Christelijke gemeente China versplintert onder intimidatie

Christenen in China
Leden van de Shouwangkerk in Peking houden een kerkdienst in de sneeuw. Foto SDOK SDOK
2

Kleinschalig en verspreid. Dat is de nieuwe trend onder kerkplanters in het Westen. In China gaat de richting juist de andere kant op. Zo zijn in Peking christenen het verdeel-en-heersbeleid van de staat beu en hunkeren ze naar één kerk, alom zichtbaar en hoorbaar aanwezig in de stad. Als een stad op een berg, willen ze zijn. Maar de tegenstand is groot.

Het is zondagochtend acht uur. In de Chinese hoofdstad Peking begint het dagelijks geroezemoes op gang te komen als ik met Mike de bus neem naar een park ergens in het noordelijk deel van de stad. Op die plek begint over een halfuur een openluchtkerkdienst die wekelijks door leden van de Shouwanggemeente, een niet-geregistreerde kerk in Peking, wordt georganiseerd.

Een ondergrondse kerk die haar eredienst ‘op straat’ houdt, dat mag wel in de krant, en daarom ga ik een keer mee. Maar zo eenvoudig is dat niet.

„Blijf hier en wacht tot ik terugkom”, zegt Mike nadat we zijn gearriveerd. Hij kijkt op zijn horloge en loopt alleen verder, in de richting van het park. „Ik verwacht rond kwart voor tien weer bij je te zijn”, roept hij nog.

Het parkje, met in het midden een plein, is nog volslagen verlaten; toch oogt het alsof er iets bijzonders staat te gebeuren. Zo is het volledig met afzettingsstrips gemarkeerd en afgesloten. Wie dacht daar wel even overheen te kunnen stappen, vergist zich. Op diverse plaatsen staan politieagenten opgesteld. En daar blijft het niet bij. In een zijstraat zijn enkele donkergekleurde arrestatiebusjes geparkeerd.

Mike, een van de vaste bezoekers van deze zondagse dienst, had me van tevoren al verteld wat er die ochtend zou gebeuren. De openluchtdienst kent namelijk een vast verloop, zeg maar een liturgie. Maar die wordt niet door de gemeente, maar door de politie bepaald. „Zodra je het plein opstapt komt er iemand op je af met de vraag: Ben je van Shouwang? Zeg je ja, dan word je bij de arm genomen, het gereedstaande arrestantenbusje ingeduwd en naar een politiebureau gebracht. Daar word je dan een paar uur vastgehouden. Vorig jaar was dat nog wel eens 24 of zelfs 48 uur. Nu is dat hooguit enkele uren, lang genoeg om te voorkomen dat er die ochtend een dienst wordt gehouden.”

Mike weet waarover hij het heeft, want iedere zondagochtend stapt hij, samen met een tiental andere gemeenteleden, af op „the platform”, zoals het plein steevast door hen wordt genoemd.

Nadat Mike uit het zicht is verdwenen, loop ik een rondje om het park om te zien hoe stevig het wel niet is afgegrendeld. Dat laat dus niets aan de onzekerheid over. Alsof er een massademonstratie aan de gang is, zo strak is het park ‘dichtgeplakt’. En op verschillende plaatsen kijken politieagenten me argwanend maar vastbesloten aan: wat doet die vent met dat rugzakje hier, zo vroeg op de zondag?

Even voor tienen, iets later dan gepland, komt Mike het park weer uitlopen, alsof er niets is gebeurd. Maar dat laatste is schijn natuurlijk, want het politieritueel, de wekelijkse liturgie van arrestatie, ondervraging en vrijlating, heeft hij ook dit keer weer ondergaan en voor de zoveelste keer is zo voorkomen dat niet-geregistreerde, dus illegale christenen openlijk hun geloof belijden.

Bloednerveus

Begin vorig jaar, toen de openluchtdiensten begonnen, stonden er op het plein nog honderden gemeenteleden te luisteren, te bidden en te zingen, tot ze werden afgevoerd, vastgezet en ondervraagd. Inmiddels is dat geslonken tot een groepje van vijftien tot twintig mensen: een harde kern van veelal jonge gemeenteleden waartoe ook Mike behoort. Kennelijk is het politieritueel minder onschuldig dan op het eerste gezicht lijkt.

