Waarom vasten wij niet?

beeld iStock

Vasten is óf te Amerikaans óf te evangelisch óf te rooms. Wij, reformatorische christenen doen daar niet aan.

„Waarom vasten wij niet?” Deze vraag kreeg ik jaren geleden van jonge christenen uit een zendingsgemeente. Zij waren naast al het denken en studeren (met het hoofd) op zoek naar iets waarmee zij zich konden oefenen in de persoonlijke omgang met God. Het was voor hen onbegrijpelijk dat je niet iets in de strijd om het geloof zou kunnen laten, iets waarmee je gedwongen wordt meer hemels te denken. Ze wilden zich oefenen in het afzien van op zichzelf gerichte bezigheden en in plaats daarvan goed doen aan de naaste, naar het voorbeeld van hun Zaligmaker.

Waarom doen ”gereformeerden” niet aan vasten? Is het niet vanwege de geur van activisme die eromheen hangt, als zou je je eigen vroomheid opwekken? Toch zijn er veel christelijke kerken in de wereld die het vasten praktiseren. Eeuwenlang heeft de christelijke kerk de gewoonte van het vasten voorgeleefd. Reformatorische christenen zijn op dit punt buitenbeentjes in de wereldkerk.

Wat is vasten? Tijdelijk afstand doen van iets waar je erg aan gehecht bent. Dat kan eten of drinken zijn, maar ook iets anders, bijvoorbeeld een luxeartikel, het veelvuldig gebruik van je telefoon, of een vertrouwde gewoonte. In plaats daarvan zoek je de omgang met de Heere en versier je je leven met goede werken. Vasten is dus een soort godsdienstige handeling om een houding van ootmoed, strijden tegen de zonde en aanhoudend roepen tot God te ondersteunen én tegelijkertijd je meer in dienst te stellen van Zijn Koninkrijk (Jesaja 58). Eigenlijk is vasten de uitdrukking van heimwee naar God en past het goed bij het vreemdelingschap van de christen. Vasten is in ieder geval niet dat je jezelf aangenaam maakt voor God (Mattheüs 6:6-18).

Wat is de vrucht van het vasten? In de regel leidt het vasten tot meer zelfkennis. Je ervaart verzoeking als je iets laat waar je aan verknocht bent. Je liefde tot God wordt erdoor op de proef gesteld en het drijft je tot Hem uit in het gebed. Daarom horen vasten en gebed bij elkaar.

Vasten kan een plaats krijgen voorafgaand aan een belangrijke beslissing (Hand. 13:3). Je ziet bijvoorbeeld uit naar een teken of aanwijzing dat je iets wel of niet mag doen. Vasten is dan niet een middel om een gunst van de Heere te verkrijgen, maar een middel om beter te kunnen ontdekken wat de wil van de Heere is. Je haalt er belemmeringen in de omgang met de Heere mee weg. Je bent in afwachting van Zijn spreken in je leven.

Vasten kun je persoonlijk doen, maar ook met elkaar in het gezin of in de gemeente. Ik ken jongeren die met elkaar afspraken drie maanden geen films te bekijken. In plaats daarvan wijdden ze zich aan Bijbelstudie, gebed én praktisch dienstbetoon aan de naaste. Echter, vasten is geen Bijbels voorschrift of gebod. Het is iets wat de christelijke kerk overlaat aan de christelijke vrijheid.

Maar gereformeerde theologen en oudvaders hebben het vasten toch nooit aanbevolen? Dit is onjuist. Johannes Calvijn beveelt het publiekelijk vasten aan voor gezin of gemeente. Gisbertus Voetius behandelt het vasten in zijn dikke boek over de ”Praktijk der Godzaligheid”. Willem Teellinck besteedt er in zijn ”Christelijke leidsman” aandacht aan. Ook de puritein Jonathan Edwards voerde een vurig pleidooi voor vasten. Dat we dit niet of nauwelijks weten, is een vorm van selectieve aandacht.

Reformatorische christenen zouden er beter aan doen wel te vasten. Leven in een welvaartstijd kan het geestelijk leven grondig in de weg staan. En het vasten is een concreet instrument om te oefenen in soberheid en eenvoud, en in dagelijkse omgang met God. Eeuwenlang hebben christenen de fakkel doorgegeven –niet zozeer met het hoofd– maar vooral via praktische vormen van vroomheid, die uiting geven aan wat leeft in het hart. Zij gaven de nieuwe generatie gebed, oplettendheid, onderscheidsvermogen, vreze tot de Heere én vasten mee, als vlotten waarmee de rivier van de genade kan worden bevaren. Een goede reden om er in deze veertigdagentijd een begin mee te maken.

De auteur is missioloog en theologisch docent. In deze rubriek worden antwoorden gegeven op vragen over het christelijk geloof.