Meer ruimte voor christelijke scholen in Roemenië

Oost-Europa
Kata Tordai-Soós. beeld RD RD

APELDOORN. In Roemenië groeit de ruimte voor christelijk onder­wijs. Dat zegt Kata Tordai-Soós. Juist de laatste jaren hebben christenen gebruikgemaakt van de ruimere mogelijkheden.

Tordai glimlacht. „Eigenlijk is het een maas in de wet. Vanouds hadden kerken al de mogelijkheid om de bovenbouw van het secundaire onderwijs aan te bieden. Voor leerlingen van 14 tot 17 jaar. Maar door een gat in de regelgeving bieden veel van zulke instellingen nu ook basisonderwijs aan. En dit jaar zijn er zelfs drie beroeps­opleidingen gestart om praktische vakmensen te vormen.”

Morgen spreekt ze op een conferentie over christelijk onderwijs in Apeldoorn (zie kader). Tordai is zelf hoofd en onderwijzeres op een particuliere christelijke school in de stad Cluj. De school gaat uit van een van de Hongaars-gereformeerde gemeenten in de Roemeense stad. „Het is geen klassieke private school, die meestal alleen voor rijke mensen is. We stemmen de ouderbijdrage af op het inkomen van de ouders. Jaarlijks laten we ook kinderen zonder ouderbijdrage toe, zoals enkele Roma.”

De Hongaarsgereformeerde gemeenschap is altijd al actief op gebied van onderwijs. De Rooms-Katholieke en de Roemeens-Orthodoxe Kerk hebben pas recent initiatieven ontplooid.

Tordais school startte in 2000. Dat was voordat de maas in de onderwijswet werd ontdekt. Tordai lacht bij de vraag waarom de school nog steeds onafhankelijk is en geen fondsen van de overheid gebruikt. „Een goeie vraag”, zegt ze mijmerend, terwijl ze een slok thee neemt. „Wij houden van onafhankelijkheid, denk ik. Zo hebben we meer vrijheid om een eigen programma te ontwikkelen, dat meer bij de samenleving past. Hoewel we nog steeds de onderwijsinspectie op bezoek krijgen.”

Waarin verschilt uw programma van het reguliere?

„Wij stellen het kind centraal, niet de docent. Daarom gebruiken we ook elementen van het montessori­onderwijs.

Het thema van mijn bijdrage aan de conferentie is daarom: ”De school als lerende gemeenschap”. In de traditionele benadering is de school een lesgevende gemeenschap, met de docent in het midden. Maar daarin komt de diversiteit van de samenleving te weinig tot haar recht. Kinderen hebben niet alleen een verschillende achtergrond, maar ook verschillende capaciteiten. In onze school hebben we elk leerjaar een groep kinderen met speciale noden.”

Tordai wil via het onderwijs niet het individualisme bevorderen. „Dat zou niet erg gereformeerd zijn. We benadrukken juist dat de school een gemeenschap is. Het kind leert in een gemeenschap veel beter dan in zijn eentje. De gemeenschap is meer dan een verzameling losse individuen.”

Toen de school in 2000 van start ging, was het ideaal om een geheel eigen curriculum te ontwikkelen. Het team stuurde daarvoor ook voorstellen naar het ministerie van Onderwijs, maar kreeg nooit een reactie. Intussen zag de school zelf ook af van de uitdaging. „Ons programma moest toch nog aan een kwaliteitstoets van de regering worden onderworpen. We hebben de zaak toen omgekeerd en zijn overgestapt op het algemene programma, maar met eigen variaties.”

Onderwijskundig is Tordais school dus innovatief. Ook qua identiteit is hij moderner dan de traditionele christelijke scholen. „Vanouds zijn de gereformeerde scholen toch wat formeel. Sommige ouders zijn echter opener en willen dat de school daarop aansluit.”


Conferentie over leiderschap

Op de European Conference for Christian Education in the Netherlands (eccen.eu) bespreken deelnemers uit Australië, Nepal, Vietnam en Europese landen de plaats van leiderschap in het onderwijs. De conferentie begint vanavond en duurt tot vrijdag. De conferentie gaat uit van Driestar educatief, VGS Besturenorganisatie en de Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn, die tevens gastheer is.