Dat beamen ook Jennet en Sally. De twee jonge vrouwen waren tot voor kort vaste bezoekers van het plein, maar ze kunnen het niet meer opbrengen. De ondervragingen door de politie ervoeren ze als behoorlijk intimiderend. „Bloednerveus werd ik als ze tegenover me zaten en van wal staken”, zegt Sally. „Vergeet niet dat die lui professionele ondervragers zijn, die weten hoe ze je moeten raken.”

Een „strijd tegen duistere machten” noemt Jennet de ondervragingssessies. „Ze bleven maar vragen en zagen. En: paaien. „Je bent nog zo jong, waarom zou je zulke gekke dingen doen?” zeiden ze dan.”

Nog zwaarder werd het toen de vrouwen hun woning werden uitgezet, bij wijze van represaille. Tot drie keer toe zetten de autoriteiten verhuurders onder druk om het contract met de twee afzonderlijk op te zeggen, en stonden ze op straat. Van anderen hoorden ze dat die hun baan waren kwijtgeraakt, of de stad uit werden gestuurd, terug naar hun geboortedorp of -stad.

De twee zeggen dat ze iedere keer na zo’n verhoorsessie zich ook weer geestelijk sterker voelden worden. „Ik kreeg toch telkens weer kracht om op God te vertrouwen”, zegt Jennet. „Hij overtuigde me er steeds weer van dat Hij de enige was aan Wie ik me kon overgeven.”

„Toch maar liever even niet meer”, luidt hun reactie op de vraag of de twee nog naar het platform zullen teruggaan.

Hoe doet Mike dat dan? Iedere zondagochtend weer daarheen, terwijl hij weet dat hij wordt opgepakt en niet zeker is dat het goed met hem afloopt? „Ik ervaar dit als Gods roeping”, zegt hij. „Als het volgen van Zijn leiding, en als ik dát voor ogen houd, voel ik me rustig, zelfs blij, ook al zit ik op het politiebureau.”

Hij voegt eraan toe dat zijn wekelijkse ‘belagers’ zich ook steeds minder intimiderend gedragen. „Vroeger schreeuwden ze nogal eens tegen me, vielen er klappen. Nu lijkt het meer op een routineklus die na een paar uur geklaard is.”

Niet voor alle gemeenteleden geldt die meer relaxte aanpak. Zo zitten er nogal wat notoire bezoekers van ”the platform” iedere week tijdelijk –namelijk rond de zondag– onder huisarrest. Een van hen is Amos, een dertiger die, zo blijkt uit zijn woorden, zich door niets en niemand laat intimideren.

Huisarrest

Als ik Amos in zijn flatwoning bezoek, is de ruimte voor zijn voordeur verlaten. Tijdens zijn weekendhuisarrest, dat steevast op donderdag begint en op maandag eindigt, hangen er altijd ”veiligheidsmannetjes” rond zijn deur, die hem beletten het huis uit te gaan. Al bijna twee jaar gaat het zo, iedere week opnieuw.

Maar het kan nog erger, weet Amos, want sommige kerkenraadsleden en drie voorgangers hebben permanent huisarrest gekregen, en dat allemaal om te voorkomen dat ze het plein zullen bezoeken.

Een van hen laat weten zich daaronder „hoogst ongemakkelijk” te voelen. „Je kunt nergens heen, zelfs de tuin mocht ik niet meer in. Dag en nacht zaten en lagen ze bij alle deuren: maar liefst vijf leden van de veiligheidsdienst.”

Wat vooral voor spanning zorgde, niet het minst onder zijn gezinsleden, was dat hij niet naar zijn werk kon en dus werkloos dreigde te raken. Een jaar later werd de controle minder streng, mocht hij zelfs weer naar zijn werk, zij het onder begeleiding.

Zoals gezegd, is Amos niet van plan om in te binden en blijft hij de zondagse samenkomsten op het plein bezoeken. Dat voornemen is verankerd in een visie die hij deelt met andere gemeenteleden van Shouwang en die is samengevat in de Bijbelse roeping van de gemeente als ”stad op een berg”. „Veel niet-geregistreerde kerken in China zijn passief en onzichtbaar”, vindt Amos, „terwijl er juist in dit land zo veel onrecht is waartegen zij zich moeten uitspreken.”

