„Jullie chocolade is apart, die komt uit een tube”

Met andere ogen
beeld RD, Jos Ansink

Italianen associëren Nederland vooral met de hoofdstad, Amsterdam. Waar ze „fietsen als gekken.” En chocola verkopen ze er in een tube – heel bijzonder. Een enkeling is kritischer: Nederland en Duitsland? Dat is één pot nat.

Het eerste wat in Michela opkomt als het over Nederland gaat, is de fiets. „Het lijkt wel alsof er bij jullie légers fietsers rondrijden, in Amsterdam, maar ook op het platteland”, zegt de 45-jarige universitair docent. „Wat de verkeersregels zijn, is mij onbekend. In Amsterdam rijden ze in ieder geval als gekken!” De fietsen zijn ook veel groter dan ze in Italië gewend is, zegt ze. „De wielen zijn groter. Zelfs als het zadel laag staat, kom ik met mijn voeten niet op de grond.”

Dat bloemen een ander symbool van Nederland is, staat buiten kijf. „Bloemen zijn bij jullie veel gewoner dan in Italië. Ze zijn ook overal verkrijgbaar en de bossen zijn groter.”

Boeket

Wel wordt er in Italië meer werk gemaakt van zo’n bos. „In Nederland koop je een bos bloemen, bij ons draait het ook om de verpakking en krijg je een heus boeket.”

Paola, die in Calabrië een landbouwbedrijf heeft dat voornamelijk sinaasappels en citroenen produceert, herinnert zich uit haar jeugd de Nederlandse tulpen thuis. „Mijn moeder was er gek op. Ze was geabonneerd op de catalogus van een postorderbedrijf. Ik herinner me de mooiste bloemen en kleuren. Mijn moeder kocht bollen om ze te planten en in het voorjaar de bloemen te plukken.” Claudio, restauranthouder in Gravina, is kort maar krachtig. „Nederland? Dat is: bloemen en fietsen.” Michela heeft herinneringen aan Drostechocolade, die ook in Italië wordt verkocht. „Ik vraag me wel af waarom die chocolade in een tube wordt verpakt – het lijkt wel zo’n zwaard uit de sciencefiction-film Starwars.”

Natuurlijk zijn ook klompen niet weg te denken uit het collectief geheugen van Italianen. Paola (51) heeft er een wel heel bijzondere herinnering aan. „Als meisje was ik geobsedeerd door klompen, zoals die in het sprookje van Hans en Grietje voorkwamen. Ik associeerde ze met Nederland.

De afbeeldingen in de sprookjesboeken waren zó mooi gedetailleerd dat ik er zelf een verhaal omheen fantaseerde.” Langs die weg kwam Paola in contact met de Nederlandse schilderkunst en de literatuur. Naarmate ze ouder werd, kreeg ze interesse in oude meesters van de Hollandse schilderkunst, onder wie Vermeer en Rembrandt. „Ik ben twee keer in Nederland geweest – een keer als jonge meid, samen met een vriendin, en een keer met mijn dochter.” Ze vertelt dat Amsterdam een van de weinige steden is waar ze musea twee keer bezocht, zoals het Anne Frank Huis. „Mijn dochter moest bij die gelegenheid huilen.”

„Wane Kok”

Voor Patricia staat Nederland gelijk aan een andere Nederlandse schilder: „Wane Kok” oftewel Van Gogh. „Dat is me toch een ervaring, als je dan eindelijk in het museum voor zijn schilderijen staat!” De 54-jarige bankmedewerkster is ook te spreken over de individuele vrijheid die er volgens haar in Nederland bestaat. Michela noemt het „beschaving”, en ze omschrijft die als respect voor anderen én voor de publieke ruimte. „Iedereen weet zijn taak en handelt ernaar, dát is Nederland.” Dat alles mist ze in Italië.

Een kritische kanttekening maakt Mario, een controller. „In financieeleconomisch opzicht is het onduidelijk wat de rol van Nederland is. Er is geen verschil met Duitsland.” Uit beleefdheid wil hij niet zeggen of hij dat positief of negatief vindt.

zomerserie Met andere ogen

Hoe kijken buitenlanders tegen Nederland aan? Soms met verrassend andere ogen. In een zevendelige serie geven buitenlanders hun mening over ons land.