Verzoening door voldoening onopgeefbaar geloofsstuk

„Laten we blijven bij de Christus van Golgotha, om eens en telkens weer te worden meegenomen in Zijn overwinning. Om daaruit te leven.” beeld iStock

Lijdt de kerk in West-Europa (en niet alleen daar) aan een ernstige hartaandoening? Een met dodelijke gevolgen en afloop? Concreter: is een groot deel van het protestantisme niet nog hartgrondiger ziek dan Rome? In veel kerken en gemeenten van protestantse snit is de hartspier dodelijk aangetast, zo niet dood. Klopt het hart van het Evangelie niet meer in prediking, catechese en pastoraat, dan is de begrafenis van de kerk nabij.

Over dat hart is discussie. Altijd weer. Niet zonder reden staat de Schrift vol met expliciete uitspraken die antwoorden op de vraag hoe een mens in vrede met God zal leven. Denk aan de oudtestamentische offerdienst en de christologische exegese daarvan in de Hebreeënbrief, samengebald in die expressieve woorden dat er zonder bloedstorting geen vergeving is (9:22).

Paulus’ woorden in 2 Korinthe 5:18vv dat God ons met Zichzelf verzoend heeft in Christus en dat Hij niet ons maar Hem onze zonden toerekende, lijkt me een overtuigend bewijs voor het dogma van de ”verzoening door voldoening”. Dat de persoonlijke geloofsdaad zich deze genadeschat toe-eigent, maakt Paulus in het vervolg duidelijk. „Laat u met God verzoenen.” Is veel hedendaagse prediking niet te inclusief, te zeer uitgaande van de verzoende gemeente?

Godsbeeld en zelfbeeld

In de huidige westerse samenleving worden we continu aangemoedigd om aan ons zelfbeeld te werken. Als mondige burgers moeten we onszelf voortdurend bewijzen. Gezagsverhoudingen wijzigden. Er is sprake van sterke egalisering. Zijn er eigenlijk nog autoriteiten? Deze nivellering liet ook ons denken over God niet onaangetast. Is Hij wel almachtig? Is er in God werkelijk toorn? Straft Hij echt onze zonden?

Al vroeg in de kerkgeschiedenis werd diepgaand over deze vragen nagedacht. De antwoorden waren niet altijd eensluidend. Als piketpaaltjes voor de gereformeerde theologiebeoefening gelden vooral Anselmus, Luther en Calvijn. De eerste verwierf blijvende bekendheid met zijn geschrift ”Cur Deus Homo” (”Waarom God mens werd”). Diep was Anselmus onder de indruk gekomen van Gods heiligheid en rechtvaardigheid. De Heere moet wel toornen over onze zonde en schuld, die Hem in Zijn goddelijke eer zeer gekwetst hebben en Zijn goede bedoelingen met Zijn schepping grondig verstoorden. Kan het nog goed komen tussen God en mens? Ja, wist Anselmus. Maar alleen omdat de Beledigde Partij het initiatief nam. Omdat God in Jezus Christus mens werd. Hij blééf God en werd mens. In Hem klopte voor Anselmus het hart van de verzoening. De reformatoren hamerden op hetzelfde aambeeld, zij het met enige correctie en precisering. De bewijsplaatsen leken duidelijk: Johannes 3:16; 2 Korinthe 5:18; 1 Petrus 2:24; Romeinen 4:25, enzovoort.

Calvijn raakte halverwege de zestiende eeuw in een verhitte strijd met de Italiaan Lelio Sozzini (Socinus), een felle criticus van ”verzoening door voldoening”. In de Institutie (II, 17) weerlegt Calvijn zorgvuldig de argumenten van deze man, die zich vooral in ketterse kringen ophield.

Socinus’ opvatting klinkt in allerlei variaties en toonaarden door tot op de huidige dag. Grootste gemene deler is het afstand nemen van het dogma ”verzoening door voldoening”. Dat Christus onze plaats inneemt in het gericht over de zonde, de schuld overneemt en de toorn van God plaatsvervangend draagt, zou een heidense infectie van christelijk denken zijn. Weerzinwekkend idee dat God bloed wilde zien. Woorden als ”blasfemie” vallen. De kostbare genade (zij kostte Jezus alles!) verwordt tot ”billige Gnade” (”goedkope genade”; Bonhoeffer). Paulus waarschuwt voor een ander evangelie! (Galaten 1:6-9).