Hij wijst op corruptie in het bestuur, op de grootschalige milieuvervuiling en op abortus. „De staat heeft ons uiteengedreven in kleine, onzichtbare huis- en familiekerken. Duizenden zijn er in deze grote stad, met hooguit 30 tot 60 leden, soms 100. Dat zijn we zat: wij willen Gods roeping om een lichtend licht te zijn, een stad op een berg, beantwoorden en weer zichtbaar worden in de samenleving. Hoorbaar ook, bijvoorbeeld door ons uit te spreken tegen grootschalige abortuspraktijken in dit land en tegen andere misstanden. Dat komt ook het geestelijke leven van onszelf ten goede.”

Met die laatste opmerking is lang niet iedereen het eens. De uitdagende openluchtdiensten hebben de gemeente zelfs tot op het bot verdeeld en ze leidden tot een fikse afkalving van het aantal leden, nu nog zo’n 400 tot 500. Een van de vier predikanten en enkele gemeenteleiders zijn uit het kerkverband gestapt. De overige drie voorgangers staan onder huisarrest. Veel leden van Shouwang bezoeken inmiddels diensten van andere huisgemeenten.

Wachten

Hoelang blijft Amos met zijn zondagse actie doorgaan? „Ik stop daar niet mee”, zegt hij resoluut. Hij voegt eraan toe overtuigd te zijn van Gods leiding in deze ontwikkeling, waarbij de kerk weer publiekelijk optreedt. Als het zou betekenen dat Shouwang ophoudt te bestaan, zou hem dat niet weerhouden om door te gaan. „Wat heb je aan een kerk die misschien wel groot is maar niet Gods leiding volgt?”

Andere kopstukken binnen de kerk zijn voorzichtiger. Een van hen zegt dat ze „gezamenlijk wachten” op Gods leiding. Maar ook bij hen is er nog geen neiging tot capitulatie. „De lastige situatie waarin we nu zitten, hoeft immers nog niet te betekenen dat God een ander plan heeft en dat Hij zou willen dat we weer in kleinere familiekerkjes uiteengaan.”

Dit is het tweede artikel in een serie van drie over christenen in China. Volgende week: op bezoek bij Tibetaanse christenen.


Wachten op de sleutel

Niet de openluchtdiensten, maar het binnenskamers gezamenlijk erediensten beleggen, was het begin van de problemen voor de Shouwangkerk van Peking.

Deze kerk, die al sinds 1993 bestaat, vooral bezocht wordt door hoogopgeleide Chinezen, en bekendstaat om haar goed opgezette structuur, probeerde in 2005 tevergeefs zich als onafhankelijke kerk te laten registreren, naast (en dus niet onder) de officiële staatskerk van China, de Drie Zelfbeweging.

Vervolgens leidde de Bijbelse visie van de gemeente als ”zichtbare stad op een berg” ertoe dat de tientallen afzonderlijke (en onzichtbare) familiegemeenten van Shouwang zich op zondag verzamelen in één grote gehuurde zaal. Tot ergernis van de autoriteiten, die in het voorjaar van 2008 ingrepen. De huur werd opgezegd en kantooreigenaren onder druk gezet om deze gemeente als huurder te boycotten.

Die obstructie leidde tot het besluit een eigen ruimte te kópen, om daarmee af te zijn van het tegenwerken door verhuurders. Tot hun eigen verbazing slaagden de gemeenteleden erin daarvoor zelf de nodige gelden op te brengen – meer dan 26 miljoen yuan.

Eind 2009 volgde de koop van 16.000 vierkante meter vergaderruimte op de tweede verdieping van een kantoorgebouw in Peking. Maar prompt werd de makelaar onder druk gezet om de sleutel niet te overhandigen.

Daarmee was de patstelling compleet. Vergaderruimte huren was er niet bij, maar ook kopen werd dus onmogelijk gemaakt. Het enige wat overbleef was weer in kleine kringen uiteengaan of massale openluchtbijeenkomsten houden.

April vorig jaar vierden gemeenteleden hun eerste dienst in de openlucht en tot op de dag van vandaag gebeurt dat, zij het met steeds minder deelnemers vanwege de intimidatietactiek van de autoriteiten. In 2010 bood de makelaar aan om het koopcontract open te breken en de koopsom terug te betalen, maar de gemeente weigerde daarop in te gaan.