Voor jongeren Hongkong is westerse vlag symbool van hoop

Steeds meer jonge Hongkongers zwaaien met Amerikaanse vlaggen en dragen spandoeken mee met teksten als ”President Trump, please liberate Hong Kong”. beeld AFP, Vivek Prakash

Westerse landen hebben genoeg geboet voor misstanden waaraan de blanken van nu geen deel hadden. Dat zou Europa meer moeten benadrukken in contacten met China en andere dictaturen waar betogers dezelfde vrijheden wensen als wij.

Het was aan het begin van de protestgolf in Hongkong dat jonge betogers met een Britse vlag uit de koloniale tijd het parlementsgebouw bestormden. Voor de dictatuur in Peking een kans voor open doel om de beschuldigende vinger uit te steken naar Britse en andere voormalige koloniale mogendheden. Zij zouden het verzet van Hongkongs jeugd aanwakkeren om de plannen voor de ”herintegratie” in het ”moederland” te dwarsbomen.

Ruim drie maanden later zwaaien steeds meer jonge Hongkongers met Amerikaanse vlaggen en dragen ze spandoeken mee met teksten als ”President Trump, please liberate Hong Kong”. Trump moet aangenaam verrast zijn dat betogers hem nu eens niet verwensen, maar beleefd verzoeken om een gunst.

Het is niet waarschijnlijk dat de Britten jegens Hongkong de illusie koesteren dat ze er weer zeggenschap over zouden kunnen krijgen of dat de Amerikanen klaar staan voor een bevrijdingsactie. Maar opvallend in de revolte tegen Peking is het gebrek aan gêne bij de demonstranten om terug te grijpen naar het koloniale verleden. Daarbij wordt nogal eens met de ”Union Jack” gezwaaid, soms de puur Britse vlag, soms de vlag uit de tijd dat Hongkong een Britse kroonkolonie was. De Stars and Stripes van de Amerikaanse vlag doen in de straten van Hongkong hun intrede net nu China met de Verenigde Staten is verwikkeld in een handelsoorlog, dus liggen Chinese beschuldigingen van ”collaboratie” voor de hand.

Strijdlust

De Britse en Amerikaanse vlaggen gelden hier niet als gehate symbolen van westers imperialisme, zoals Peking het afschildert, maar als bakens van hoop voor de toekomst. Hoop dat, in bredere zin, westerse opvattingen over zaken als vrijheid van meningsuiting en democratie niet verloren gaan, zoals in de Volksrepubliek gebeurde.

Niet alleen is de democratie er dood en worden de laatste moedige journalisten en activisten gemuilkorfd, ontvoerd of veroordeeld, maar ook vinden de Chinezen het op enkele uitzonderingen na wel goed zo. The New York Times stelde onlangs vast dat veruit de meeste jonge Chinezen geen moeite hebben met de censuur op sociale media die niet de goedkeuring van het regime kunnen wegdragen. Ze zien niet in waarom ze iets anders zouden willen dan wat de staat permitteert, een mate van intellectuele afstomping die de droom is van welke dictatuur ook.

De betogers in Hongkong, overigens niet alleen jongeren, verzetten zich daartegen. Hun strijdlust en waardigheid zijn indrukwekkend. Opvallend is hoe goed Engels ze spreken en dat ze vaak Engelse of Europese voornamen hebben. Denk aan Joshua Wong, die zijn activisme ook dezer dagen weer met opsluiting moest bekopen. En die hoogstwaarschijnlijk nog in de bajes zou zitten als de pro-Chinese leider Carrie Lam, een echte Aziatische lady die is opgeleid in Cambridge, het niet tijd had gevonden voor een zoenoffer aan de jongeren. Dit in de hoop dat ze hun protesten zouden stoppen. Wong was het gevang echter nog niet uit, of hij bevond zich alweer in de voorste linies, samen met activiste Agnes Chow. Ze hebben bereikt dat Lam de uitleveringswet van Hongkong aan China introk. Daar ging de revolte aanvankelijk om.

Aangespoord door dit succes willen de betogers doorpakken. Ze hunkeren naar een democratisch stelsel dat bij de vroegere koloniale machten gemeengoed is, en niet alleen voor degenen die er zijn geboren. Westerse landen hebben de neiging om bij beschuldigingen over neokolonialisme in hun schulp te kruipen, gewend als ze zijn aan een cultuur van boetedoening over zaken als slavernij en andere wandaden. Dat zouden ze niet moeten doen, want ze zijn uitgegroeid tot gidslanden in de ogen van de slachtoffers van zich progressief noemende regimes als dat in China. Wie komen het vaakst voor die verdrukten op? Landen als Groot-Brittannië en Frankrijk, die al dan niet vergeefs trachten de heersers over hun oud-koloniën af te houden van al te grote repressie.

De VS waren zelf nooit een koloniale macht, maar ook onder Trump kunnen de slachtoffers van de Chinese repressie rekenen op steun van Amerika. Niet voor niets kozen de betogers met de Stars and Stripes het Amerikaanse consulaat in Hongkong als plaats van samenkomst.

Hypocrisie

Ook Algerije kampt met een burgerrevolte waarin jongeren een belangrijke rol spelen. Hun onderdrukkers jammeren permanent over de wandaden van de Franse kolonialisten. Maar Algerijnse opposanten weten dat ze in Frankrijk kunnen publiceren wat ze willen, in eigen land niet. Hun leiders gaan het liefst naar Parijs voor medische zorg; voor de gewone Algerijnen geldt dat als het ultieme bewijs van hypocrisie. Algerijnen vragen bezoekende Franse presidenten en andere politici niet om excuses voor het kolonialisme, maar om visa voor Frankrijk.

Westerse landen hebben genoeg boete gedaan voor misstanden waaraan de blanken, pardon ”witten”, van nu part noch deel hadden. Dat zou Europa meer moeten benadrukken in contacten met China en andere dictaturen waar betogers ‘gewoon’ dezelfde vrijheden wensen als wij.

De auteur is voormalig redacteur buitenland van Het Parool.