Welbeschouwd: Over mondkapjes en kerkbezoek

Kerk en corona
De regering kwam vorige week met het dringende advies om in openbare ruimtes mondkapjes te dragen. Foto: minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, na afloop van een debat over maatregelen ter bestrijding van de corona-epidemie. beeld ANP, Remko de Waal

Geachte heer Rutte, adviezen van de overheid neem ik bloedserieus. De overheid is door God over mij gesteld. Het past mij niet om haar beleid zomaar naast mij neer te leggen. Vaak heb ik er wel een mening over. Zoals over het dringende advies om mondkapjes te dragen.

U laat zich adviseren door specialisten. Hun onderzoeken heb ik nooit gelezen. Ik moet het doen met wat in het nieuws komt. Op basis daarvan ben ik voor mezelf tot de conclusie gekomen dat mondkapjes geen zin hebben in de bestrijding van het virus. Ik vermoed dat u die mening deelt. Evenals de heer Van Dissel van het RIVM. Dat de regering invoering van een mondkapjesplicht feitelijk niet zinvol vindt.

Toch kwam zij vorige week met het dringende advies om in openbare ruimtes mondkapjes te dragen. Ik begrijp de overwegingen. In de samenleving is veel gesproken over de voors en tegens. De weerzin tegen het virus en de daarmee verbonden maatregelen neemt snel toe. De maatschappelijke overtuiging groeit dat het mondkapje helpt om ondanks het virus zoveel mogelijk ‘gewoon’ te doen.

De media hebben dit aangemoedigd. Vorige week was Nederland er rijp voor: mondkapjes moeten, tot in de middelbare scholen toe. U kon niet anders dan deze mening overnemen en omzetten in een advies. Ik begrijp dat. U weet dat het mondkapje een mythe is. Toch nam u een wijs besluit door het gebruik te stimuleren. Er was immers geen ruimte om vast te houden aan feiten. Ik zal uw besluit zeker respecteren. Door zelf een mondkapje te dragen én door anderen op hun verantwoordelijkheid in dezen te wijzen.

Ook over het dringende advies aan de kerken om maximaal dertig mensen toe te laten in de diensten heb ik een mening. De besluitvorming hierover heeft iets van een klucht. Het laat zich allemaal wel verklaren. Het virus slaat om zich heen. De overheid ziet zich, op basis van verspreidingsonderzoek, genoodzaakt beperkingen op te leggen aan de horeca. Omdat voetbalsupporters zich niet aan de regels houden, worden de stadions gesloten voor het publiek. Tegelijk hebt u als premier publiekelijk uitgesproken dat de kerken hun verantwoordelijkheid prima nemen. De huidige praktijk in de kerken brengt volgens u geen extra risico’s met zich mee. Maar het volk mort: waarom niet naar de kroeg en wel naar de kerk?

De media pakken het op: Staphorst, 600 mensen op een kluitje, hoe kan dit? Vervolgens wordt in korte tijd de respectvolle dialoog tussen kerk en overheid van maanden overruled met een dringend advies aan de kerken om af te schalen naar dertig en niet meer te zingen.

Met alle respect, voor uw ambt en persoon, dit vind ik moeilijk te verteren. Juist hier had u leiderschap getoond door het op te nemen voor een groep waarvan u weet dat ze gezag erkennen en het gesprek willen voeren. U had leiderschap getoond door opnieuw uit te spreken dat kerken zich aan de regels houden, dat er geen voorbeelden zijn van verspreiding in kerken onder de huidige regelgeving. Dat hebt u niet gedaan. Om goede sier te maken in de samenleving heeft de regering de kerken in het hart geraakt. Dat voelt niet goed en doet veel pijn. De Bijbel vraagt van mij het gezag van de overheid te erkennen. Daarom zal ik u blijven respecteren, zelfs door dit advies serieus te nemen. Daarom blijf ik ook voor u bidden.