Twee meiden roepen vertederd „aaaaah” als een klein lammetje in de lucht springt en vervolgens naar zijn moeder rent. De stal blijkt Instawaardig, getuige de foto’s die de jongeren nemen. Toch loert ook hier de dood. Boer Bor kan er maar niet aan wennen, vertelt hij, als hij tussen alle gezonde schapen ineens een dood dier ziet liggen. „Een ziek schaap is een dood schaap”, vertelt Bor. „Een prooidier verbergt zijn zwakte zo lang mogelijk. Het geeft het toneelspel pas op als het bijna dood is.”

Even later spreken de jongeren in de verwarmde bedrijfskantine –buiten vriest het nog– over bedreigingen in hun eigen leven. Al met al is het een zware tijd geweest, de coronajaren die achter hen liggen. Dat zijn ze met elkaar eens. Natuurlijk, de zee van vrije tijd beviel hun wel. En soms was het best een knusse, gezellige bedoening. Maar de scholieren zagen ook hoe vriendschappen verwaterden, klasgenoten in een dip raakten en hun motivatie voor schoolwerk in het slop.

 

Waarheid

Wat is waarheid? Die eeuwenoude vraag drong zich de afgelopen jaren op aan Dianne Blaak (13) uit Amersfoort. „Ik vond het irritant dat ik niet meer wist welke nieuwsberichten over corona ik wel of niet kon geloven.” „Hoe kwam je er dan achter wat waarheid en wat leugen was?” wil Lucas de Heer (15) uit Lunteren weten. „Ik wist dat echt niet”, zegt Dianne. „Ik dacht: Het zal allemaal wel. Ik zie vanzelf wel hoe het gaat. Ik volgde het nieuws niet meer.” 

Lucas twijfelde soms aan de betrouwbaarheid van de berichten van de overheid. „Maar ik koos er dan toch maar voor hen te vertrouwen. Het kabinet stuurt ten slotte 17 miljoen mensen aan.” Rosalie: „Ik zag een filmpje met de uitwerking van de vaccins. Mensen gingen trillen en konden zichzelf niet onder controle houden. Toen dacht ik wel: laat de overheid dit nu expres niet zien?” Lucas: „Waar kwam dat filmpje vandaan dan?” „Internet”, zegt Rosalie van der Schans (15). „En hoe wist je dat die trillende mensen trilden door een coronavaccin”, vraagt Lucas. „Dat stond bij het filmpje”, zegt Rosalie. „En kun je de bron die dat schreef vertrouwen?” wil Lucas nu weten. „Als veel mensen zeggen dat het waar is, ga ik er al snel van uit dat zo’n bericht klopt”, valt Maylenke ter Burg (14) uit Scherpenzeel Rosalie bij. „Als je op sociale media in een tunneltje zit, kun je worden omringd door mensen die het met elkaar eens zijn”, stelt Johan Smits, godsdienstdocent op het Van Lodenstein College in Amersfoort.

Rosalie herkent de twijfels over wat juist is. „Iedereen had zo z’n eigen mening. Toen er op een gegeven moment niemand meer naar de kerk ging, vroeg ik me wel af of dit niet wat over the top was. Zelfs toen de pest rondwaarde, waren de kerken nog open. Dus ik vond het allemaal een beetje vreemd.” „De samenleving verhardde heel snel”, zag Judith Nonhof (16) uit Soest. „Het verbaasde me dat de overheid kerkdiensten bijna kon verbieden. En als ik in de trein een keer m’n mondkapje was vergeten, werd ik aangekeken alsof ik een halve moordenaar was.”

 

Gebed

Ze is de afgelopen donkere jaren meer gaan bidden, vertelt Dianne. „Ik heb gevraagd of corona weg mocht gaan. Of ik weer naar school mocht. En of mijn opa mocht blijven leven. Dat laatste is niet gebeurd. Hij is ziek geworden en overleden aan iets met zijn longen. Ik had zo vaak gevraagd of hij mocht blijven leven. Toch werd mijn gebed niet verhoord.”

