”Zonde” is iets anders dan ”verkeerde dingen doen”

”Zonde” is een belangrijk woord in de Bijbel. Maar hoe maak je dat concreet? Er zijn ongelovigen die moreel een veel hoogstaander leven leiden dan sommige christenen. Zijn christenen niet veel te moralistisch?

JA

Het woord zonde is uitgehold. Het dagelijks spraakgebruik is daar mede debet aan. Als bijvoorbeeld iets bedorven is, zeggen we: „Dat is zonde.” We bedoelen gewoon dat het jammer is dat het niet meer eetbaar of bruikbaar is.

Als christenen werken we mee aan die uitholling wanneer zondigen niet meer betekent dan ”verkeerde dingen doen”. Daar gaat de suggestie van uit dat je twee lijstjes kunt maken: één lijstje met alle goede dingen en één met alle verkeerde dingen. Dan is het geen wonder dat we vragen stellen als: „Hoe kan een moreel hoogstaand mens als mijn collega verloren gaan?” Want als je het zo bekijkt, leiden niet-christenen soms een beter leven dan anderen die de christennaam dragen, of zelfs echte christenen zijn.

De ”oude schrijver” Herman Witsius (1636-1708) schreef een boek waarin hij ”de onwedergeborene op z’n best” vergelijkt met ”de wedergeborene op z’n slechtst”. Hij wilde daarmee laten zien dat zonde niet allereerst een zaak is van ”verkeerde dingen” doen. Mensen met een kleiner lijstje verkeerde dingen zouden dan minder zondaar zijn. Als je dan ook nog gaat werken met een tegenwicht van ”goede dingen”, kom je in het vaarwater van het moralisme. Goed en fout (zonde) worden dan uitsluitend verbonden met uiterlijk gedrag.

In de Bijbel is het woord zonde echter theologisch gekleurd. Dat wil zeggen: wat zonde is staat niet op een lijstje, maar wordt allereerst bepaald door onze houding tegenover God. Zonde wijst op de verbroken relatie, de verstoorde verhouding met onze Schepper. Daardoor zijn we zondaren, missen we het eigenlijke doel van ons leven. Vanwege die verstoring is er ook de breuk met onze naaste.

Er is in dit licht veel voor te zeggen om de samenvatting van de wet, God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf, vóórafgaand aan de Tien Geboden te lezen. Zeker, men kan verdedigen dat het eerste gebod van de Tien Geboden niet zonder reden voorop staat en allesbepalend is. Toch geeft de Heidelbergse Catechismus niet voor niets het dubbelgebod van de liefde in het gedeelte over onze ellende – over hoe we er ten diepste aan toe zijn. In het gedeelte over de dankbaarheid –over hoe we als christenen hebben te leven– komen vervolgens de Tien Geboden ter sprake.

Als christenen te moralistisch spreken over zonde, lopen ze ook het gevaar dat ze op anderen gaan neerkijken. Zoals in de dagen van Jezus’ verblijf op aarde de farizeeërs neerkeken op de „schare die de wet niet weet” (Joh. 7:49). Wie zich zondaar weet tegenover God heeft geen enkele reden om neer te zien op wie dan ook. De gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar spreekt wat dat betreft boekdelen.

NEE

Het verwijt van moralisme mag er niet toe leiden dat ons spreken over zonde nietszeggend wordt. Het begrip ”zonde” wordt ook uitgehold als we er in de kerk veelvuldig over spreken zonder concreet te benoemen wat zonde is. Zonde wordt dan een containerbegrip, een woord waarvan de inhoud niet meer ‘uitgepakt’ wordt.

Maar dan gaat het wel om een spreken waarin concreet aangewezen wordt wat ”goed” is en wat ”verkeerd” is in de ogen van God in het licht van het heil dat Hij geopenbaard heeft. Wie de brieven uit het Nieuwe Testament leest, merkt dat eerst het heil in Christus uitgestald wordt voordat er in het tweede deel van deze brieven allerlei concrete aanwijzingen gegeven worden ten aanzien van het leven als christen.

In de brief aan de Romeinen bijvoorbeeld, komt de christelijke moraal aan de orde vanaf hoofdstuk 12. En wel zo dat dit gebeurt op grond van de „ontfermingen van God” die bezongen zijn in de voorafgaande hoofdstukken. In dat licht klinkt de aansporing om niet gelijkvormig te worden aan deze wereld, maar om van binnenuit vernieuwd te worden om zo Gods wil te doen. Dan worden we geen moraalridders, maar verlangen we er wel naar om te leven zoals het God behaagt. Anders gezegd: dan staat de liefde tot God voorop en die krijgt concreet gestalte in wat we doen en wat we nalaten.

DUS

We spreken te moralistisch over zonde als we dat doen zonder onze verhouding tot God ter sprake te brengen. Dan roepen we het misverstand op alsof een dief of moordenaar een grotere zonde begaan heeft dan iemand die onder het Evangelie leeft en dat afwijst. Dé zonde waar de Heilige Geest van overtuigt is ongeloof, het niet geloven in Jezus Christus (Joh. 16:9). Wat het grootste ”kwaad” is, dienen christenen voorop te stellen. Allereerst voor zichzelf en zo ook naar anderen toe.

>>rd.nl/weerwoord