Column: In Oostenrijk worden opvallend veel vrouwen vermoord

Protesten in Wenen. beeld EPA, Florian Wieser
2

Als je de moordcijfers van Oostenrijk vergelijkt met die van andere Europese landen, wijkt het Alpenland opvallend af van de gemiddelde Europese cijfers. En niet in positieve zin.

De Oostenrijkse winters bieden adembenemende landschappen: besneeuwde en ijzige pracht. In de zomer vallen de lieflijke alpenweiden op. En altijd zijn er de prachtige kerkjes en historische stadjes. Je vraagt je soms af hoe het kan dat er in zo’n fantastisch land, met zo’n ruimhartig sociaal vangnet, toch wordt gemoord. Toch is het zo. En het opvallend is: vooral vrouwen zijn de dupe.

Het komt vooral voor in de grote steden, maar ook op het platteland. Het gebeurt weliswaar minder vaak dan in veel andere Europese landen, maar toch lees je er bijna wekelijks over in de kranten. Soms zijn autochone Oostenrijkers de daders, vaker mensen die van elders komen. Vooral mannen doen het. Vrouwen zijn op dit gebied nog niet bepaald geëmancipeerd; gelukkig maar.

In de Global Peace Index, een lijst van landen gerangschikt naar veiligheid, staat Oostenrijk op de derde plaats (Nederland op plek 23). Oostenrijk is dus een zeer veilig land. Maar voor vrouwen geldt dit niet. Hier worden meer vrouwen vermoord dan in elk ander land op ons continent. De eerste twee weken van dit jaar waren vier vrouwen het slachtoffer. De motieven lagen „in de relationele sfeer”, zoals dat heet.

In een land waar een straatroof, autobrand of inbraak al bijna voorpaginanieuws is voor de landelijke kranten, komt dat hard aan. De moorden werden in talkshows en krantenkolommen dan ook heftig bediscussieerd.

Deskundigen braken zich het hoofd over de vraag hoe het komt dat juist in Oostenrijk zoveel vrouwen slachtoffer zijn. Frustratie bij mannen die moeite hebben in een moderne, westerse samenleving hun mannelijkheid te manifesteren? Conservatieve opvattingen over de rolverdeling tussen man en vrouw? Een overtuigende verklaring kwam er niet.

En in een land waar de politiek minstens zo verdeeld is als in Nederland, springen de politici –van linker en rechterzijde– bovenop de moordcijfers en de achtergrond van de daders. ”Zum Glück” van de gematigde partijen zat er die eerste twee weken van dit jaar een autochtone Oostenrijker bij.

Regeringspartij FPÖ schrijft de moorden toe aan de ”Willkommenskultur” van linkse partijen als de sociaal-democratische SPÖ. Zij scheppen volgens de FPÖ een klimaat waarin willekeurig wie zich aan de grens meldt, van harte wordt toegelaten. De SPÖ beschuldigt op haar beurt de coalitie van de conservatieve ÖVP en rechtse FPÖ ervan te weinig te doen om asielzoekers te helpen integreren.

Het onbehagen en de polarisatie nemen toe in Oostenrijk. Onbehagen in Wenen, waar duizenden links georiënteerde mensen elke donderdag de straat opgaan om tegen de conservatieve, rechtse regering te demonstreren. De rechtse onvrede wordt niet met geroep en spandoeken op straat uitgedragen; het wordt geuit in huiskamers, in cafés, in kantines van de vrijwillige brandweerkorpsen en jacht- en muziekverenigingen.

Als getuige van deze ontwikkelingen, moet ik soms denken aan de Weimarrepubliek. Hoe liep het daar ook alweer mee af?