„Dan kun je je gaan afvragen of bidden wel werkt”, reageert Lucas begripvol. Dianne: „Ja, ik weet niet of het wel helpt.” „Misschien is je opa nu wel in de hemel”, zegt Tjerk Beukens (12) uit Hoevelaken. „Dat zou schelen.” „Ik hoop het”, reageert Dianne. „Ik hoor van mensen dat ze weggaan bij de kerk omdat geloven toch niet helpt”, vertelt Lucas.

„Toen de Heere Jezus werd begraven, vroegen de discipelen zich ook af hoe het verder moest”, reageert godsdienstdocent Smits. „Ze snapten ook niet waarom Jezus in het graf lag. Ze vroegen zich ook af of alles wat Jezus had gezegd wel klopte. Maar Jezus’ dood paste precies in Gods plan. En nu heeft God de dood overwonnen. Hij staat erboven. En Hij kan jou ook dwars door de dood –en moeilijke momenten op aarde– heen helpen.”

„Ik weet niet of ik hier iets mee kan”, reageert Dianne. „Als God opa met een reden heeft laten sterven, vind ik dat ook heel moeilijk te begrijpen. Wat zou dat voor goede reden kunnen hebben? Zijn bedrijf is gestopt. Oma is alleen. En wij missen iemand van wie we heel veel hielden.” Maylenke: „Mijn opa is ook pas gestorven. Dan vraag je je af: waarom moest dit gebeuren?” „Je mag ook voelen dat het niet klopt”, zegt docent Smits. „Mensen zijn niet gemaakt om te sterven. Gelukkig heeft de dood niet het laatste woord.”

„De dood is de straf op onze zonden”, zegt Judith. „Maar Jezus deed geen zonden. Hij droeg de dood vrijwillig. Hij koos ervoor om de straf op de zonden te dragen en liet ons niet in ons eigen sop gaarkoken.” Lucas: „De dood van mensen is een beproeving voor ons. De vraag is: ben je zelf voorbereid op je sterven? Jezus’ dood kan troost bieden. Er is een weg terug naar God.” 

 

In wat voor wereld leven we? Zes refoscholieren vertellen hoe zij kijken.

Met Pasen vieren christenen dat Jezus Christus de dood heeft overwonnen. Dat Hij leeft. Dat Hij regeert. Maar eerst moest Gods Zoon sterven. Lag Hij in een graf. Daarover gaat deel 1 van deze serie. 

Twee vmbo’ers, drie havisten en een vwo’er van het Van Lodenstein College in Amersfoort, afkomstig uit de Gereformeerde Gemeenten (4x), De Hersteld Hervormde Kerk (1x) en de PKN (1x), vertellen in gesprek met een godsdienstdocent wat het voor hen betekent om te leven in een donkere wereld.

 

Geloofsvraag wil doorleefd antwoord

Het is belangrijk dat jongeren hun vragen over God en geloof eerlijk op tafel kunnen leggen bij hun opvoeders, docenten en catecheten. Dat stelt Johan Smits, godsdienstdocent op het Van Lodenstein College in Amersfoort. „Ook in de Bijbel stellen mensen vragen. De profeet Jeremia vraagt aan God: „Waarom gebeurt dit? Bent U wel te vertrouwen?””

Twijfels en vragen over geloof horen in zekere zin ook bij de ontwikkeling van jongeren, stelt Smits. „Ze zeggen bijvoorbeeld: ik heb gebeden maar het heeft niet geholpen. Hoe kan dat?”

De godsdienstdocent adviseert om op zulke vragen meer dan alleen een feitelijk juiste reactie te geven. „Je kunt zeggen dat God een plan heeft dat wij niet altijd kunnen volgen. Je kunt zeggen dat het een straf kan zijn dat je gebed niet is verhoord, of dat het bedoeld is om je tot bekering te brengen. En dat kan allemaal waar zijn. Maar het is beter als je kunt communiceren op het gevoels- en ervaringsniveau van jongeren. Dat je kunt erkennen dat het soms moeilijk is om te begrijpen dat de dingen gaan zoals ze gaan. Als je dat doet, kun je daarna in een open Bijbel samen op zoek naar antwoorden.”

Praat met jongeren zoveel mogelijk over de kern van het geloof, en zo min mogelijk over randzaken, adviseert Smits. „Heb het met jongeren over de kern van ons geloof. Over verlossing van zondige mensen door het bloed van Jezus Christus. Dat hebben ze nodig.”