VGS trékt samen op voor vrijheid van onderwijs

„Het onderwijs wordt niet met overheidsgeld maar met samenlevingsgelden bekostigd.” Foto: de basisscholen zijn weer open. beeld ANP, Sem van der Wal

Samen met de collega-profielorganisaties uit zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs keert de VGS zich tegen toenemende invloed en inmenging van de overheid in het onderwijs.

In zijn column ”Samen optrekken voor de vrijheid van onderwijs” (RD 12-5) doet Maarten van Nieuw Amerongen een duidelijke oproep richting onder andere de VGS. Althans, zo interpreteer ik dit. Hij stelt, in lijn met prof. Tom Zwart, voor om als organisaties samen op te trekken tegen de ultraseculiere krachten die de vrijheid van onderwijs bedreigen. Vervolgens versmalt hij deze samenwerking door de oproep te richten tot reformatorische en islamitische scholen.

2020-05-12-OPN1-Column_S_P_Bijzonder_onderwijs-4-FC_webColumn: Trek samen op voor vrijheid van onderwijs

Ik kan hem en prof. Zwart geruststellen. De VGS hoopt begin 2021 honderd jaar te zijn. Al die tijd hebben we samenwerking gezocht rond bijvoorbeeld de vrijheid van onderwijs. Anno 2020 doen we dat met onze collega-profielorganisaties. Een unieke samenwerking, omdat dit zowel het openbaar als het bijzonder onderwijs betreft. Binnen één platform, het zogeheten Profielberaad, werken we namelijk allemaal samen en we vertegenwoordigen daarmee alle denominaties van het onderwijs.

Wat wij gezamenlijk hebben in deze samenwerking is dat we ons keren tegen toenemende invloed en inmenging van de overheid in het onderwijs. Dit is meer dan een symbolische samenwerking. We menen het serieus en willen de vrijheid van onderwijs behouden zoals we deze reeds honderd jaar kennen.

Ideaal

Is daarmee alle spanning weg en zijn we het in alles met elkaar eens? Zeker niet! Iedere organisatie heeft immers haar eigen ideaal. Ds. G. H. Kersten was, in lijn met mr. G. Groen van Prinsterer, een pleitbezorger van „de openbare school met de Bijbel.” Dit is geen achterhaald doel. Ook de VGS ziet graag dat al het onderwijs primair gebaseerd is op Gods Woord. Dát ideaal hebben en houden we. Ook in de samenwerking benoemen we dit.

Echter, de huidige context van ons democratisch rechtsbestel geeft ruimte aan alle denominaties, openbaar én bijzonder. Samenwerken is dan ook niet zonder innerlijke worsteling tussen ideaal en pragmatisme. Het is een positief gegeven dat we, als verschillende denominaties, samenwerken. Dat is ook noodzakelijk om de pluriformiteit een gezicht te geven, mede als instrument om de vrijheid van onderwijs te blijven verdedigen. Zo willen we laten zien dat we pluriformiteit en ruimte voor verscheidenheid belangrijk vinden, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de vrijheid van onderwijs.

Ook lokaal en regionaal wordt door de VGS-scholen samengewerkt. Dat heeft enerzijds te maken met het creëren van coalities, anderzijds ook met het Bijbelse besef dat we „de vrede van de stad” moeten zoeken en dus ook naar anderen toe verantwoordelijk zijn.

Gevouwen handen

Voor punten die in het reformatorisch onderwijs principieel zijn, zoals de visie op huwelijk, gezin en seksualiteit, moeten we de strijd mogelijk anders strijden, wellicht zonder bondgenoten. Dat realiseren we ons evengoed. Echter, nu doen we wat onze hand vindt om te doen.

Dat is allereerst onze handen vouwen. Wij geloven niet in het maakbaarheidsdenken. En verwachten ons heil dus ook niet in de eerste plaats van samenwerking, met welke partij dan ook. Wij geloven dat God instaat voor de komst en uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Onze bede is dat Hij ons onderwijs daarvoor wil gebruiken en het daartoe wil beschermen en bewaren. Tevens geeft dit ons een grote verantwoordelijkheid in het behartigen van de belangen van het reformatorisch onderwijs.

”Samenlevingsgelden”

Wat betreft de financiering van het bijzonder onderwijs roept Van Nieuw Amerongen in herinnering dat kringen van de Afscheiding vreesden voor meer overheidsinvloed in ruil voor bekostiging. Immers: wie betaalt, bepaalt.

Die vrees is uitgekomen, kunnen we nu wel zeggen. Het gaat zelfs zo ver dat een enkele politicus beweert dat reformatorisch onderwijs niet met overheidsgeld moet worden gesubsidieerd, omdat de opvattingen van die scholen niet passen bij deze tijd.

De claim dat het onderwijs met overheidsgeld wordt bekostigd, bestrijd ik echter. Dat geld is namelijk niet van de overheid, maar van de samenleving. Alle denominaties, en daarmee alle ouders, dragen via de belastingen bij aan de algemene middelen. Laten we dit daarom voortaan ”samenlevingsgelden” noemen. Dat doet meer recht aan de werkelijkheid. Nadrukkelijk wil ik het niet ”ons geld” noemen. Dat strijdt met onze opdracht dat we rentmeesters zijn en geen eigenaren.

In ons land staat het gelijkheidsdenken zeer hoog aangeschreven. In die context is het toch ondenkbaar en discriminerend dat één denominatie zou worden uitgesloten van overheidsbekostiging, terwijl ze wel deel uitmaakt van de samenleving en leerlingen voorbereidt op participatie in die samenleving? De gelijkheidsdrijvers moeten dan wel consequent blijven: gelijke monniken, gelijke kappen.

De auteur is bestuurder van de VGS.