Wat heeft tien jaar mediaopvoeding ons gebracht?

„Reformatorische jongeren lijken minder vaak regels mee te krijgen in de mediaopvoeding dan leeftijdsgenoten uit seculiere hoek.” beeld iStock

Op 6 november startte de tiende Week van de Mediawijsheid. Een goed moment om terug te kijken op tien jaar mediaopvoeding. „Pogingen tot mediaopvoeding (…) lijken nauwelijks effect te hebben. Jongeren sms’en tot in kerkdiensten toe en hoeven met hun computer geen tv-uitzending te missen”, schreven onderzoekers van de Biblebelt-studies in 2013. Hoe staat het ermee in 2020?

„Mediaopvoeding bestaat niet”, beweerde een collega jaren geleden. „We voeden altijd op voor de samenleving van morgen.” In dat laatste had hij gelijk. Elke tijd vraagt om eigen opvoedingsaccenten. Maar als ons hele leven met immense snelheid verandert, schieten accentverschillen tekort. Als we continu kunnen communiceren met iedereen, onze sociale media steeds synchroniseren met ons dagelijks leven, we altijd drie klikken verwijderd zijn van porno en in het voorbijgaan gesprekken voeren met Siri, hebben we te maken met een scharnierpunt in de geschiedenis. Dat vraagt om een paradigmawisseling in de opvoeding. Dan moeten we specifiek doordenken waarvoor we onze jongeren moeten toerusten en hoe we dat kunnen doen.

Complex

Al sinds het eerste scherm in huis doen ouders (on)bewust aan mediaopvoeding. De toerusting wordt steeds complexer. Dat hangt samen met enkele factoren:

- Het besef dat media alles van doen hebben met onze ziel. Voor satan is internet een machtig wapen om ons af te leiden van het leven met God. In dat licht moeten ouders moeilijke keuzes maken. Wel of geen speelfilms kijken? Wanneer mogen onze kinderen een smartphone?

- Het niet kunnen putten uit je eigen opvoeding. Veel opvoeders gingen pas online als volwassenen. Zij missen een richtpunt in hun opvoeding.

- De schermtijd die schermstrijd wordt. Hulde aan begrenzingsapps en kookwekkers. Maar dan is er nog het meekijken. En als dat is opgelost, zijn er nog de buurvriendjes met PlayStation.

- Media zijn perfecte zoethouders. Het is verleidelijk om de tablet in te zetten tijdens een trage maaltijd of lange reis. Maar daar gaat je geloofwaardigheid rond begrenzing van mediagebruik.

- Mediaopvoeding gaat altijd over nieuwe thema’s. Van sexting tot virtual reality en van Netflix tot multiplayergames met chatfuncties. Hoe weet je wat er gaande is? Hoe rust je je kind daarvoor toe?

- Mediaopvoeding gaat over jouw eigen mediagebruik. Het blijkt moeilijk om je mediatijd te beperken bij een zoekrondje op Marktplaats. Maar jouw mediagebruik is niet vrijblijvend; je bent een voorbeeldfiguur. Hoeveel richting kun je kinderen geven als je zelf verslingerd bent aan Expeditie Robinson?

- De mediawereld is een individuele wereld. In de puberteit bouwen jongeren graag hun persoonlijke virtuele wereld achter hun eigen wachtwoorden. Ze worden kampioen gespreksvermijding. Dat maakt mediaopvoeding extra complex.

Bezinning

Algemene organisaties als Mijn kind online en Mediawijzer.net startten zo’n tien jaar geleden enthousiast met het doordenken van een passende mediaopvoeding. Mediagebruik gold als ontwikkelingskans die benut moest worden. Mediaopvoeding was daarom gericht op het ”veilig leren omgaan met media.” Nettiquetteregels werden bedacht, digitale geletterdheid werd aangeleerd en richtlijnen voor privacyborging werden opgesteld.

In de gereformeerde gezindte had een heel andere beweging plaats. Terwijl het weren van de televisie nog vers in het geheugen lag, werd de boodschap van distantie gebracht. Tegelijk gebeurde er iets merkwaardigs: eerst voorzichtig – onder het mom van ”noodzakelijk gebruik” – maar later bijna zonder rem dompelde ook orthodox-christelijk Nederland zich kopje-onder in de digitale wereld. Als reactie daarop kwam niet zozeer de mediaopvoeding maar vooral de bezinning op mediagebruik op gang. Hoe verhoudt ons Bijbelse mensbeeld zich nu met ons mediagebruik? En heeft de opvoeding niet een veel radicalere lijn nodig?

