Angst voor tweede Tsjernobyl in Oost-Oekraïne

4

De Oost-Oekraïense provincie Donbass zit al vier jaar in de oorlog. Maar nu dreigt er ook nog eens een milieuramp in het gebied. „We moeten een tweede Tsjernobyl voorkomen.”

Bij de thee serveert Lilia Vasilenko soep, bietensalade en glibberige plakjes salo. Dat laatste is puur varkensvet. „Eet”, gebaart ze, terwijl ze tegelijkertijd haar rondkruipende baby in de gaten houdt.

Ze babbelt verder over haar uitzicht op het industriegebied. „Mijn Parijs”, noemt ze grappend de mast van de brandweerkazerne waarin de vorm van de Eiffeltoren te herkennen is. De mast staat naast de pijpen van de fenolfabriek. Dan wordt ze plotseling ernstig. „Een klein brokje naftaleen ruik je van ver. Als de fabriek ontploft, zijn we er allemaal geweest.”

De omgeving stinkt naar fenol. Dat het ongezond is om in het Oost-Oekraïense stadje Novgorodske te wonen, dat weet Lilia. Ze kan ermee leven. Fenol is een extract van steenkool en wordt gebruikt voor de fabricage van plastic. Naftaleen is een grondstof voor mottenballen en oplosmiddel.

Lilia’s vader, de gepensioneerde mijnwerker Oleg Vasilenko, schuift aan voor de lunch. Hij zit vol verhalen over buren en familieleden die overleden aan kanker. Maar de oorlog tussen het Oekraïense leger en de door Rusland gesteunde milities brengt nieuwe risico’s. „Mijn jongste weet van niets”, zegt Lilia over de rumoerige eenjarige. „Maar mijn oudste zoon van zes begrijpt het gevaar. „Mam, ik ben bang”, zegt hij als we in de achterkamer schuilen voor het schieten.”

Frontlinie

Hoewel inmiddels 1,5 miljoen mensen het frontgebied ontvluchtten, wonen er nog steeds tienduizenden mensen langs de frontlinie in Oost-Oekraïne. De VN en de waarnemersorganisatie OVSE waarschuwen doorlopend voor het risico van een chemische ramp. De Nederlandse vredesorganisatie PAX bracht onlangs de risico’s in kaart.

In het gebied waar de oorlog woedt, Donbass, het bekken van de rivier de Donets, bevinden zich energiecentrales, steenkolenmijnen, chemische fabrieken en veeteeltbedrijven. In Novgorodske is de fabriek nog niet eens het grootste probleem. Het afvaldepot dat bij de fabriek hoort, leidt tot veel grotere zorgen. De opslag ligt op enkele honderden meters van de militaire stellingen. Het is een open meer met 350.000 liter aan vloeibare chemische stoffen. Als de dam van het bassin wordt geraakt, kan dit gif in het grondwater komen en zo een heel gebied onbewoonbaar maken.

De steenkolenmijnen, waarvan er in Donbass veel zijn, vormen een groot risico voor de watervoorziening. In het nabijgelegen stadje Toretsk, waar voormalig mijnwerker Oleg Vasilenko woont, is de mijn Tsentralnaja de trots van de omgeving. Hoewel tientallen mijnen in de omgeving stilliggen wegens de oorlog, nemen hier dagelijks nog honderden mannen de lift naar beneden, de donkere, hete aarde in, terwijl verderop de artillerie buldert.

De onderdirecteur van de mijn, Victor Hert, maakt zich grote zorgen. Als de pompen van de mijn stilvallen, loopt de schacht vol water. Dat kan een ramp veroorzaken. „Het is vaak de vraag wat er zich precies onder de grond bevindt”, aldus Hert. „In de afgelopen eeuw is industrieel afval gedumpt in mijnschachten, vaak illegaal of niet gedocumenteerd. We weten het vaak niet.”

Ook bij mijnen die niet functioneren moet er blijvend worden gepompt, anders kan er zwavel en chloor in het grondwater komen. Via de rivieren kan het drinkwater dan in een groot deel van Oost-Oekraïne en het westen van Rusland worden vervuild.

Kernbom

Wat er aan de andere kant van het front gebeurt, weet Hert niet. De OVSE waarschuwt dat inmiddels 37 mijnen nabij de frontlinie geheel of gedeeltelijk zijn volgestroomd. Het grootste deel daarvan bevindt zich in gebied dat in handen is van door Rusland gesteunde milities.

Recent waarschuwde de Oekraïense minister Ostap Semerak (Milieu) voor de Joenkommijn in industriestad Jenakijeve. Volgens de minister zouden de milities het pompen willen stoppen. Diep in de kolenmijn bevindt zich een capsule waar tijdens de Sovjet-Unie een kleine kernbom tot ontploffing is gebracht. Volgens de milities is er geen gevaar, maar de OVSE zegt van wel. Er zou 500 kubieke meter radioactief water in het grondwater kunnen komen. Dat zou „een tweede Tsjernobyl” zijn, zegt minister Semerak.

