Zwarte Zondag eiste tien levens in gehucht Punthorst

De twee kruizen in de berm van de Dekkersweg in Punthorst hadden er eigenlijk tien moeten zijn. Nadat een verzetstrijder en de Franse parachutist Yves Loichot werden doodgeschoten, werden in koelen bloede acht Punthorsters geëxecuteerd. beeld Eelco Kuiken Eelco Kuiken
2

PUNTHORST. Twee kruisen staan er in de berm van de Dekkersweg in Punthorst. Het hadden er eigenlijk tien moeten zijn. Op zondag 8 april 1945 vallen in het gehucht in de zuidpunt van de gemeente Staphorst tijdens een uitbarsting van geweld tien doden.

Het zonnetje spiekt tussen de voorjaarswolken door. Op de twee witte kruisen staan de namen Yves Loichot en Jacobus Cornelis de Roos. Op deze plek –vandaag precies zeventig jaar geleden– sterft dit duo nadat ze vanuit een zolderraam zijn beschoten. Het is het begin van een kettingreactie die tien levens eist.

Verouderde stafkaarten

In de vroege ochtend van zondag 8 april 1945 landen er in Drenthe en Noord-Overijssel 702 Franse parachutisten. De Franse para’s maken deel uit van de Franse SAS-elite-eenheden. Tijdens de operatie Amherst moeten ze helpen het laatste Duitse troepen uit Drenthe te verdrijven.

Omdat de SAS-eenheden verouderde stafkaarten hebben, is de 15e paragroep, bestaande uit zo’n 25 militairen, op de verkeerde plaats afgesprongen. Ze komen terecht tussen Staphorst en Den Hulst in Punthorst.

Met hulp van onderduikster Miep van Werven uit Den Hulst, die goed Frans spreekt, komen de Fransen terecht in de nabijgelegen Staatsbossen. Hier houdt de verzetsgroep van Cornelis Bonvanie zich schuil. Deze groep is blij verrast over de komst van zo veel vuurkracht.

Arrestatie NSB-families

Na overleg met de Fransen besluiten ze om de NSB-families uit de omgeving te arresteren. Verzetsman Kees de Roos en de Franse parachutist Yves Loichot gaan op de motorfiets op weg naar de families Sterken, Prins en Santing, fervente NSB’ers.

Deze wonen allemaal in de buurt. Eerst rijden ze naar het huis van de familie Prins. Ze arresteren drie personen en brengen hen naar de Staatsbossen. Daarna gaan ze op weg naar de boerderij van de familie Santing aan de Dekkersweg in Punthorst. Daar gaat het gruwelijk mis.

Voor de boerderij van Santing gaan Loichot en De Roos in de slootwal liggen. Ze houden de hoeve onder schot. Dan komen twee personen met hun fiets naar buiten. Het zijn de landwachter Harm Santing en een vriend, ook landwachter. Kees de Roos schreeuwt: „Geef je over of ik schiet.” De twee mannen vluchten direct naar binnen. De Roos en Loichot openen het vuur, waarbij ze Santing in de arm treffen. Zijn vriend en medelandwachter kiest het hazenpad en ontkomt.

De broers Santing, Jacob, Willem en Harm, spoeden zich naar de zolder. Waarschijnlijk is het Jacob die vanuit het zolderraam De Roos en Loichot door het hoofd schiet. Ze zijn op slag dood.

Harrie Ploeger uit Meppel ziet het gebeuren. Hij snelt naar de buren, de familie Spijkerman. Lenie, de dochter des huizes, spoedt zich direct naar de Staatsbossen om de Fransen en de verzetsstrijders in te lichten over de dramatische gebeurtenis.

Raoul Loichot, de tweelingbroer van de gedode Yves Loichot, gaat meteen met twee maten en leden van het verzet naar de boerderij van Santing.

Ze openen voorzichtig de zijdeur. Ze schreeuwen, maar horen niets. Dan schieten ze door een verdachte berg hooi op de deel. Ze horen geschreeuw en er komen vier met bloed besmeurde mannen tevoorschijn. Op de vraag in het Duits van para Jacques Noel wie de parachutisten neerschoot, antwoordt Jacob Santing brutaal: „Dat waren wij.” De broers Jacob Santing, Willem Santing, Harm Santing, en vader Hendrik Santing worden ter plekke doodgeschoten.

Woedend

De verzetsgroep van Cornelis Bonvanie is woedend. Nog diezelfde avond worden de NSB’ers Klaas Prins en Rutger Prins, die ’s morgens al waren gearresteerd, de vrouw van Hendrik Santing en de 15-jarige Alex Duif geëxecuteerd.

Alex, ook uit een NSB-familie, was die ochtend eveneens ingerekend door het verzet. Hij fietste samen men een koerierster van het verzet en een oudere man in het bos. De koerierster en de man worden vrijgelaten, maar Alex is een lastige knaap. Hij moet dit met de dood bekopen.

Derk Jan Prins, zoon van Klaas Prins, overleeft de moordpartij door weg te rennen.

Plaatselijk historicus Willem Kappe, geboren in Staphorst en nu woonachtig in Nijkerk, deed uitgebreid onderzoek naar het drama. Hij bestudeerde rapporten en las een boekje dat Raoul Loichot in 1992 schreef over de gebeurtenissen in Punthorst. „De leden van het verzet die de executies uitvoerden, zijn rond 1952 veroordeeld tot drie maanden cel, maar de heren waren net terug uit Indië. Ze konden niet worden veroordeeld, vond men in hogere kringen. Alles is geseponeerd”, zegt Kappe.

Veel te ver

De Nijkerker vindt dat de verzetsgroep veel te ver ging. „De familie Prins was weliswaar aanhanger van de NSB, maar ze heeft nooit iemand een haar gekrenkt. Vooral de executie van de 15-jarige jongen was niet te verantwoorden.”

Het gaat volgens Kappe om dezelfde verzetsgroep die op 7 september 1944 de hoge SS’er Nicolaas van der Schatte Olivier doodschoot op de Kanlaan, ook in Punthorst. Naar aanleiding hiervan werden er twintig Staphorsters opgepakt en afgevoerd naar Neuengamme. Niemand keerde terug.

De leden van verzetsgroep Bonvanie hebben volgens Kappe afgesproken nooit over hun verzetsdaden te praten.