Stichting wil bouw replica IJsselkogge

Regio Midden

De berging van de IJsselkogge bij Kampen in 2016 was een van de grootste archeologische projecten in ons land. In zijn recent verschenen boek ”De IJsselkogge. Hanzeverleden boven water” blikt maritiem archeoloog Wouter Waldus erop terug. Het wrak keert vermoedelijk terug naar de Hanzestad. Stichting Kamper Kogge wil dan een replica op ware grootte klaar hebben.

Een boot van Rijkswaterstaat vaart langzaam over de IJssel en passeert Kampen. Aan boord is een ”side scan sonar”, die nauwgezet de bodem van de rivier in kaart brengt. Het is ergens in 2009 als tijdens dit onderzoek op het scherm de reflectie van een schip verschijnt. Het is geen klein vaartuig dat daar, vlak voor de binnenstad, op een paar meter diepte ligt: het gaat om een schip van 20 bij 8 meter. Bovendien wordt een „overnaads gebouwd boord van een houten schip” waargenomen. Het heeft er alle schijn van dat het hier om een kogge uit de middeleeuwen gaat. Besloten wordt naar het wrak te duiken; dit is het moment waarop maritiem archeoloog Wouter Waldus bij het project betrokken raakt.

Hoewel het wrak deels in het zand verzonken ligt, wordt bevestigd dat het om een kogge gaat. Wat te doen wat met deze unieke vondst? Het in kaart brengen van de bodem was immers onderdeel van het verdiepen van de IJssel, noodzakelijk om in de toekomst overstromingen bij Zwolle te voorkomen.

Archeoloog Waldus beschreef het hele proces –van vondst tot berging– uitvoerig in zijn boek ”De IJsselkogge. Hanzeverleden boven water”. Het had niet veel gescheeld of de spectaculaire berging in februari 2016 had nooit plaatsgehad. Aanvankelijk wordt berging door Rijkswaterstaat afgeserveerd als „te duur.” Men denkt erover om de kogge te laten liggen en er een barrière omheen te bouwen, zodat het niet beschadigd raakt. „Er zijn diverse scenario’s beschreven, eigenlijk alles wat denkbaar is. Van volledige berging tot het ontmantelen en opslaan van de onderdelen.”

Het plaatsen van een barrière wordt ook al snel afgeserveerd: het kan de scheepvaart blokkeren.

Burgemeester Bort Koelewijn zei in een eerder interview met deze krant al dat zelfs het in delen naar boven halen van het wrak, om het vervolgens in containers bij Nijkerk af te zinken, ook als serieuze optie bekeken is. Uiteindelijk werd besloten tot bergen, vooral omdat andere opties minstens zo duur waren.

Waldus heeft vele bergingen meegemaakt, maar een operatie zoals bij het tot IJsselkogge omgedoopte wrak, was volgens hem uniek in Nederland. „De huidige generatie archeologen heeft hier geen ervaring mee. Er zijn wel eerder wrakken geborgen, maar die waren aanzienlijk kleiner. Dit was er een uit de buitencategorie.”

Slechte staat

Waldus ging met een team van vijftig man „aan het pionieren.” Dat het ”pionieren” was, bleek al bij het bergen van twee kleinere wrakken die naast en half onder de kogge lagen. In een hoek van bijna 30 graden lag een aak onder de IJsselkogge. Hij was beter bewaard dan eerder gedacht, maar kwam in slechte staat boven. Achteraf was het beter geweest dit wrak onder water te demonteren.

Dat bij een proeflichting de achtersteven van de IJsselkogge beschadigd raakte, is vaak gezegd, maar het klopt niet, aldus Waldus. Volgens hem is het schip in de loop der eeuwen vervormd en heeft het de vorm van de rivierbodem aangenomen. „Het achterschip heeft een rare knik, die zat er dus al in. Tijdens het bergen is dat hout gaan scheuren. We hebben eerst veel onder water moeten demonteren: in totaal zes zeecontainers aan hout.”

De spectaculaire berging trok niet alleen nationaal, maar ook internationaal de aandacht: onder meer National Geographic en CNN besteedden er in 2016 aandacht aan.

De IJsselkogge blijkt opvallend groot gebouwd voor dit scheepstype. Met een lengte van 26 en een breedte van 8,5 meter stak hij bovendien vrij hoog uit het water. Uit onderzoek blijkt het schip in 1451 of 1452 te zijn gezonken, maar het blijft onduidelijk met welk doel het is gebouwd.

Waldus vermoedt dat het eerst als vrachtvaarder in dienst was, vervolgens als oorlogsschip en daarna als foerageerschip. Die laatste aanname zou blijken uit de ontdekking van een kombuis aan boord: iets wat niet bij eerdere vondsten van koggeachtige schepen gezien is.

