Praktijkervaring en andere wijsheid

School en beroep
beeld iStock

De ene scholier wil nog wat meer praktijk, de ander een internationaal programma.

Passend bij ieders talenten en mogelijkheden zijn er verschillende manieren om je tijdens je middelbareschooltijd extra voor te bereiden op de toekomst. De Jacobus Fruytier scholengemeenschap in Apeldoorn bijvoorbeeld, biedt voor vwo’ers tweetalig onderwijs (tto) aan en startte in 2014 (gedeeltelijk) met ”20-80-learning”, dat een jaar later over de hele havo werd uitgerold. Tto wordt op de Fruytier aangeboden op het hele vwo. Rode draad in hun onderwijs is de vorming van leerlingen om als christen hun plaats te kunnen innemen in onze samenleving. Ongeveer een derde van de vwo’ers volgt tto.

Als tto’er krijg je in de onderbouw meer dan de helft van de vakken in het Engels aangeboden. Daarnaast zijn er allerlei andere activiteiten waarin tto’ers zichzelf en onder meer hun Engelse taalvaardigheden ontwikkelen. In de bovenbouw volgen ze onder meer het zogenoemde International Baccalaureate-programma.

Willianne Spiker en Martha van de Riet (15 jaar) zijn positief over het onderwijsprogramma. „Er is zo veel Engels om je heen dat je dagelijks veel gemak hebt van je tweetalige opleiding”, ervaart Willianne. „En het staat goed op je cv”, volgens Martha. „Voor steeds meer universitaire studies heb je een goede beheersing van het Engels nodig.”

Sinds 2015 werkt de school in de hele havo-bovenbouw volgens het principe van 20-80-learning. Leerlingen volgen vier dagen per week (80 procent) het gewone onderwijsprogramma en zijn één dag per week (20 procent) op een andere manier bezig: praktischer en beter aansluitend bij hun interesses.

Aan het einde van het derde leerjaar kiezen ze een van de drie ”streams”: international arts college (iac), met de nadruk op beeldende vorming, literatuur en muziek; international business college (ibc), waarin ze onder meer ondernemersvaardigheden opdoen; en international science college (isc), met het accent op onderzoek, natuur, leven en technologie.

Mini-onderneming

De leerlingen waarderen onder meer de praktische kant. Mariëlle Bos (4 havo, ibc): „Je leert niet alleen uit boeken, maar ook van mensen uit de praktijk.” Lennart Wilbrink (4 havo, ibc) vindt het fijn dat hij nu al aan de slag gaat met een eigen bedrijfje (minionderneming). „Dat is iets wat ik in de toekomst ook wil.”

Zowel tto als 20-80-learning werpt in de praktijk zijn vruchten af. G. M. Mulder, teamleider havo-bovenbouw, ziet dat het havo-programma de leerlingen goed voorbereidt op het hbo en aansluitende beroepen.

Volgens K. Tippe, teamleider vwo-bovenbouw, blijken oud-tto’ers tijdens hun studie veel gemak te hebben van het tweetalig onderwijs. „Voor enkelen heeft tto zelfs geholpen om binnen te komen op een University College.”