Ethiopië kampt met corona én sprinkhanen

Buitenland
Sprinkhanen teisteren Oost-Afrika. beeld EPA, Nic Bothma
2

Ondanks slechts vijf geregistreerde coronadoden in Ethiopië, zijn de economische gevolgen van Covid-19 enorm. Het is niet de enige ramp die het Afrikaanse land nu treft.

Al in 2019 geleden maakte de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, melding van een angstaanjagende zwerm sprinkhanen die vanuit het Arabische Schiereiland richting Ethiopië zou komen.

Op zoek naar voedsel vlogen de insecten in zwermen van soms wel 1200 vierkante kilometer naar Oost-Afrika, waarbij elke vierkante kilometer het ongelooflijke aantal van wel 40 tot 80 miljoen sprinkhanen bevatte.

In de maanden die volgden pakten donkere wolken zich boven Ethiopië samen. In een moordend tempo vraten de miljarden sprinkhanen hun buik vol, waarna ze opstegen en een volgend gebied aanvielen. Bij elke kilometer land die ze leegroofden, aten ze net zoveel als 35.000 mensen doen.

Nu sprinkhanen ons land overvielen, verdiepte ik me die eerste maanden van dit jaar eens in dit wonderlijke schepsel. Fascinerend. Sprinkhanen, zo las ik, zijn van nature eigenlijk vrij rustige insecten. Het beestje leidt een rustig en vredig bestaan. Zolang hij genoeg te eten heeft, is het een ”Einzelgänger” die niemand lastig valt.

Zodra de sprinkhaan echter met voedselschaarste te maken krijgt, gaat hij op zoek naar voedsel. En met hem alle andere sprinkhanen met hetzelfde probleem. In de gebieden waar de hongerige insecten nog wel eten vinden, wonen de gevleugelde diertjes noodgedwongen op een kluitje.

En daar begint het probleem. Nu al die sprinkhanen op een klein oppervlak leven, raken hun springpoten steeds vaker die van andere sprinkhanen. Dat zorgt ervoor dat ze serotonine afscheiden.

Als wij mensen dat doen, worden we doorgaans gelukkig; als een sprinkhaan dat doet, wordt hij plotseling onherkenbaar. Hij wordt felgeel, gespierder en ontdekt ineens de kracht van de groep. Binnen no time vermenigvuldigen de aldus veranderde sprinkhanen zich – met alle desastreuze gevolgen van dien.

In Oost-Afrika voltrekt zich inmiddels een onvoorstelbare ramp met een enorme impact op Ethiopië en zijn buurlanden. Doordat in Ethiopië tot nu toe 200.000 hectare land met daarop 365.000 ton voedsel weggevreten werd, hebben inmiddels een miljoen mensen acute voedselhulp nodig. De verloren gegane oogsten drijven de voedselprijzen fors op en laten boeren berooid achter.

De verwachting is dat het regenseizoen, dat normaal gesproken rond deze tijd zo’n beetje begint, nog eens miljoenen eitjes tot leven zal wekken. Nieuwe, grotere zwermen sprinkhanen zullen ontstaan. Tel daarbij op dat talloze Ethiopiërs door de (economische) gevolgen van Covid-19 hun werk verloren en geen geld meer hebben, en de ramp is compleet.

Regelmatig krijgen we de vraag hoe het in Ethiopië gaat, nu met corona. Het liefst vertel ik dan over de moeite die de Ethiopische overheid doet om het virus te bestrijden. Over de verplichte mondkapjes, de dagelijkse updates, de verplichte quarantaine voor terugkerende reizigers. En dus ook over dat handjevol geregistreerde coronadoden.

Het werkelijke verhaal is helaas wat minder rooskleurig: het is de ramp achter de ramp die ook hier z’n duizenden verslaat.