Het verschil tussen kijken en zien

In de regio West-Nederland
Verbranden van rietafval bij de Sloene, één van de kleinste Reeuwijkse plassen.  beeld Casper Cammeraat
3

”Reeuwijkse Plassen, Parels in het Groene Hart” heet het fotoboek dat de Goudse fotograaf Casper Cammeraat in eigen beheer publiceerde. Vol met brede panorama’s, macro’s van blaadjes en veertjes en bijna abstracte beelden.

Cammeraat (65) hecht niet overmatig aan het licht van de gouden uren, het uur na zonsopkomst en het uur voor zonsondergang. „Ook midden op de dag kun je mooie foto’s maken.” Als jongetje van zeven besteedde hij zijn zakgeld aan een simpel fototoestelletje. Sindsdien fotografeert hij en leert hij mensen het verschil tussen kijken en zien.

Als geen ander weet de fotograaf dat je geluk nodig hebt voor die ene landschapsfoto. „Het licht is goed, je gaat op pad en je denkt: als die wolk nou wat verschuift, komt de zon er mooi door. Dat gebeurt natuurlijk niet, maar later is er toch iets waardoor je een prachtige plaat maakt.”

Cammeraat spreekt met aanstekelijk enthousiasme. ”Reeuwijkse Plassen, Parels in het Groene Hart” bevat tachtig foto’s die hij grotendeels de afgelopen drie jaar maakte. Voor de foto’s met sneeuw en ijs putte hij uit zijn archief, want de tijd dat er ’s winters vanzelfsprekend werd geschaatst is voorbij.

Een echte aanleiding voor het boek was er niet. „Ik realiseerde me ineens dat er niets was over de plassen, behalve boeken over de turfwinning. Het leek me leuk om er iets mee te doen.”

De fotograaf geeft wel aan waar zijn foto’s gemaakt zijn, maar is niet bezig geweest de dertien plassen systematisch in beeld te brengen. „Bij mooi licht ging ik er met de auto of de fiets op uit. Op basis van het licht koos ik de plaatsen om te fotograferen. Soms ging ik met een vriend mee op zijn boot en ik heb ook eens met een excursie meegedaan op privéterrein.”

Het boek beslaat alle vier de seizoenen.

„Kijk hier, een regenboog boven de Surfplas. Ik was met wat anders bezig en ineens zag ik hem: helemaal compleet! Twee jaar later fotografeerde ik op dezelfde plaats een regenboog terwijl mijn vrouw er aan het zwemmen was.”

Geweldig contrast

De herinneringen verdringen zich als Cammeraat zijn werk toont. „De opening van de Erasmusbrug in Rotterdam: de brug gaat open en er vaart een driemaster doorheen. Een geweldig contrast, het oude schip en de hypermoderne brug! Je moet geluk hebben.” Geluk afdwingen gaat niet, maar als het op je pad komt, moet je het grijpen, wil de fotograaf maar zeggen.

Het boek bevat panoramafoto’s die digitaal samengesteld zijn uit wel tien afzonderlijke foto’s. Ze variëren van ‘concurrerende’ dieren als reiger en aalscholver die broederlijk naast elkaar zitten tot zeilboten, badend in zonlicht, en macrobeelden van bladeren en veren, bedekt met sneeuw of ijs. Sommige platen ogen haast abstract door uitbundig experimenteren met beweging en flitslicht.

Inspiratie

De natuur heeft de Goudse fotograaf altijd geïnspireerd. Die liefde ontwikkelde hij toen hij in Moerkapelle in bomen klom, visjes ving in de Rotte en vlotten bouwde. „Ik hield van de natuur, zonder dat je dat zo noemde. Wij waren gewoon altijd buiten bezig.”

Cammeraat fotografeerde in India, Schotland, op de Canarische eilanden, bij de Slufter op Texel. Vroeger ging hij veel naar Scheveningen, tegenwoordig naar Kijkduin, omdat het daar minder druk is. Als hij bij zijn dochter in Breda is trekt hij graag het nabijgelegen Mastbos in.

Ook ’t Weegje, een natuurgebied ten westen van Gouda, heeft zijn belangstelling. Voor de aanleg van de woonwijk Westergouwe, bij Moordrecht, legde hij doelbewust vast hoe het eruit zag voordat de eerste heipaal de grond in ging.

Nietigheid

Cammeraat fotografeert wat hij „mooi, spannend of ontroerend” vindt. Hij wil „het prachtige mirakel” van het menselijk bestaan laten zien en de nietigheid ervan „te midden van grotere krachten.”

Twintig jaar was hij in dienst bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en werkte in zijn vrije tijd aan zijn eigen oeuvre. In oktober is hij met pensioen gegaan, maar dat betekent niet dat ”Reeuwijkse Plassen, Parels in het Groene Hart” het sluitstuk is van zijn loopbaan. Hij heeft nog plannen voor tal van projecten, vertelt hij in de vleugel van het Jozefpaviljoen, het voormalige ziekenhuis aan de Graaf Florisweg, waar hij zijn atelier heeft.