Israël Ingezoomd: Ook Israël betrokken in discussie over Hagia Sophia

De Hagia Sophia in Istanbul. beeld AFP, Ozan Kose

Veel is er gezegd en geschreven over het besluit van de Turkse president Erdogan van de Hagia Sophia in Istanbul weer een moskee te maken. Terecht, want de beslissing is van internationale betekenis.

Het Midden-Oosten zou het Midden-Oosten niet zijn, als commentatoren ook Israël niet betrekken bij hun schrijverij.

Keizer Justinianus I liet in de jaren 532 tot 537 dit architectonische meesterwerk plaatsen. De Ottomaanse Turken veranderden het in een moskee toen ze in 1453 Constantinopel veroverden. De seculiere president Atatürk maakte er in 1935 een museum van. Deze zomer vormde Erdogan de vroegere kerk weer om tot islamitisch gebedshuis. Dat deed hij ondanks protesten uit Europa, Amerika en de christelijke wereld. Hij zei dat andere landen zich niet met binnenlandse zaken van Turkije moesten bemoeien.

De stap van de Turkse president was van grote symbolische waarde. Sommigen zagen er een belangrijke stap voorwaarts in voor de islam, tegenover Europa en Israël. Anderen waren bezorgd over de regionale ambities van Erdogan. Hij zou zich zien als leider van de moslimwereld die het Ottomaanse Rijk wil herstellen, ten koste van andere soennitische machten als Saudi-Arabië en Egypte. Critici zien er ook een poging in zijn tanende populariteit op te krikken en de aandacht af te leiden van de binnenlandse economische problemen.

Twee onderzoekers van het Instituut voor Nationale Veiligheidsstudies in Tel Aviv, Orit Perlov and Gallia Lindenstrauss, schreven dat de verandering gepaard ging met een omvangrijke propagandacampagne in de traditionele en sociale media. Daarbij viel op dat er nogal een contrast bestaat tussen Erdogans uitlatingen in het Arabisch en in het Engels. De Engelse versie gaat over soevereiniteit en verdraagzaamheid en de Arabische versie over de voorbereidende stap om de al-Aqsamoskee in Jeruzalem te bevrijden.

Het Midden-Oosten Research Instituut Memri citeerde de Turkse journalist Hamza Tekin. Hij voorspelde dat de gebeden in de Hagia Sophia het vredesplan voor Israël en Palestina van de Amerikaanse president Donald Trump zullen stoppen en de al-Aqsamoskee in Jeruzalem zullen bevrijden.

Maar Perlov en Lindenstrauss wezen er ook op dat in Arabische landen waarschuwingen klonken. De Libanese oud-minister van Buitenlandse Zaken Gebran Bassil tweette dat het omvormen van de Hagia Sophia tot een moskee een vervalsing is van de geschiedenis en „een excuus voor Israël om de al-Aqsamoskee in Salomo’s tempel te veranderen.” Veel Libanezen waren het met hem eens.

Een andere belangrijke ontwikkeling in de Arabische wereld is volgens Perlov en Lindenstrauss dat de identificatie van de grootste vijand verandert. Sinds 1948 werd Israël gezien als de belangrijkste tegenstander. Jarenlang gebruikten Arabische leiders antizionistische sentimenten om de publieke opinie af te leiden van hun binnenlandse fiasco’s. Dat is echter veranderd. Onder een deel van de soennitische moslims neemt het door Erdogan geleide Turkije de plaats over van Israël als de primaire regionale bedreiging.

De Turkse pogingen de islamistische agenda te promoten en militaire activiteiten in de Arabische landen Irak, Syrië en Libië versterken deze trend. We kunnen in de toekomst meer bijzondere stappen van Erdogan verwachten.