Klemmend dilemma doet Kim weer knallen

Met de Noord-Koreaanse raketoefeningen van donderdag wil leider Kim Jong-un afdwingen dat de sancties tegen zijn land van tafel gaan. Die brengen immers zijn regime in gevaar. Maar om daarvoor van zijn kant kernwapens op te doeken? Dat gaat Kim vooralsnog te ver. Het wegdoen ervan brengt zijn regime óók in gevaar.

Een „niet uitdagende uitdaging” („non provocative provocation”) noemde de stafchef van het Witte Huis Mick Mulvaney de twee Noord-Koreaanse rakettests van donderdag.

Daarmee was de boodschap vanuit Washington helder: We laten ons niet uitdagen. Terwijl dat toch juist de bedoeling was van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un met zijn artillerie- en raketoefeningen van donderdag én afgelopen zaterdag.

Zaterdag was Kim zelfs hoogstpersoonlijk aanwezig bij de lanceringen, en als we kenners mogen geloven, zat er in sommige projectielen wel degelijk een dreigement. Akkoord, het waren geen intercontinentale projectielen, maar korteafstandsraketten die werden afgevuurd. Maar volgens Michael Elleman van de website 38North was de raket van zaterdag wel degelijk een uitzonderlijk gevaarlijke – voor buurland Zuid-Korea vooral.

Het ging om een nieuw type korteafstandsraket van het type Iskander, een Russische ballistische raket (SRBM), met een reikwijdte van maximaal 300 kilometer. De Iskander vliegt relatief laag –tot op 50 kilometer hoogte– en is daardoor in de (niet al te ijle) lucht uiterst wendbaar (en lastig in het vizier van defensiesystemen te krijgen).

Die maximale vlieghoogte moet de Zuid-Koreanen ook zorgen baren, meldt Elleman. Hun antiraketsystemen pakken doelen die boven de 50 kilometer vliegen, of juist onder de 40, „waardoor er een gat zit van 10 kilometer tussen die 40 en 50 kilometer.”

Een venijnig speldeprikje dus van Noord-Koreaanse kant, en er is meer op komst. „Deze proeflanceringen markeren het begin van een periode waarin Noord-Korea geleidelijk de spanning in de regio gaat opvoeren”, luidde donderdag de analyse van Noord-Koreakenner Andrei Lankov. „Ze zullen de VS er op die manier aan blijven herinneren, dat zolang de sancties niet van tafel gaan, Noord-Korea voor chaos kan zorgen in Oost-Azië.”

Die sancties moeten van tafel, dat is wat Kim met zijn raketproeven wil communiceren. Want die sancties doen pijn, aldus Choe Sang-hun in een analyse in The New York Times. Jarenlang exporteerde Noord-Korea kolen, ijzererts, zeeproducten en textiel naar China en met de inkomsten die dat opleverde bekostigde het regime het kernwapenprogramma én de luxueuze leefstijl van de partij- en militaire elite. Met dat laatste wist Kim de steun van die elite voor zijn regime te kopen. Door de sancties droogt de geldstroom op waarmee Kim zijn sympathisanten in de partij- en legertop kon belonen.

Het merendeel van de bevolking is al lang niet meer alleen afhankelijk van de staat als het gaat om inkomen en voedselvoorziening. In het land floreert een economie van regionale en lokale markten die burgers helpt het hoofd boven water te houden. Het schamele loon dat ze in de staatsfabriek of op de collectieve boerderij verdienen, vullen ze aan met de verkoop van (zelfverbouwde) produkten op de markt.

Dit private initiatief is inmiddels zo omvangrijk dat er zelfs een elite van rijke ondernemers – de donju– is ontstaan, waarmee de politieke en militaire top graag aanpapt om te kunnen delen in hun lucratieve bezigheden. Maar ook deze donju worden in hun portemonnee geraakt nu de sancties aanhouden (waardoor ook zij geen grondstoffen kunnen in- en producten uitvoeren).

Daarmee neemt de druk op Kim toe om er toch vooral voor te zorgen dat die sancties worden opgedoekt, of worden verlicht. Steun van de partij- en militaire elite is voor Kims regime van levensbelang.

Van levensbelang is –in zijn ogen– ook iets anders: het bezit van een kernwapenarsenaal. Doordat Amerika erop hamert dat de sancties enkel van tafel gaan als Noord-Korea dat arsenaal opdoekt, staat Kim voor een dilemma: de ene pijler onder zijn bewind (steun van de elite) houdt hij overeind door sancties te laten verdwijnen, maar dat gebeurt pas als die andere pijler onder zijn bewind –Kims kernwapenarsenaal– wordt opgedoekt.

Een uitweg uit dit dilemma zoekt Kim door aan te pappen bij Amerikavijandige landen als China en Rusland met als doel het sanctieregime via hen verzacht te krijgen.

Een uitweg is er ook door er bij de Amerikanen op te hameren dat ze Kim veiligheidsgaranties bieden. Daardoor heeft de Noord-Koreaanse leider zijn kernwapens niet meer nodig om te kunnen overleven.

Het komt neer op een vredesverdrag met de VS zonder dat Noord-Korea daar ook maar iets voor heeft hoeven te doen. Of, om het met de Amerikaanse veteraan bij de luchtmacht Robert McCoy te zeggen (deze week op de site van NK-news): „Met een vredesverdrag zouden de VS zich de handen op de rug laten binden, waarna Noord-Korea militair kan doen wat het wil.” Via een zorgvuldig uitgestippeld overleg tussen de VS en Noord-Korea, waarmee vertrouwen wordt opgebouwd, zou er toch iets tussen die twee kunnen ontstaan waardoor Kims kernwapens overbodig worden.

Of het wapengekletter van de afgelopen dagen daaraan bijdraagt? Dat lijkt onwaarschijnlijk.