Zuid-Amerikanen willen alleen maar betere bestuurders

Foto: Colombianen protesteren tegen de zittende president Ivan Duque. Sinds 21 november is het land toneel van massale protesten tegen zijn impopulaire regering. beeld AFP, Joaquin Sarmiento

Een golf van onvrede trekt door Zuid-Amerika. De protesten in verschillende landen zijn niet links en niet rechts. Woede over de incompetente leiders ligt ten grondslag aan de opstanden. Wel ligt de autoritaire verleiding op de loer.

Bloeit er een Zuid-Amerikaanse lente? Het is verleidelijk dit journalistieke etiket te plakken op de revoltes die het continent de laatste maanden beleeft. De Arabische lente ligt immers nog vers in het geheugen. Ook toen waren landen in dezelfde regio kort na elkaar in de greep van opstanden.

Maar de in meerderheid jonge Arabieren kwamen in opstand tegen dictators, terwijl het Zuid-Amerikaanse oproer zich afspeelt in democratisch geregeerde landen. De staat van die democratie is niet vlekkeloos, maar er heerst vrijheid van meningsuiting en burgers kunnen zich bij verkiezingen ontdoen van falende leiders. Precies de idealen waarvoor jonge en moedige Arabieren bereid waren te sterven.

In Zuid-Amerika is de tijd van de dictators voorbij, behalve in Venezuela. Daar lijkt de revolte van begin dit jaar uitgeblust, door de brute repressie en de moedeloosheid onder burgers die massaal en hongerend het land ontvluchten.

Geen ideologie

Venezuela was het enige land in de regio waar burgers demonstreerden voor vrijheid. Elders zijn de eisen ‘burgerlijker’ van aard. De Chilenen, Ecuadoranen, Colombianen en anderen willen een beter leven voor zichzelf en hun kinderen. Waarnemers mogen graag het ”neoliberalisme” verwensen dat zo veel Zuid-Amerikanen arm zou houden. Daar zit wat in, maar hoe verschillend de omstandigheden in de landen ook zijn, woede over de incompetentie van de gekozen leiders ligt overal ten grondslag aan de opstanden.

Daarin is enige ideologie ver te zoeken. Sommige door de betogers verwenste presidenten zijn rechts, zoals Sebastián Piñera in Chili en Iván Duque in Colombia. Maar de linkse Evo Morales in Bolivia is enige president die tot nu toe werd afgezet.

‘Vroeger’ werd vaak de hand van de CIA ontwaard bij opstanden tegen presidenten die niet Washingtons goedkeuring wegdroegen. Nu lijken revoltes elders in de wereld de Zuid-Amerikanen te inspireren, zoals die van de ”gele hesjes” in Frankrijk. Ook daar gaat het bijna uitsluitend om materiële zaken. De serieuze media in Zuid-Amerika besteden veel aandacht aan Europa, dus konden vooral de Chileense betogers weten dat gewelddadig protest loont. President Emmanuel Macron is de hesjes op tal van punten tegemoetgekomen. Dat deed ook de Chileense leider ten aanzien van de betogers in zijn land. Daar sloeg op 18 oktober de vlam in de pan, toen de metro van Santiago de kaartjesprijs verhoogde met 3 procent. Binnen de kortste keren stond Chili in vuur en vlam. Haastig schrapte de metro de verhoging, maar in veel van de 118 zwaar beschadigde of uitgebrande stations – op een totaal van 136 – zijn voorlopig geen kaartjes nodig.

Banale aanleidingen

In olieproducent Ecuador was een verhoging van de brandstofprijzen de bekende druppel. President Lenín Moreno trok die maatregel snel in. In Colombia pikte de bevolking de privatiseringswoede in onder meer de gezondheidszorg en het pensioenstelsel niet langer. De al veel langer smeulende onvrede ontvlamde door schijnbaar banale aanleidingen tot volslagen opstanden. Onvrede over de talloze corruptieschandalen, de vriendjespolitiek in de hoogste kringen, de lage lonen, de criminaliteit, de ongelijkheid van vrouwen, de achterstelling van de indianen in onder meer Ecuador en Chili. Bovendien ergerde het vooral de Chilenen en de Colombianen dat buitenlandse experts hun landen prezen om hun economisch beleid, terwijl de ‘gewone man’ moeite heeft er de eindjes aan elkaar te knopen.

De welvaart was overal in de regio de laatste jaren toegenomen, onder meer door de gestegen grondstofprijzen. Maar het regent weer bezuinigingen. Veel Zuid-Amerikanen vrezen dat ze hun status als leden van een opkomende middenklasse kwijtraken.

Net als de ”gele hesjes” hebben Zuid-Amerika’s morrende massa’s geen echte leiders. Links of rechts zijn inhoudsloze begrippen geworden. In Chili zijn linkse politici nauwelijks populairder dan de door velen verwenste miljardair Piñera. Evo Morales wierp zich op als de president van Bolivia’s armen, maar toch leek zijn rechtse rivaal in oktober de verkiezingen te gaan winnen. Morales werd beticht van stembusfraude om dat te voorkomen en moest dat bekopen met ballingschap in Mexico.

In één opzicht deden de revoltes denken aan de kwade oude tijd toen militairen in Zuid-Amerika de dienst uitmaakten. Zo lieten de presidenten van Chili, Ecuador, Peru en Bolivia zich omringen door hoge militairen bij bestraffende toespraken tot burgers. Kort daarop ‘verzocht’ de Boliviaanse legerleider de president af te treden. Morales sprak van een coup en een bedreiging van de democratie.

Dictatuur

De Arabische lente leidde bijna overal tot meer dictatuur. Dat scenario herhaalt zich hopelijk niet in Zuid-Amerika, maar de autoritaire verleiding ligt op de loer. De burgers vragen ‘gewoon’ om eerlijke bestuurders die hun potentieel vaak rijke landen succesvol maken. In Argentinië steeg onder president Mauricio Macri het aantal armen fors, ondanks de miljardenleningen die hij had losgepeuterd. Een jonge Argentijn verzuchtte tegenover ons: „Werd dit land maar bestuurd door Duitsers of Nederlanders.”

De auteur is oud-redacteur van Het Parool.