Iran is de nieuwe vijand, maar Israël is nog geen vriend

De OIS-top in Mekka. beeld EPA, Bandar al-Galoud

De pijlen van veel islamitische landen richtten zich de afgelopen week op Iran. Voor de vorm werd ook Israël veroordeeld. Waar ligt de échte loyaliteit van de Arabische Golfstaten?

Mekka was zaterdag het toneel van een topontmoeting van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIS). Echt tanden heeft die club niet, want uitspraken zijn niet bindend. Ook zijn de uitkomsten vaak voorspelbaar. De Palestijnen krijgen bijvoorbeeld doorgaans een aai over de bol, zonder dat ze échte steun krijgen.

Zo ook afgelopen week. De OIS veroordeelde zaterdag in een gezamenlijke verklaring de beslissing van de VS hun ambassade naar Jeruzalem te verhuizen. Dat was een „illegale en onverantwoordelijke beslissing”, vinden de 57 staatshoofden. Tot zover niets nieuws onder de zon.

Verrassender was dat een aantal lidstaten óók Saudi-Arabië steunde in diens harde opstelling richting Iran. Dat land krijgt van Saudi-Arabië en de Verenigde Staten de schuld van de nog steeds oplopende spanningen. De OIS ging daar een eind in mee. „Ondermijnen van de veiligheid van het koninkrijk ondermijnt in feite de veiligheid van de hele Arabische en islamitische wereld”, zo drukte de secretaris-generaal van de OIS zijn steun uit. Die adhesie is des te opmerkelijker, omdat Iran zelf ook lid is van de OIS.

De Saudische koning Salman kan de support van de OIS in zijn zak steken. Hij heeft liever dat de islamitische wereld zijn pijlen richt op Iran dan op Israël. Hij heeft zijn kaarten immers al lang geleden gezet op het blok Verenigde Staten/Golfstaten/Israël, ook wel de Arabische NAVO genoemd. Maar dat de OIS daar goeddeels in meegaat, is een ander verhaal. Wat dat betreft is de top in Mekka dus een succes voor het koninkrijk.

Dat geldt ook voor twee andere topontmoetingen in Mekka afgelopen week. Ook de Arabische Liga en de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten (beter bekend als de GCC) kwamen bij elkaar. En ook die gingen in meerderheid mee met het aanwijzen van Iran als schuldige. Binnen de Arabische Liga zijn de belangrijkste leden (Saudi-Arabië, de Emiraten, Egypte) er allang van overtuigd dat Iran moet worden aangepakt. Irak is in de Liga de grootste dwarsligger. Binnen de GCC is een anti-Iranverklaring helemaal een eitje. Daar ligt alleen het kleine Qatar dwars, maar dat emiraatje stemde desondanks toch in met een verklaring dat Saudi-Arabië en de Emiraten het recht geeft „zich te verdedigen.”

En zo is de vijand van vandaag in de eerste plaats Iran geworden, in plaats van de vanzelfsprekende plaats die Israël vroeger had als ultieme vijand. Het is een ontwikkeling waar de Verenigde Staten veel in hebben geïnvesteerd, met name met het oog op Trumps later deze maand te presenteren vredesvoorstel voor Israël en de Palestijnen.

Maar of het genoeg is om de islamitische landen –en vooral de Arabische staten onder hen– achter dat voorstel te krijgen, is de vraag. Iran is dan wel de vijand, maar Israël is daarmee nog niet automatisch een vriend. Bovendien: de islamitische steun aan de Palestijnen mag dan obligaat overkomen, maar helemáál geen steun geven zou het volk kunnen uitleggen als verraad.

De landen van de islamitische samenwerkingsverbanden hebben nog even om hun keuze te bepalen. Eind deze maand zal duidelijk worden waar hun werkelijke loyaliteit ligt.