Vanzelf werden er opvoedingsbrochures geschreven en aanbevelingen gedaan over de mediatijd per leeftijd. Maar vanaf het begin was duidelijk dat mediaopvoeding niet kon starten vanuit concrete regels en tijdslimieten.

Waardevolle opbrengsten

Tien jaar gedegen bezinning bracht ons iets waardevols. Opvoeders zijn zich steeds meer bewust van hun mediaopvoedingstaak. De nadruk op het verbieden alleen of stilzwijgend aanzien van mediagebruik verschoof veelal naar ”begeleiding en meekijken”, onmisbare elementen in een vormende opvoeding. Ook ontstond een gedegen fundament voor wat je een christelijke mediapedagogiek kunt noemen. Die heeft een verticale insteek. De verhouding tussen God en mens en tussen tijd en eeuwigheid wordt erin aangeraakt.

In de Mediacirkel (voorheen Media Attitude Model) gebeurt dat via waarden. Bijbelse waarden zijn het goud van de christelijke opvoeding. Ze verbinden de alledaagse en de geestelijke werkelijkheid met elkaar. Waarden zijn tijdloze richtingwijzers ook, in de totaal nieuwe wereld van ”nieuwe media”. Juist daardoor is een opvoeder altijd up-to-date. God gaf ons de waarde ”trouw”, om op te komen voor klasgenoten die uit de groepsapp worden gezet. En de waarde ”verantwoordelijkheid” heeft alles te maken met het beschermen van je privacy, omdat de Schepper ons eigenheid gaf.

Zorgelijke cijfers

Zit het daarom wel goed met de christelijke mediaopvoeding? Recent onderzoek, binnen én buiten eigen kring, vertoont een onzeker beeld. Driekwart van de ouders van jonge kinderen (tot zes jaar) worstelt met mediaopvoeding (Iene, Miene, Media, 2020). Reformatorische jongeren lijken minder vaak regels mee te krijgen in de mediaopvoeding dan leeftijdsgenoten uit seculiere hoek. Afspraken over privacy en tijdsbesteding worden relatief weinig gemaakt (Kliksafe, 2018). Van de reformatorische jongeren kijkt 60 procent meermalen per week een film of serie. Toch grijpt bijna de helft van hen weleens in op het eigen mediagedrag (Practoraat onderwijs online, 2019).

Hoe komt het dat bezinning en praktijk zover uit elkaar lopen? Is het moeilijk om van visie tot handelen te komen? Blokkeerde de tijd van bezinning de mediaopvoeding? Voelen opvoeders zich lamgeslagen door de themacomplexiteit? Worstelen ouders met hun eigen desinteresse in nieuwe media? Redenen die langskomen in gesprekken met opvoeders.

Toch is het te simpel om het alleen te zoeken in externe verklaringen. Staat juist ons eigen mediagebruik de opvoeding niet vaak in de weg? Of ons eigen denken over mediagebruik? Als ons gedrag onze regels tegenspreekt, zijn we geen geloofwaardige wegwijzer. Als we niet weten welk mediagebruik Bijbels verantwoord is, is de kans groot dat de praktijk ons inhaalt en we berustend gaan toekijken. En als we ons er niet voor interesseren, is overtuigend sturen onmogelijk. Een opvoeding waarin denkbeelden en praktijken elkaar blokkeren, wordt krachteloos.

Toekomstgericht

Terugkijken op tien jaar mediaopvoeding is kijken in een spiegel. Het gereflecteerde beeld toont zowel waardevolle ontwikkelingen als zorgelijke situaties. Moeten we daarom somberen over mediaopvoeding? Nee, want christelijke pedagogiek stopt niet in het hier en nu. Juist mediaopvoeding toont glashelder dat opvoeders moeten leven van genade, om door de gebrokenheid van vandaag te zien naar Gods komende koninkrijk. Wat een wonder als juist mediaopvoeding dienstbaar mag zijn aan het hogere opvoedingsdoel: dat onze kinderen Christus kennen en Hem dienen.

Daarom mogen onderzoeksresultaten ons niet lamleggen. Daarom mogen we ons het komende decennium verder buigen over de betekenis van Bijbelse waarden. Over concrete regels in huis, oefeningen in zelfbeheersing en alternatieve hobby’s voor onze kinderen. Over radicale keuzes en een consequente, Bijbelse levensstijl. En dat met het oog omhoog, het hart naar boven.

De auteur is mediapedagoog en docent HBO Pedagogiek bij Driestar educatief.