Fundamentele verschuiving

Spraakmakende theologen distantieerden zich de afgelopen decennia publiekelijk van de plaatsbekleding van Christus als kern van Zijn heilswerk. Een andere visie op kruis en opstanding stroomde vanuit de collegezalen via de kansels de gemeenten in. Vandaag laaft ook het reformatorische volk zich aan alternatieve visies op de verzoening, zoals verwoord door Reinier Sonneveld in het boek ”Het vergeten evangelie”. Waar Luther de Overwinnaar niet losmaakte van de Gekruisigde (in mijn plaats en voor mij) vindt hier een rigoureuze scheiding plaats. En dat niet alleen. Er wordt, anders dan in de oosterse orthodoxie met haar ”Christus-victor-model”, een alternatieve verzoeningsleer gecreëerd. Godsbeeld en mensbeeld zijn in het geding, zonde en genade.

Dit heeft vergaande consequenties voor prediking en pastoraat. Daarbij passen niet langer de liturgische formulieren en de klassieke belijdenissen. Ook uit het liederenrepertoire van de kerk der eeuwen zal veel geschrapt moeten worden. God vergeeft mij niet meer omwille van het offer dat Christus bracht, maar omdat Hij menslievend is. Wordt de ernst van de zonde eigenlijk nog wel gepeild? Wat is dit anders dan ergernis aan het kruis (1 Korinthe 1 en Galaten 5)?

Volgens dagblad Trouw (7-7) zijn de oude tegenpolen orthodox en vrijzinnig een gepasseerd station. Jongeren (twintigers, dertigers) nemen een middenpositie in. De oude klassieke standpunten worden sterk gerelativeerd. Men staat open voor nieuwe visies en interpretaties. De krant verbaasde zich over de warme ontvangst van het boekje ”Oer”, dat evolutie en scheppingsverhaal bijna geruisloos ineenschuift, in orthodoxe kring. Het is een symptoom van veranderde opvattingen en interpretaties van Schriftwoorden. Dat raakt ook de ethiek. Er ontwikkelt zich een nieuwe ”midden-orthodoxie”.

De rechtvaardiging van de goddeloze is feitelijk geen agendapunt meer. Anselmus, Augustinus, Luther, Calvijn, Kohlbrugge, Spurgeon, Bavinck, Stott, ze zaten er allemaal naast. Missen we vandaag misschien de Heilige Geest in Zijn ontmaskerende en ontdekkende arbeid? Wat weten en begrijpen wij zonder en buiten Hem nog van oordeel en vrijspraak? Van de ernst van de zonde en de verlossende kracht van Jezus’ bloed?

Balk en dwarsbalk

Verzoening, in de lijn van de gereformeerde orthodoxie, bestaat evenals Jezus’ kruis zelf uit balk en dwarsbalk. Gods genade baant een weg van boven naar het zondaarshart beneden. Als ik daarvan weten mag, zal de naaste het ook merken. Christus is, behalve een volkomen verzoening van al onze zonden, ook het grote Voorbeeld ter navolging. Navolgen is niet imiteren, nadoen. Dat is ontzieling van het Evangelie.

Hoog geeft vooral Johannes op van de liefde, maar steeds als vrucht van het verenigd zijn met Christus. Die liefde is graadmeter van het geestelijk leven. Op hoeveel liefdeloze verhoudingen stuiten we niet in de gemeente en binnen het pastoraat! De explosie aan echtscheidingen in christelijke kring stemt tot nadenken. Laten we niet te snel een oorzaak zoeken in psychische defecten; wellicht steekt de kwaal dieper. Hoe heilzaam zijn Gods woorden en is de weg die Jezus ons voorhoudt en Zelf ging? Laten we veelvuldig op Golgotha verkeren. Die plaats is dodend voor mijn eerzucht en zelfhandhaving. Moet ik niet dagelijks met Hem gekruisigd worden en sterven, om met Hem te leven?

”Verzoening door (Jezus’) voldoening” is niet alleen hoofdzaak maar moet ook hartenzaak zijn. Ruim een halve eeuw terug voorzag de hervormde ds. G. Boer dat de hele bovenbouw (de kerk) zal instorten als het fundament niet deugt. Bewijst de huidige kerkelijke malaise niet zijn gelijk?

Tegelijkertijd dienen we ook op te passen voor een (te sterke) juridisering in taal, termen en voorbeelden uit onze rechtspraktijk. Dat doet echter niet af van de onmisbaarheid van de persoonlijke doorleving van de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof, van de wonderlijke ruil en genadige vrijspraak. Het geloof kan alleen rusten waar God rust, het zegt ”amen” op datgene waar God ”amen” op zegt. Laten we blijven bij de Christus van Golgotha, om eens en telkens weer te worden meegenomen in Zijn overwinning. Om daaruit te leven.

De auteur is hervormd emeritus predikant.