Kasteel

Oorlogsschepen waren in de middeleeuwen vooral varende kastelen, zo genoemd vanwege het ”kasteel” dat doorgaans op het achterschip van een kogge stond. Omdat destijds de strijd op het water vooral van man tot man werd uitgevochten, bood de hoogte van het schip een strategisch voordeel. De vragen wie het bevel voerde en wat de originele naam van de IJsselkogge was, blijven vooralsnog onbeantwoord. „Mijn eerste berging was die van een tjalk uit de negentiende eeuw. Daarvan hebben we de volledige geschiedenis kunnen opdiepen: wie de schipper was, wat zijn lading was.” Dat wrak is nog altijd in Dordrecht in het binnenvaartmuseum te bezichtigen.

Waarom eindigde de IJsselkogge op de bodem van de rivier, vlak voor Kampen? Mogelijk is het schip, toen al afgeschreven, in de winter bij laagwater voor een verzandende zijtak van de IJssel geparkeerd. Die zijtak, door Waldus het Brunneperdiep genoemd, komt niet voor op kaarten van de stad. Het schip stak fors boven het water uit en fungeerde als een soort dam. Langzaam is het schip in de loop der jaren naar de bodem gezonken.

Cartograaf Jacob van Deventer

Op een van de bekendste kaarten van de stad van de befaamde cartograaf Jacob van Deventer rond 1560 is het schip echter niet meer te zien. Bovendien is er niets van het ‘parkeerproject’ in de archieven terug te vinden. Daar komt bij dat het opwerpen van zo’n bijzondere dam niet echt planmatig overkomt. Waldus: „Men bouwde in die tijd al bruggen, volgens een voor die tijd heel ingewikkeld concept.”

Misschien ligt er een calamiteit ten grondslag aan het vergaan van de IJsselkogge. In de schuit, een van drie andere wrakken op de bodem, lagen balkjes beukenhout. Die dateren van de winter van 1451. met het hout werd mogelijk de oever verbeterd. Het is opvallend dat ook deze schuit naar de bodem zonk; dat lijkt te wijzen op een ongeval. Maar van een verwoestende storm in de winter van 1451 is niets terug te vinden in de archieven.

Drie kogges

Het wrak van de IJsselkogge wordt sinds dit jaar in Lelystad, onder beheer van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, geconserveerd. Het wordt daar met polyethyleenglycol (PEG) geïmpregneerd; de stof neemt de plaats van het water in de houtcellen in. Na drie jaar sproeien moet het wrak drie jaar drogen. Dan is het klaar om tentoongesteld te worden.

De losse houten delen die nu in de containers zitten en ook geconserveerd worden, kunnen op dat moment teruggeplaatst worden. „Dat heeft ook mijn voorkeur”, zegt Waldus. Het hele project was voor Waldus een jongensdroom die uitkwam.

Ooit hoopt hij op een replica van de IJsselkogge mee te varen. IJdele hoop? Niet als het aan Arjen Hendriks, voorzitter van de stichting Kamper Kogge, ligt. „Willen we een replica van de IJsselkogge bouwen? Ja. Mijn droom is dat we op het moment dat de IJsselkogge terugkeert, een replica te water kunnen laten.”

In de jaren ’90 bouwde de stichting de Kamper kogge, een replica van een wrak, gevonden in Flevoland. Maar het houten schip heeft natuurlijk niet het eeuwige leven. „Het is misschien nog een jaar of tien zeewaardig.”

De Kamper kogge vaart in de zomer geregeld naar buitenlandse steden, zoals Antwerpen of Londen. De stichting heeft 130 vrijwilligers waarvan een enkeling ook betrokken was bij de bouw van de replica. „Zij moeten achter dit nieuwe project staan.”

Het plannen en bouwen zou een jaar of zes vergen. En dus kan de reconstructie klaar zijn als de IJsselkogge vanuit Lelystad naar Kampen verplaatst wordt. „De bouw is dan een werkgelegenheidsproject. We behouden bovendien een ambacht en trekken toeristen”, zegt Hendriks.

Betekent dit dat er in de toekomst drie kogges bij elkaar komen te liggen? Dat de IJsselkogge op de Koggewerf een plaats krijgt, is niet realistisch, zegt Hendriks. De werf ligt buitendijks, wat de bouw van een museum daar vanwege veiligheidsregels niet waarschijnlijk maakt.

Een plek in een kerk?

Burgemeester Bort Koelewijn wil weinig kwijt over de zoektocht naar een plek voor een museum voor de IJsselkogge. De werf, ergens bij het Stedelijk Museum Kampen of mogelijk zelfs in een van de kerken van de stad – het is allemaal nog mogelijk.

”De IJsselkogge. Hanzeverleden boven water” is verschenen bij uitgeverij Matrijs. Tot en met 8 december zijn er dagelijks rondleidingen op de Koggewerf te volgen. In het Stedelijk Museum Kampen en het Stadsarchief Kampen zijn exposities over de kogge te zien.