd. „Onlangs was ik nog in het gebied. Bij een controlepost kreeg ik het advies om op bepaalde wegen snel te rijden, omdat de buurt vol scherpschutters zou zitten. Dat is natuurlijk even slikken. Maar zodra je 5 kilometer van het front bent, is alles weer redelijk normaal.”

Icoon

Volkov heeft zijn sociale instelling van zijn moeder, denkt hij. „Zij gaf ook erg om mensen om haar heen.” Ze was echter geen christen. In het dorp in het noorden van Siberië waarin hij opgroeide, leek God wel afwezig. „De Sovjet-Unie had afgerekend met religie. Op school werd gedaan alsof geloven iets was van oude vrouwen die in hun dwaasheid buigen voor iconen van heiligen. Wij hadden trouwens ook een icoon in huis, een erfstuk of zo. Ooit had ik met een potlood op de achterkant geschreven: „Er is geen God.” Maar een paar uur later probeerde ik dat weer te wissen. Ik voelde dat het niet goed was. Achteraf was dat het werk van Gods Geest, maar dat begreep ik als jochie nog niet.”

Boris’ vader werkte als piloot en was in zijn vrije tijd coördinator van de plaatselijke communistische partij. „Hij geloofde in het communisme. Toen eind jaren tachtig de hervormingen van de perestrojka begonnen, werd hij afgezet. Hij was het daar niet mee eens.”

Een echte gezinsman was vader Volkov niet. „Hij bracht liever tijd door met zijn vrienden rond een fles wodka dan met ons; mijn moeder, mijn jongere zus en ik.”

Zijn moeder had eens een droom dat hij priester in de Russisch-Orthodoxe Kerk zou worden. „Belachelijk vond ik dat. Ik was toen vijftien of zo.”

Later moest hij daar weer aan terugdenken. Boris kwam namelijk in 1992 als zeventienjarige tot geloof door het werk van Amerikaanse evangelisten die met een boot door Siberië trokken. „Op een dag zag ik een aanplakbiljet van een evangelisatieconcert. We woonden in een klein dorp van 4000 inwoners, dus je was blij als er eens wat gebeurde. Toen er aan het eind werd gevraagd wie naar voren wilde komen om zijn zonden te belijden, stond ik op. Sindsdien heb ik contact gehouden met het team dat in ons dorp achterbleef om een gemeente te planten. Nog altijd is er een gemeente van zo’n zestig mensen.”

Niet iedereen die toen met Boris Volkov naar voren kwam, is standvastig gebleven. „Ik heb ook weleens gewankeld. Van mijn leeftijdsgenoten waren velen al jong seksueel actief. Dat wilde ik ook wel en ik dacht: Ik kan me altijd nog bij Jezus aansluiten en nu eerst die avontuurtjes hebben. Maar God liet niet toe dat ik deze vergissingen maakte. Mijn vrouw is de eerste en enige gebleven.”

Kort nadat hij gedoopt was, brak er thuis een crisis uit. „Mijn ouders zagen mij veranderen. Ik was niet langer volledig op mezelf gericht. Ik zei tegen mijn ouders: Ga mee naar de kerk en lees de Bijbel. Mijn moeder las de Bijbel ook, maar ik denk niet dat ze Jezus ooit aannam. Mijn vader sprak sceptisch over religieuze indoctrinatie.”

Zijn vader verloor zijn vliegbrevet en ging daardoor meer drinken. „Mijn moeder leed daaronder en besloot te scheiden. In die periode pleegde ze zelfmoord, met antivries. Dat leidde ertoe dat de nuchtere perioden van mijn vader steeds korter werden. Zodoende kwam hij in een dronken bui ten val, brak zijn schedel en stierf. Ik was toen juist gedoopt, en nu werd er zo aan mijn boom geschud. Voor mijn zusje was dit nog erger. Ze was toen een jonge tiener. Ze maakte hierdoor verkeerde keuzes en is zelf op haar 21e verjaardag vermoord.”

Fotoalbum

Volkov vertelt het feitelijk, maar verzwijgt niet dat het een tijdlang stormde in zijn leven. „Vooral mijn moeder nam ik kwalijk wat ze had gedaan. Ik haatte haar, omdat ik en mijn zus niet belangrijk genoeg voor haar waren.”

Toen hij zijn vrouw –een Oekraïense– leerde kennen, drong die erop aan zijn ouders te vergeven. „Ik vond dat niet nodig. En ik kon het ook niet. Totdat ik een oud fotoalbum vond. Daarin zaten gezellige familiekiekjes van ons bij de barbecue en op vakantie en zo. Dat was Gods manier om tot mij te spreken. Mijn vader en moeder hadden in mijn leven niet alleen verkeerde dingen gedaan. Misschien waren we niet het beste gezin, maar zeker ook niet het slechtste. Die foto’s hebben mij geholpen hen te vergeven en voor mijn ouders te danken.”

Al deze ervaringen motiveren hem nog elke dag voor het werk dat hij doet. „In de gelijkenis van Jezus werd de eerste uitnodiging tot de bruiloft afgeslagen. Daarna werden de verschoppelingen gevraagd. En dáár komt dan de vrucht vandaan. Zo is het vandaag bij ons in Oekraïne. Laten we er niet voor weglopen. Het had niet veel gescheeld of ik was een van hen geweest.”

Kinderen op achterstand

Als je als kind in Oekraïne wordt geboren, sta je op achterstand bij je leeftijdsgenoten in West-Europa. Boris Volkov heeft een notitieboekje waarin hij cijfers bijhoudt over kinderen in zijn land. „Er zijn er 7 miljoen”, zegt hij, „van wie er 3 miljoen onder de armoedegrens leven.”

Hij bladert verder in het boekje. „De helft van de kinderen groeit op zonder vader. Van velen woont een ouder in het buitenland, soms ook beide ouders. Dan zorgt een van de grootouders voor hen, van wie velen trouwens zelf al niet goed rond kunnen komen.”

Oekraïne staat niet bekend om zijn bloeiende gezinsleven. „Ongeveer een op de vijf kinderen wordt buiten het huwelijk geboren. Over het algemeen zie je dat gezinnen waarin de vader en moeder bij elkaar blijven, beter overleven in moeilijke omstandigheden, zoals verdrijving door de oorlog in Oost-Oekraïne. Trouwe echtparen belanden doorgaans niet in complexe armoede.”

Veel kinderen worden opgevangen in zogeheten weeshuizen. „Die kinderen hebben natuurlijk wel ouders, maar zijn sociaal verweesd. Zodra het in huis bijvoorbeeld minder dan 16 graden is, moet de overheid een kind uit huis halen. In de kindertehuizen waarin ze meestal terechtkomen lijden ze vaak echter verder door een gebrek aan veiligheid, stabiliteit en privacy. Van de kinderen die daarin opgroeien, vindt slechts 10 procent de weg naar een normaal leven. Aan de andere kant pleegt 10 procent zelfmoord. Daartussen zit een grote groep die in de gevangenis komt.”

De organisatie Light of the Resurrection, waarvoor Volkov werkt, probeert deze kinderen helpen door naschoolse opvang en vakantiekampen, met fondsen van onder meer Kom over en help in Nederland.