De afspraken tussen de strijdende partijen over een staakt-het-vuren rond fabrieken zijn vaak wankel. Onlangs werd dicht bij de stad Donetsk een busje medewerkers van een waterfilterstation beschoten, waarbij vijf mannen gewond raakten. Wie er schoot en waarom is niet duidelijk. Wel werd het station uit voorzorg stilgelegd, waardoor tienduizenden mensen zonder drinkwater kwamen te zitten. Het Rode Kruis moest vaten met water leveren om de bewoners van het gebied te voorzien.

Sinds november is er wel een akkoord over het afvaldepot van de fenolfabriek in Novgorodske, waardoor de routinecontrole aan de omringende dam is hervat. Maar de rust die nodig is om in dit gebied onderhoud te plegen, ontbreekt al drie jaar.

Lilia Vasilenko is tegen het stilleggen van de fabriek of de steenkolenmijnen. „De fabriek is onze levensader”, zegt ze. De fabriek biedt werk aan ruim 600 mensen en is daarmee de enige economische troef van Novgorodske. „In Donbass heb je kolenmijnen en fabrieken, meer is er niet.”

„Als het hier misgaat, gaat het ook goed mis”

Wim Zwijnenburg, medewerker van Vredesorganisatie PAX, is gespecialiseerd in de gevolgen van gewapende conflicten voor gezondheid en milieu. Hij deed onderzoek in Syrië en Irak en vorig jaar bracht hij de risico’s in Oost-Oekraïne in kaart.

Door te spreken met inwoners van het gebied zag hij de „gelaagdheid van het probleem”, vertelt hij. „Mensen werken er al hun hele leven in een vervuilende industrie. Daar komt nu de dreiging van continue beschietingen bij. Er is een soort gelatenheid. „We gaan toch al voortijdig dood door ons werk, dit kan er ook wel bij”, is de houding. Die overlevingsstrategie snap ik wel, maar toch schrik ik daar als buitenstaander van. We moeten veel meer doen om de risico’s van burgers in conflicten te beperken.”

U reist veel door conflictgebieden. Wat maakt Oekraïne anders?

„Ik zie Oekraïne als voorbode. Deze oorlog vertelt ons iets over toekomstige conflicten. Dit is een conflict in een westers land, in een dichtbevolkt gebied met veel industrie. Wereldwijd is er sprake van verstedelijking. Aan de randen van Europa zijn veel gebieden met vergelijkbaar conflictpotentieel. Denk aan Mosul in Irak, waar veel zware industrie is. Of aan de buitenwijken van Damascus, waar we de gevolgen zien van bombarderen in woonwijken.”

Hoe is het risico in Oekraïne in vergelijking met andere oorlogsgebieden?

„De schaal is anders. Als er in Syrië of Irak een olieraffinaderij wordt geraakt, ontstaat er een lokaal probleem, met een impact van 5 tot 10 kilometer. In Oost-Oekraïne is een opeenhoping van industrie, waar allerlei chemicaliën mee gemoeid zijn. Als het daar misgaat, gaat het gelijk goed mis. Dan is de ramp in potentie veel groter dan in andere conflictgebieden. Een hele regio kan zomaar ineens onbewoonbaar worden.”

Wat moet er gebeuren?

„Het is heel belangrijk de risico’s in kaart te krijgen en dat verhaal naar buiten te brengen. Ook strijdende partijen zelf moeten gedegen informatie hebben over de risico’s voor burgers. Bij internationale organisaties is dat kwartje inmiddels gevallen. Zo zetten de OVSE en de VN steeds vaker specialisten in die tijdens conflicten al monitoren.

Uiteindelijk ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de strijdende partijen, in dit geval het Oekraïense leger en de pro-Russische milities. Zij moeten delen wat er aan risico’s bij hen bekend is. Maar het identificeren en monitoren van milieurisico’s gebeurt niet of nauwelijks. Daar moet meer geld en bredere steun voor komen.”

Zien de militairen het gevaar?

„We spraken met de plaatselijke militaire commandant in Novgorodske. Hij wist nauwelijks van het afvaldepot bij de fabriek. Milieugevolgen staan nu eenmaal niet op de radar bij militairen, terwijl giftige stoffen wel acute of chronisch gezondheidsrisico’s opleveren voor burgers.

Aangetaste landbouwgrond of drinkwater bemoeilijkt de wederopbouw. Dat zagen we duidelijk in Irak, waar vluchtelingen leven onder de zwarte rook van brandende oliebronnen. In Syrië is de hele olie-industrie kapotgebombardeerd door de VS-geleide coalitie en Rusland. Soldaten denken vaak aan militaire kansen voor de korte termijn. Voor de milieukant ontbreekt een langetermijnstrategie.”

Er leven nog zo’n 3 miljoen mensen aan de Russische kant van het front. Hoe is de toegang tot dat gebied?

„Ik zou graag naar dat gebied willen. Bijvoorbeeld de mijnen bezoeken die nu dreigen vol te lopen, of de fabrieken waar zelfs de OVSE geen toegang toe heeft. Hoe beïnvloedt deze dreiging het leven van de mensen daar? Maar om in dat gebied te komen is heel lastig.”