Bestand schept hoop in Nepalese dorpen

TANSEN (IPS) - De schotenwisselingen zijn gestaakt, de rebellen eisen niet langer levensmiddelen op en bussen worden niet meer zo vaak aangehouden om belastingen te innen bij de passagiers. Dorpelingen in Palpa, een district in het westen van Nepal, zien heel wat verbeteringen sinds de maoïstische rebellen op 3 september een eenzijdige wapenstilstand afkondigden. Nu moet de regering ook maar gauw over de brug komen, vinden de Nepalezen.

Het einde van de zomer is vol hoop in Palpa. Dorpelingen drijven volgegeten geiten en koeien voor zich uit langs paadjes die door de heuvels kronkelen. De toppen van de Annapurnaketen gaan schuil achter late moessonwolken, maar af en toe doet de zon de rijstvelden in de lieflijke valleien smaragdgroen oplichten.

De schaduw die de maoïstische rebellie de achterliggende negen jaar over grote delen van het Nepalese platteland wierp, lijkt ook minder donker te worden. In het dorpje Buddhikot zit het schoolhoofd Jagarnath Sharma op een stromat onder een grote pipalboom. De omgeving van Buddhikot had weinig te lijden onder de opstand, omdat het dorp ver van de rebellenroutes ligt. Toch zijn er de achterliggende jaren en af en toe doden gevallen bij confrontaties tussen het leger en de maoïsten.

„Maar na de wapenstilstand is het rustig gebleven”, zegt Sharma. „De mensen willen dat beide kampen hun wapens laten rusten en dat er eindelijk vrede komt.”

De maoïstische rebellen hebben al vaker een staakt-het-vuren afgekondigd, maar nu lijkt de regering van koning Gyanendra met de rug tegen de muur te staan. Gyanendra trok op 1 februari alle macht naar zich toe. Internationaal kwam er daarop veel kritiek.

De belangrijkste bondgenoten van het koninkrijk zetten hun hulp stop. Smeekbeden van de Nepalese regering voor steun bij de bestrijding van de ”terroristen” op haar grondgebied, worden genegeerd. Door het vredesaanbod van de rebellen af te wijzen, is Gyanendra nog verder geïsoleerd geraakt.

Een verbond van de belangrijkste partijen organiseert dagelijkse protestacties in de straten van Kathmandu. De oproerpolitie pakt de tegenstanders van het regime zwaar aan. Het overvloedig ingezette traangas is al af en toe in schoolgebouwen gebruikt. Studentenleiders klagen over folteringen, vrouwelijke arrestanten zeggen dat ze misbruikt zijn door de politie.

Vrijdag werden tachtig journalisten gearresteerd die protesteerden in de verboden zone. Drie dagen eerder waren 87 academici en 290 andere betogers voor korte tijd opgepakt. Er wordt systematisch gefolterd in de Nepalese gevangenissen, verklaarde VN-expert Matthew Novak na een bezoek aan Nepal vorige week.

De rebellen zijn door het staakt-het-vuren ook geen koorknapen geworden. Volgens de Nepalese kranten en een comité dat Nepalese burgerorganisaties hebben opgezet om het bestand te controleren, hebben de rebellen in afgelegen gebieden nauwelijks verandering gebracht in hun optreden. Ze blijven met name bussen en andere grote voertuigen tegenhouden om revolutionaire belastingen te innen. Volgens de VN bezondigen ook de rebellen zich aan folterpraktijken.

Maar sinds de afkondiging van het bestand voelen de mensen in de door de rebellen gecontroleerde gebieden zich vrijer. „Ik kan nu gaan en staan waar ik wil”, zegt een medewerker van een lokale niet-gouvernementele organisatie in Chandraban Ratmata, een dorpje in de buurt van Buddhikot. „Vroeger had ik veel problemen.”

„Het vertrouwen van de mensen groeit”, zegt een medewerker van het Rode Kruis in Tansen, de belangrijkste stad van Palpa. „Ze kunnen weer veilig reizen. Ze hebben niet meer de indruk dat alles almaar erger wordt.”

Maar de rebellen alleen kunnen niet voor vrede en welvaart zorgen. Yog Prasad Bhattarai, de eigenaar van een winkel in Tansen, ziet de toekomst somber in. Zijn zaken gaan niet beter door het bestand. En hij kan ook nog altijd niet telefoneren. Het leger legde in februari het telefoonnet lam om de machtsovername door de koning te vergemakkelijken, en sindsdien is telefoneren in Nepal moeilijk gebleven.