Italiaan gaat weer terug van de stad naar het dorp

Buitenland
Italianen trekken weer van de stad naar het platteland, zoals naar de dorpen in Toscane. beeld EPA, Fabio Muzzi

Aan de gestage vlucht uit Italiaanse dorpen lijkt een einde te komen. Dankzij de coronacrisis en de stijgende trend van telewerken, kiezen Italianen er juist voor om uit de stad te trekken.

Al tientallen jaren trekken Italianen weg van het platteland. Italië heeft 5800 gemeenten met minder dan 5000 inwoners, die voor bijna de helft vrijwel zijn verlaten. Er is een trek naar de steden. In dorpen is weinig werkgelegenheid, de verbindingen zijn moeizaam, scholen sluiten, de bakker en kruidenier houden het ook voor gezien, de jongeren trekken weg. De enige die overblijven zijn bejaarden. Er is veel leegstand.

Maar aan deze beweging lijkt een einde te komen, als gevolg van de coronacrisis. De vraag naar boerderijen en woningen op het platteland is de laatste drie maanden met 20 procent gestegen. Dat blijkt uit onderzoek van ”Ville & Casali”, een gespecialiseerd tijdschrift in de sector van dit type woningen. Het blad komt tot die conclusie na het raadplegen van twintig belangrijke makelaardijen. De vraag betreft permanente bewoning.

Het is niet het enige signaal. „Dorpen zijn de toekomst van Italië. Het coronavirus laat zien dat de klassieke kantoorbaan in de grote stad verleden tijd is”, zei Anna Laura Orrico, onderminister van Cultuur begin deze maand tijdens een online persconferentie. „Wetenschappers zeggen dat het virus op het platteland zwakker is, niet alleen omdat er minder sociale contacten zijn, maar omdat de wind er waait en er minder metaal en plastic is”, vertelde Massimiliano Fuksas, een bekende Italiaanse architect, tegen de Italiaanse krant Ia Repubblica.

Goede zaken

Aan het hardnekkige probleem van gebrekkige internetcommunicatie wordt gewerkt. Tegen de 1200 Italiaanse dorpen hebben geen internetverbinding. Bedrijven die in internetverbinding via de satelliet zijn gespecialiseerd, zijn in het gat gedoken en doen de laatste tijd goede zaken.

Het is daarmee niet gezegd dat, als de kleine gemeenten op het platteland en in de heuvels weer inwoners aantrekken, daarmee ook het probleem van de landbouw verleden tijd is. In dertig jaar tijd is het totale landbouwareaal in Italië met 20 procent afgenomen. Dat is met name te wijten aan het stopzetten van de teelt wegens gebrek aan belangstelling voor dit werk. Een deel van de agrarische grond is door urbanisatie opgeslokt, maar het grootste voormalig landbouwgebied is simpelweg overwoekerd.

Verlaten landbouwgronden kunnen een voedingsbron voor parasieten zijn. De boerenbond Coldiretti laat weten dat vorige week miljoenen sprinkhanen de tarweoogst in Midden-Sardinië hebben vernietigd. Dat zou het gevolg zijn van een milde winter en het feit dat eitjes ongemoeid kunnen uitkomen in gebieden waar niet wordt geboerd.

Het onderzoek van Ville & Casali toont ook de trend aan waarbij jongeren wegtrekken uit stedelijke centra met als doel het land te bewerken. Die groep zou zijn toegenomen met 20 procent.

Maar voorlopig zijn er niet genoeg arbeiders om te oogsten. Dat werk hangt voor een groot gedeelte af van buitenlanders, met name uit Oost-Europa en Noord-Afrika. Het Italiaanse parlement heeft vorige week een wet aangenomen om illegale werkers in de landbouw een tijdelijke werkvergunning te geven. Dat moet vooralsnog de oplossing zijn voor het tekort aan seizoenswerkers.