Een machinist op z’n 50e met pensioen, een cassière op haar 62e

Lege perrons op Gare du Nord in Parijs, donderdag. beeld AFP, Joel Saget

Twee derde van de Fransen vindt dat er iets moet veranderen in het pensioenstelsel. Tegelijk staat een meerderheid achter demonstraties tégen hervorming ervan. Welkom in verscheurd Frankrijk.

Het Franse pensioenstelsel laat veel te wensen over. Daar zijn veel Fransen het over eens. Neem nu een landbouwer die een leven lang heeft gewerkt, schrijft Emmanuel Macron in Revolutie, het boek waarin hij in 2016 zijn politieke programma uiteenzette. „Hoe valt het uit te leggen dat hij een karig pensioentje krijgt van de landbouwverzekeringsmaatschappij, terwijl zijn vrouw die hem iedere dag geholpen heeft niets krijgt?”

En, vraagt Macron, hoe zit het met het pensioen van iemand die die eerst in de publieke sector heeft gewerkt, daarna in de private sector en ten slotte als zelfstandige? Hoe moet zo iemand zijn weg vinden tussen de verschillende instanties en regelingen? Het antwoord kent iedereen in Frankrijk: dat is een nachtmerrie.

Het land kent niet minder dan 42 pensioenregimes, gekoppeld aan beroepsgroepen. De rechten en voordelen lopen sterk uiteen. Treinmachinisten kunnen bijvoorbeeld al op hun 50e stoppen met werken, terwijl de officiële Franse pensioenleeftijd 62 jaar is. Daarnaast verschilt de manier waarop de hoogte van de uitkering wordt bepaald. In de privatie sector is die gebaseerd op de 25 best verdienende jaren, terwijl in de publieke sector de laatste 6 maanden het uitgangspunt vormen.

Macron zette in 2016 al uiteen dat dit systeem op de schop moet en maakte er een belangrijk punt in zijn campagne voor het presidentsschap van. „Het is niet normaal dat het zo ingewikkeld is om te weten wat je rechten zijn, en dat ze per situatie zo kunnen verschillen”, schrijft hij in Revolutie. Macron wil de pensioenen tussen de publieke en private sector daarom gelijk trekken en een universeel puntensysteem invoeren. Daarin moet iedere gewerkte dag in gelijke mate bijdragen aan de pensioenopbouw.

De precieze plannen van Macron zijn overigens nog niet bekend: daarmee komt hij volgende week pas. De president stelde in 2017 een hoge commissaris voor de pensioenen aan, Jean-Paul Delevoye, die in juli na gesprekken met sociale partners met een reeks aanbevelingen kwam. Het puntensysteem was daar een van.

Twee derde van de Fransen steunt het idee voor zo’n universeel pensioenstelsel, bleek zondag uit onderzoek van bureau Ifop. Tegelijk blijkt uit een peiling van marktonderzoeker Harris Interactive dat bijna 70 procent van de bevolking achter de stakers staat. Een verklaring voor die opmerkelijke discrepantie zou kunnen zijn dat slechts 34 procent van de Fransen de hervormingen aan déze regering toevertrouwt. Daarbij lijkt het er sterk op dat de stakingen en demonstraties middelen worden om de algehele onvrede tegen de regering duidelijk te maken.

De vraag is vervolgens wie de hervormingen wél ooit moet doorvoeren. De kwestie houdt de Franse politiek al decennia bezig. In 1995 zette premier Alain Juppé zijn hervormingsplannen weer in de ijskast, nadat Frankrijk wekenlang plat lag.

Er zijn sindsdien wel kleine hervormingen doorgevoerd, maar de grote klap moet vroeg of laat komen. Macron heeft altijd gezegd de impopulariteit die hervormingen opleveren op de koop toe te nemen. Het beste houdt hij dus voet bij stuk. Om zijn populariteitscijfers hoeft hij het overigens niet te laten.