”Verzetsheld” Luther bracht Evangelie terug naar gewone man

In Eisenach ademt alles Luther, van hotels tot winkels en van straatnaamborden tot appeltaarten. De reformator is er nog steeds ‘hot’. Foto: standbeeld van Luther. beeld RD, Henk Visscher

De wereldlijke overheid gold voor Luther als een door God verordende instelling. Niettemin wordt hij in Oost-Duitsland vooral ook gezien als een verzetsheld. Tegen wil en dank.

Toen ik vorig jaar voor mijn werk enkele keren in Oost-Duitsland was, verbleef ik in een hotel in de buurt van Eisenach. De Wartburg torende hoog boven de stad uit. Dit was Lutherland. Maar om dat duidelijk te maken, was de burcht niet echt nodig. Alles ademde Luther, van hotels tot winkels en van straatnaamborden tot appeltaarten. In Eisenach is de reformator nog steeds ‘hot’.

Terecht geldt Luther, net als Calvijn en Zwingli, als een grote reformator. Historici uit alle geledingen plaatsen hem echter ook in een lange rij denkers die bijdroegen aan de ontwikkeling van verzetstheorieën. Luthers beroemde 95 stellingen uit 1517 vormden namelijk het begin van verregaande theologische, culturele en politieke twisten en conflicten.

Op het moment van verschijnen was de Rooms-Katholieke Kerk uiterst machtig in Europa. De regerende vorstenhuizen waren nauw vervlochten met het bestuursapparaat van de kerk. Omdat Luther vooral de gewone Duitse bevolking aansprak (we zouden het zelfs al een lutherse vorm van verlichting kunnen noemen), voelde de overheid in de vorm van het Heilige Roomse Rijk zich bedreigd. Het gevolg hiervan kwam enkele jaren later, in 1521, toen Luther ontboden werd op de Rijksdag in Worms.

Tegenover Keizer Karel V beriep Luther zich uitdrukkelijk op zijn geweten, toen hij herhaaldelijk weigerde om afstand te doen van zijn standpunten. „Mijn geweten is in het Woord van God gevangen”, verklaarde hij, „en daarom kan en wil ik niets herroepen, want handelen tegen het geweten is veilig noch heilzaam.” Daarna volgden de beroemde woorden: „Hier sta ik, ik kan niet anders.”

In opstand

Het was typerend voor het denken van de Reformatie dat Luther zich voor zijn innerlijke bevrijding beriep op zijn (in Gods Woord gevangen) geweten. Het belangrijkste voor hem was dat de zondige mens nooit op eigen kracht God kon bereiken en vergeving kon vinden. In de Bijbel vond Luther de sleutel voor het verlossende besef dat de mens door Gods genade alleen bevrijd kon worden en door het geloof alleen gerechtvaardigd kon worden.

De consequenties waren enorm. Het instituut kerk bleek opeens overbodig als ”middelaar”; de mens kon rechtstreeks met God in verbinding komen. Het geloof was een persoonlijke zaak tussen de zondige mens en een vergevende God geworden. De kerk werd buitenspel gezet, en daarmee ook de machthebbers.

Verschillende Duitse vorsten, zoals de keurvorsten van Saksen en Hessen, kozen de zijde van Luther. Zij zagen een uitgelezen kans om de steeds groter wordende macht van het Heilige Roomse Rijk, geleid door keizer Karel V, te ondermijnen.

Op het Duitse platteland, maar ook in Zwitserland en Oostenrijk, kwam in 1524 de bevolking in opstand tegen het kerkelijke en wereldlijke gezag. Geïnspireerd door Luther, uitten ze hun onvrede. Die had met name te maken met de steeds stijgende kerkbelastingen. De kerk was meer bezig met financiële zaken en investeringen dan met het zielenheil van de kerkleden. De leider van de opstandelingen, Thomas Müntzer, beriep zich op de leer van Luther en het Evangelie.

De opstand en de bloedige gevolgen kwamen dus onbedoeld op rekening van Luther en zijn hervormingsbeweging te staan. Luther moest hier uiteraard op reageren en zette zijn visie op de overheid uiteen.

Volgens Luther was de wereldlijke overheid een door God verordende instelling. Herhaaldelijk haalde hij uit het Bijbelboek Romeinen de woorden aan dat wie zich tegen de overheid verzet, in opstand komt tegen een instelling van God. Luther beriep zich dus op de Bijbel voor een houding van onderwerping en onderdanigheid ten opzichte van de overheid, in dit geval Karel V.

De Duitse vorsten die, niet geheel zonder risico, ten voordele van Luther kleur hadden bekend, reageerden ontsteld. Zij zagen zichzelf helemaal niet als hulpeloze onderdanen van een (in dit geval) zich oppermachtig wanende keizer. Dit was uiteindelijk ook onhoudbaar voor Luther. Hoewel met tegenzin, ging hij toch akkoord met de juridische argumenten van de keurvorsten. Die kwamen erop neer dat de keurvorsten weliswaar onderdanig waren aan de keizer, maar in geval van keizerlijk wanbeleid voor hun onderdanen mochten opkomen.

Luther en zijn volgelingen spraken dan ook van ”Notwehr”: zelfverdediging in geval van uiterste nood. De gedachte dat Luther meende dat een overheid alles maar kon doen, klopt dus niet. Gehoorzaamheid aan de overheid stond wel voorop binnen het lutheraanse politieke denken, maar ze werd gecombineerd met een sociale theorie die ook ruimte bood voor kritiek en zelfs verzet richting de overheid.

Boegbeeld

Luther is geen verzetsheld in letterlijke zin. Hij is tegen wil en dank tot boegbeeld van de opstand gebombardeerd. Niettemin vereiste het van hem natuurlijk ongelofelijk veel moed om tegen de leerstellingen en dogmatiek van de Rooms-Katholieke Kerk in te gaan, juist omdat deze zo vervlochten was met de wereldlijke overheid. Zo heeft hij het Evangelie teruggebracht naar waar het hoort: onder de mensen, voor iedereen toegankelijk.

De auteur studeert Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit.