Na coronastorm voelt burgemeester zich nog steeds verdoofd

Nederland
De Nunspeetse burgemeester Breunis van de Weerd (l.) praat met collega Eddy Bilder (Zwartewaterland) graag nog eens door over de langetermijnimpact van de coronacrisis. beeld RD, Anton Dommerholt

„Zoveel slachtoffers hadden we zelfs in de Tweede Wereldoorlog niet”, zegt de Nunspeetse burgemeester Breunis van de Weerd. In zijn gemeente stierven zeker tachtig mensen aan corona. Ook Zwartewaterland is met ruim vijftig doden zwaar getroffen. Burgemeester Eddy Bilder: „Ik voel me nog steeds verdoofd.”

Twee maanden is het al crisis. Nu het ergste achter de rug lijkt, ontmoeten de twee burgemeester elkaar in de ruime werkkamer van Bilder in het grotendeels verlaten gemeentehuis in Hasselt. Bij binnenkomst is handenschudden taboe. De lange tafel is groot genoeg om 1,5 meter afstand te houden. Voor het eerst sinds 12 maart komt Van de Weerd ambtshalve weer buiten de gemeentegrenzen. Bij de burgemeester van Zwartewaterland lopen mensen de deur nog niet plat. „Ik heb alle fractievoorzitters uitgenodigd, maar ze durven niet te komen. De schrik zit er nog goed in.”

Waart het virus nog rond in jullie gemeente?

Bilder: „In Hasselt lijkt het voorbij. Maar in Genemuiden is het virus nog actief. Weken zonder sterfgevallen maakte ik nog niet mee, wel dagen.”

Van de Weerd: „Twee weken geleden stierven er nog zeven mensen aan. Vorige week niet een. Maar het kan heel goed dat er deze week weer een enkel sterfgeval wordt gemeld.”

In Nunspeet kwamen ruim tachtig mensen om door corona, in Zwartewaterland meer dan vijftig. Wat doen zulke cijfers met u?

Bilder: „Op 12 maart werd ik uit de raadsvergadering geroepen toen twee mensen in onze gemeente besmet bleken. Sindsdien sta ik in crisisstand. Het aantal besmettingen liep snel op. Regelmatig werd ik bijgepraat en voorbereid door huisartsen. „Houd er rekening mee dat deze tien mensen gaan sterven”, zeiden ze in maart tegen mij. Tien mensen dacht ik, dat zal toch zeker niet gebeuren? Maar het is zelfs gebeurd dat in één weekend al tien mensen stierven. Velen kende ik persoonlijk. Zo stond in mijn agenda dat ik deze week de oudste vrouw van onze gemeente een verjaardagsbezoek zou brengen. Ze is helaas geen 108 geworden. Ik voel me nog steeds verdoofd. Lange tijd hoopte ik wakker te worden uit een slechte droom.”

Van de Weerd herkent dat verdoofde gevoel. „Tachtig slachtoffers hadden we zelfs in de Tweede Wereldoorlog niet. Het kwam voor mij dichtbij toen een oud-gemeentemedewerker stierf. Ik was er ontdaan van. Maar veel vaker waren het kille getallen, bijvoorbeeld drie in het verpleeghuis. Daar neem je kennis van. In Nunspeet en andere plaatsen gebeurde een stille ramp. Die ervaar je heel anders dan bijvoorbeeld het surfdrama in Scheveningen deze week.”

Welke impact had het virus op uw gemeente?

Bilder: „Hasselt kreeg een keiharde dreun. Op het dieptepunt waren de straten stil en verlaten. Nu pakken de mensen langzaam het leven weer op. Genemuiden heeft ook een fors aantal sterfgevallen. In verzorgingshuis De Meente stierven meer mensen dan in verzorgingshuis De Hazelaar in Hasselt. Vooral het overlijden in eenzaamheid sneed mij door de ziel. Ik had huilende mensen aan de telefoon die niet naar hun stervende ouders mochten. Hartverscheurend. In de gemeenschappen hier wordt groots begraven en spreken mensen troostende woorden. Dat nabestaanden dat allemaal is onthouden en ze met z’n tienen moesten samenkomen in een grote kerk, is een extra klap. Ik vraag me af wat dat voor de verwerking gaat betekenen als mensen ontwaken uit hun verdoving.”

Van de Weerd: „Hier praat ik graag nog eens met je over door. In Nunspeet speelt hetzelfde. Ook professionals hebben zware tijden meegemaakt. Zo weet ik van een zorgmedewerker die zelfmoord pleegde. Die persoon kon niet langer aanzien wat er in verpleeghuizen gebeurde. Het lijkt op de vreselijke dingen die militairen tijdens hun uitzending meemaakten en daardoor een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ontwikkelden. Met Defensie had ik hierover inmiddels contact. We zoeken als gemeente uit wat we met deze inzichten kunnen voor de zwaarst getroffenen.

Bij de bevolking proef ik ook de behoefte aan herdenking. Met onder meer kerken zoeken we naar manieren om dat vorm te geven. Er wordt gesproken over een monument.”

Bilder: „Ook Zwartewaterland denkt aan een monument. Een fysieke plek kan helpen bij de rouwverwerking.

Jouw opmerking over PTSS doet mij denken aan mensen die met het drama van Putten in 1944 te maken hadden. Tientallen jaren hebben ze ermee geleefd. Ik leerde deze mensen kennen toen ze oud waren. Het trauma kwam boven zodra ze tijd hadden om erover na te denken. Als mensen te kampen hebben met onverwerkt verdriet, hebben ze hulp nodig. En de gelijkenis met militairen vind ik treffend. Ik vind dat gemeenten zoals Nunspeet en Zwartewaterland de handen ineen moeten slaan en mensen die zwaar getroffen zijn zo goed mogelijk moeten helpen. Zo houden we de schade in de nafase beperkt.”

In Nunspeet en Zwartewaterland wonen veel christenen. Welke rol speelde het geloof?

Bilder: „In de volle breedte van de samenleving is een groot aantal mensen over het geloof, de waarde van het gebed en het toevlucht zoeken gaan praten. Het viel mij op dat ook randkerkelijken daar heldere uitspraken over deden. Mensen moedigden elkaar aan tot gebed, zeiden tegen elkaar: „Het enige wat we nu nog kunnen doen, is bidden.” Velen wensten elkaar Gods zegen toe. Dat gebeurde hier altijd al, maar nu veel breder. Mensen die zich anders eerder neutraal zouden uitdrukken, kozen er nu nadrukkelijk voor om kleur te bekennen en gaven uiting aan wat hen ten diepste drijft.”

Van de Weerd: „Ik zag dat ook in onze gemeente.

Maar als burgemeester kon ik daar niet goed in mee, omdat ik een neutrale rol moet vervullen. Ik communiceerde via open brieven die in de media verschenen. Met Pasen probeerde ik uiteraard wel iets mee te geven over de hoopvolle toekomst en heb ik de hoop uitgesproken dat mensen in de kerk die troost mochten ervaren. Maar de ruimte om als burgemeester vanuit je geloof een goede duiding te geven, heb je niet. Ik vond dat wel een spanningsveld, want het leverde mij het gevoel op dat ik het kerkelijke deel van Nunspeet niet voldoende heb bereikt. Dat beleeft de coronacrisis toch anders dan je in neutrale bewoordingen kunt zeggen.”

Bilder: „Ik herken dat spanningsveld. Ik was elke zaterdagavond te gast bij de Christelijke Bejaardenomroep. Ze vroegen mij een keer of ik een woord voor de zondag had. Ik voelde de spanning, maar ik dacht: ik doe het gewoon, en kon daar toen openlijk van mijn geloof getuigen. Ik beleefde de crisis toen zo donker en kon niet anders dan mensen oproepen dat ze hun toevlucht moesten zoeken bij de Heere God en dat we het daar alleen van mogen verwachten.”

Kreeg u niet het verwijt kerk en staat te vermengen?

Bilder: „Nee. Mogelijk heb ik als CDA-burgemeester meer ruimte dan een SGP’er? Men is ook niet anders van mij gewend. Er is weleens lachend tegen mij gezegd dat ik een theocraat ben binnen het CDA. Maar de situatie was er ook naar. Als samenleving stonden we schouder aan schouder om de donkere periode door te komen. We dachten: wat overkomt ons en wat wacht ons nog? In die spanning was helemaal geen behoefte om te kijken of ik iets had gezegd waar je nog wat van kon vinden.”

In de samenleving is naar kerken gewezen als besmettingsbron. In Nunspeet werden zelfs kerken beklad. Speelden kerken in uw gemeente een rol in de verspreiding?

Van de Weerd: „In de publieke opinie werd gedacht: de diensten gaan door, dus er zullen wel veel mensen in de kerk zijn. In Nunspeet hadden we last van die discussie. Met ds. A. Schot van de gereformeerde gemeente heb ik toen meegewerkt aan een tv-item hierover. Toen buiten de kerk het beeld landde dat diensten in lege kerken werden gehouden, hoorde je er weinig mensen meer over.

Het kan dat de biddagdiensten het virus in Nunspeet hebben helpen verspreiden. Dat valt niet meer te achterhalen. Ik denk dat het virus in onze gemeente kon uitbreken doordat we een hechte gemeenschap zijn. Familiebanden zijn hier sterk en er is een actief verenigingsleven, denk aan zangkoren en sportclubs. Dat er zo snel en zo massaal in verzorgingshuizen besmettingen plaatsvonden, had ongetwijfeld te maken met de vele bezoeken.”

Bilder: „Op 15 maart hielden nog enkele kerken kleinschalige bijeenkomsten. Toen in de week daarop het aantal besmettingen flink opliep, wees ik kerken erop dat de ontwikkelingen bij ons ernstiger waren dan elders en verzocht ze daarom om in het geheel niet meer samen te komen. Daar zeiden ze allemaal direct ja op.

Een kerk had een projectkoortje voor Pasen. Daarbinnen is corona uitgebroken en sommigen zijn eraan overleden. Dit koortje was toevallig gelieerd aan een kerk, maar het had net zo goed een cultureel koortje kunnen zijn. Wijzen naar kerken is hier niet echt gebeurd.”

Hielden de inwoners zich aan de lockdown-regels?

Van de Weerd: „Nunspeters zijn geneigd regels eigenzinnig te interpreteren. In het begin gebeurde dat ook sterk, maar toen de situatie ernstig werd, bleef jong en oud zo veel mogelijk thuis. De eerste weken moesten we nauwelijks bekeuringen uitschrijven. Daarna, toen het mooi weer werd en de lockdown langer duurde, veranderde dat. Sinds een week merk ik dat er spanningen ontstaan. Er is toenemende frustratie en boosheid. Mensen krijgen korte lontjes en het begrip voor de maatregelen neemt af. Of we dat met wat schikken en plooien lang kunnen volhouden, vraag ik me af. Ik maak me daar best zorgen over.”

Bilder: „Wekenlang waren de straten in Hasselt verlaten. Nu zoeken mensen weer mogelijkheden om te ontsnappen aan het gedwongen isolement dat steeds meer begint te knellen. Het noaberschap, het naar elkaar omzien, zit bij onze inwoners diep ingebakken. Tegelijk zie ik ook dat veel mensen op hun hoede zijn en anderen aanspreken op samenscholing. Veel burgers melden het mij ook rechtstreeks als ze anderen over de schreef zien gaan.

De komende tijd wordt het zoeken naar verruimende maatregelen die niet direct schade aanrichten. Door kleine bijeenkomsten als buurtbarbecues toe te staan, accepteren mensen dat grotere evenementen niet kunnen. Maar ze kunnen er niet mee leven als er bijna niets meer mag.”

Vreest u een nieuwe uitbraak?

Van de Weerd: „Ja, maar niet per se in Nunspeet.”

Bilder: „Het in acht nemen van de basisregels kan veel besmettingen voorkomen. Maar als bijeenkomsten die nu nog niet zijn toegestaan straks weer mogen, wordt dat realistischer. Mensen vervallen dan snel weer in oude gewoonten. In Frankrijk moesten mensen uit elkaar worden gejaagd. In Zuid-Korea ontstond een nieuwe uitbraak in het uitgaansleven.”

Worden er vanaf 1 juli weer kerkdiensten gehouden met honderd bezoekers in Nunspeet en Zwartewaterland?

Bilder: „Kerkelijke gemeenten smachten ernaar om weer te kunnen samenkomen. Tegelijk wil geen enkele kerk de bron zijn van een nieuwe uitbraak. Ik ben ervan overtuigd dat we hierover met kerken verantwoorde afspraken kunnen maken.”

Van de Weerd: „Het wordt een zoektocht. Kerken zullen daar goed over moeten nadenken. Iedereen is zich bewust van de gevaren. Deze week schrok ik toen ik door experts werd bijgepraat over besmettingsrisico’s. In veel RIVM-modellen ligt de grens voor bijeenkomsten op dertig mensen. Dat getal is geen nattevingerwerk. Als grotere groepen langdurig samenkomen, stijgt de kans op besmettingen exponentieel, zeker als er ook gezongen wordt. Het zou mij niet verbazen als we nog lang aan die grens van dertig mensen vast zitten.”

Wat had in de achterliggende crisistijd anders gemoeten?

Van de Weerd: „De doorgeslagen privacywet heeft extra doden gekost. Toen het parlement debatteerde over te weinig ic-bedden, overleden bij ons massaal mensen in verpleeghuizen. Niemand wist het, want officiële instanties mochten het niet melden. De GGD zei me niet te gaan bellen als er mensen in Nunspeet waren besmet of overleden, omdat het herleidbaar was. Mijn informatie moest ik vergaren via semilegale kanalen. Toen in Elspeet de eerste coronabesmetting bekend werd, heb ik het gewoon openbaar gemaakt. Het hele dorp sprak erover, maar ik mocht er niks over zeggen. Dat kan natuurlijk niet.”

Bilder: „Ik moest ook eigen kanalen aanboren om op de hoogte te blijven en ik heb ook de regels gebroken. Ik kon niet zwijgen toen in Hasselt de eerste besmettingen bekend werden.

Waar we het straks, als de pandemie achter de rug is, over moeten hebben, is of we soms niet te rigide omgingen met regels. Ik heb momenten gehad dat ik vreesde de politie te moeten inschakelen om mensen buiten het bejaardentehuis te houden omdat ze naar hun ernstig zieke of stervende ouder wilden. Dat waren heel pijnlijke situaties waarvan je je afvraagt of ze voorkomen hadden kunnen worden.

Zonder iemand iets te verwijten, vraag ik mij ook af hoe het kon dat op sommige afdelingen in verpleeghuizen de helft van de bewoners overleed. Uit deze ramp moeten we lessen trekken voor de toekomst.”