Voorzie in basisbehoeften bij aanpak radicalisering

Mee uit vissen gaan, is een mooi voorbeeld van verbondenheid, een van de drie basisbehoeften die van groot belang zijn bij deradicalisering. beeld iStock

Iedere gemeente of gevangenis heeft een aanpak of programma voor deradicalisering. Deze programma’s werken niet, omdat ze voorbijgaan aan de psychologische basisbehoeften van mensen. Ze kunnen zelfs het tegenovergestelde teweegbrengen.

Hoewel terroristische aanslagen in Europa en in Nederland niet nieuw zijn, is er door de opkomst van al-Qaida en Islamitische Staat (IS) en de daarmee verbonden aanslagen veel aandacht gekomen voor deradicalisering. Er is in Nederland zelfs een hele ”deradicaliseringsindustrie” ontstaan. Elke gemeente en elke gevangenis heeft een aanpak of programma hiervoor, vaak met zelfbenoemde experts, zonder wetenschappelijke basis.

Sinds kort exporteren we deze programma’s ook naar de EU. Ze richten zich in belangrijke mate op de persoon als dader, ook wanneer die nog niets heeft gedaan. De effectiviteit van deze programma’s is echter niet goed onderzocht, waardoor het de vraag is of ze werkelijk doeltreffend zijn. Nog prangender is de vraag of ze niet een negatief effect hebben en misschien radicalisering juist kunnen bevorderen.

Motieven

In juli 2018 kwam het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving met een rapport over mogelijke voorspellers van radicalisering. In dit onderzoek werd gemeld dat een migrantenachtergrond in combinatie met een mogelijke verbondenheid aan salafistische stromingen een belangrijke voorspeller is. In lijn met eerdere onderzoeken werden daarnaast kenmerken als een lage sociaaleconomische status, psychische problemen, werkloosheid, een criminele carrière en het zoeken naar zingeving genoemd.

Deze uitkomsten hoeven ons niet te verbazen. Al in 1999 maakte de Amerikaanse psycholoog Baumeister in zijn boek ”Evil” een analyse over hoe een onrealistisch zelfbeeld, gecombineerd met grandioze denkbeelden, tot motieven voor terrorisme kan leiden. Deze motieven zijn vooral instrumenteel en egocentrisch. Ze behelzen een hang naar status en spullen voor jezelf, waardoor in de desbetreffende groep veel kleine criminaliteit voorkomt. Een rol speelt ook krenking door vermeend onrecht, berokkend door de maatschappij; daarbij horen het gevoel afgewezen te worden en wraakgevoelens. Verveling door het ontberen van bezigheid en zingeving is ook een factor.

Basisbehoeften

De sleutel voor effectieve deradicalisering is waarschijnlijk geen raketwetenschap, maar ligt in het vervullen van de drie psychologische basisbehoeften: verbondenheid, competentie en autonomie voor mensen die in onze maatschappij minder kansen hebben (Ryan & Deci, 2017).

Verbondenheid met anderen en de maatschappij is belangrijk, maar dit is niet het enige. Ook competentie (uitdaging en nuttige bezigheden) en zingeving zijn van belang. Daarom zijn onderwijs en opleiding juist voor deze groep zo wezenlijk. Tijdens onderzoek naar motivatie bij jongeren in jeugdgevangenissen en gesloten jeugdzorg zagen we dat een klimaat dat is gericht op het vervullen van de basisbehoeften leidde tot meer motivatie voor verandering (Van der Helm, Kuiper & Stams, 2018).

Wij deden al in 2016 onderzoek naar het speciaal onderwijs in Nederlandse achterstandswijken en ontdekten dat, wanneer er sprake was van verbondenheid met de leerkracht in combinatie met competentiegevoelens van leerlingen, hun vijandige afwijzing van de maatschappij veel geringer was (Van der Helm & Bekken, 2016).

De derde psychologische basisbehoefte, autonomie, gaat over de mogelijkheid om te kunnen kiezen. Veel sociaalwetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld van het Centraal Planbureau, laat voortdurend zien dat groepen met een lagere sociaaleconomische status minder te kiezen hebben en meer afhankelijk zijn van instanties.

Succes en hypercompetitie zijn in onze huidige maatschappij de norm; voor falen is minder aandacht. Dit is in lijn met de hardere maatschappelijke opvatting in de richting van meer eigen verantwoordelijkheid, ook als je wieg op een minder gunstige plek stond.

Averechts

Wanneer we aan deze feiten voorbijgaan, kunnen onze programma’s voor deradicalisering, juist omdat de vervulling van de basisbehoeften ontbreekt, gevoelens van wrok versterken. Net als bij antipestprogramma’s maken ze mensen slimmer in het vinden van een methode om het systeem om de tuin te leiden (playing the system), zoals blijkt uit de eerste van drie rapportages door Jutta Chorus en Andreas Kouwenhoven over dit onderwerp in NRC Handelsblad (4-1).

In dit artikel wordt een onthutsend beeld geschetst van de zogenaamd succesvolle Amsterdamse ”persoonsgerichte” aanpak, die bestaat uit een optocht van tientallen ambtenaren en veertig organisaties en bureaus langs één enkele persoon. Geen wonder dat er bij de ”doelgroepers” weinig verbondenheid is met al die ambtenaren. Ook al niet omdat het Openbaar Ministerie, politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid meekijken. Daarbij komt men afspraken over hulpverlening en opleiding vaak niet na en dreigt men kinderen uit huis te zetten. Het gebrek aan autonomie spreekt boekdelen in deze persoonsgerichte aanpak.

Mee uit vissen

Wanneer gaat het wel goed? Als een jongen bijvoorbeeld een kickbokstrainer krijgt die hem mee uit vissen neemt en naar kickboksen. Hij begint vervolgens aan een opleiding informatietechnologie, krijgt een bijbaan en zijn oom en neef nemen hem zo af en toe mee uit eten. Mooie voorbeelden van verbondenheid, competentie en autonomie.

De individueel en dadergerichte aanpak van gemeenten, gevangenissen en samenleving zou daarom gericht moeten zijn op meer sociale rechtvaardigheid en het vervullen van psychologische basisbehoeften in onze samenleving. Daarvoor moeten we echter wel de ongemakkelijke onderzoeksuitkomsten rond terrorismeonderzoek en de uitkomsten van de huidige aanpak, zoals verwoord in het NRC, serieus nemen.

Het alternatief is accepteren dat, als we doorgaan met het inrichten van de samenleving rond competitie (met dus gebrek aan verbondenheid, competentie en autonomie), mensen die basisbehoeften buiten de gemeenschap zoeken. Dan blijven ze radicaliseren, alle programma’s en aanpakken ten spijt. Dit leert de geschiedenis.

De auteur is lector residentiële jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden en hoofd onderzoek bij Fier, het landelijk expertisecentrum voor slachtoffers van loverboys en eerwraak. Bron: www.socialevraagstukken.nl