Verdeeldheid christenen roept om boete en bekering

De kerk belijdt dat God één is en dat daarom zijn kerk één is, allesomvattend. Er is slechts één doop tot vergeving van zonden en je kunt dus ook maar in één kerk gedoopt worden. beeld RD, Henk Visscher

Kerken naar keuze en secularisatie hebben dezelfde wortel: ze miskennen dat God één is, één in de zin van allesomvattend. Het wordt tijd om om te keren, om te horen: „Hoor Israël, de Here is onze God, de Here is één.” In het perspectief van de Heilige Geest betekent dat: „Wij geloven in één heilige, katholieke en apostolische kerk.” In hun verdeeldheid verloochenen christenen hun God.

De kernbelijdenis waarom het Gomarus in zijn conflict met Arminius in Leiden ging, is: „Hoor Israël, de Here is onze God, de Here is één.” Achter zijn positie zit de fundamentele godsleer die Israël gegeven is in het sjema’. De Here is één.

Eén betekent niet alleen de eenheid van het getal. Het betekent veeleer dat de Here alles omvat. Vooral in het boek Jesaja wordt dat breed uitgewerkt. God is de Schepper van het universum. Niets ontgaat zijn macht. Volken zijn niet meer dan een stofje op een weegschaal. Alles wordt door God bestuurd. Ook Israëls verkeerde keuzen worden door Gods beleid gedragen, zodat de profeet kan vragen: „Waarom brengt U ons ertoe om af te dwalen van uw wegen?”

Ook achter de geschiedenis van Israël, die uitloopt op de ballingschap en de verwoesting van Jeruzalem, ligt het geheimenis van God. God is de enige, de alles omvattende. Zo zegt Jesaja het: „Ik ben God en naast mij is er geen ander.” Er is geen concurrentie voor God.

Boven alles verheven

Met deze fundamentele belijdenis van Israël is de kerk opgegroeid. Het is haar eigen belijdenis. God is één. Dat is Hij in zijn scheppende almacht. Dat is Hij ook in zijn redding.

Je zou daarom verwachten dat na „wij geloven in één God” en „wij geloven in één Heer” zou volgen: „en in één Heilige Geest.” Toch doet de belijdenis dat niet. Zij bewaart het één van de Heilige Geest voor de kerk: „wij geloven in één heilige, katholieke en apostolische kerk.”

De eenheid van de Geest krijgt gestalte in de eenheid van de kerk. Scherper gezegd: de eenheid van God krijgt gestalte in de eenheid van de kerk. De gestalte van de kerk weerspiegelt haar denken over God.

Het ging Gomarus om het wezen van de godsleer. God is van een andere orde dan de mens. Je kunt beide niet bij elkaar optellen. Ze zijn van een verschillende categorie.

Mensen leven op de aarde, waar alles begrensd is. Alles heeft zijn tijd en alles heeft zijn plaats. God is echter de eeuwige. Hij is niet aan tijd of plaats gebonden. Hij is niet een van de vele oorzaken, maar alles is uit Hem en door Hem. Hij is niet een van de elementen in de werkelijkheid, maar boven alles verheven. De hele werkelijkheid wordt door Hem gedragen. Hij is het geheimenis dat de werkelijkheid te boven gaat en er is niets dat niet gewild is door zijn wil.

Dat doet niets af aan de menselijke beslissingen of verantwoordelijkheid in de relatieve verhoudingen van de wereld. Die blijven volledig bestaan en ontvangen juist hun betekenis door Gods geheimenis. Wat Gomarus betoogt, is dat ook achter de zonde van Adam een geheimenis is dat boven zijn daad uitgaat. Wij kunnen dat geheimenis niet verstaan, maar wat we nooit mogen doen, is God neerhalen en een van de spelers in het veld van de wereld maken.

Vrijwel alleen

De meerderheid van de Synode van Dordrecht is Arminius nagevolgd. Gomarus stond aan het eind van de synode vrijwel alleen, juist op het punt waarom het hem in zijn conflict met Arminius ging. Op de synode ging het over iets anders dan waarover de hooggeleerden in het Leidse Academiegebouw het oneens waren. In Dordrecht ging het over de verkaveling van verantwoordelijkheden tussen God en mens.

De remonstranten zeiden dat mensen zelf voor hun redding kunnen kiezen. Mensen besluiten zelf al dan niet te geloven. Arminius was daarentegen voorzichtiger geweest. Hij had alleen gezegd dat mensen de mogelijkheid hadden om „nee” te zeggen tegen Gods genade.

De meerderheid van Dordt zag de menselijke inbreng nog geringer: de mens had alleen gekozen om te zondigen, en dan ook nog alleen de eerste mens, Adam. God is alleen maar goed, als Hij besluit uit het verloren mensengeslacht sommigen te redden. Hij is dat niet verplicht en niemand kan Hem verwijten maken als Hij anderen laat in de toestand waarin ze zijn.

Gomarus ging het om een heel ander punt. Het ging hem niet om een kwantitatieve verkaveling van verantwoordelijkheden, maar om de allesomvattende eenheid en autoriteit van God, die het sjema’ uitspreekt.

Verkeerd begonnen

Gomarus stond in Dordrecht alleen. Historisch was hij verbonden met zijn voorgangers, zoals Calvijn, Zwingli, Thomas van Aquino. Ze dachten allemaal net als Gomarus. Als Arminius de vrijheid van de menselijke beslissing in concurrentie brengt met Gods eeuwige wil, dan is dat een expressie van een nieuw type theologie, waarin God en mens in hetzelfde veld worden gebracht. In dat veld krijgt de mens vervolgens steeds meer plaats en inmiddels zijn velen zo ver, dat voor God nog 0 procent overblijft.

De synode is al verkeerd begonnen: op last van de hoogmogende heren. En de hoogmogende heren hadden er alle belang bij om de rust te bewaren. In ‘Dordt’ is het polderen uitgevonden: de extremen sluit je uit of negeer je en met de rest maak je een goede deal.

Het lastige is dat je met God geen deal kunt maken. Hij zit niet aan de onderhandelingstafel. Hij troont boven de hemelen. Alle volken een stofje op de weegschaal. Wat is dan Nederland, dat de hoogmogende heren denken de godsleer vast te kunnen stellen? De kerk belijdt dat God één is en dat daarom zijn kerk één is, allesomvattend. Er is slechts één doop tot vergeving van zonden en je kunt dus ook maar in één kerk gedoopt worden.

In Dordrecht heeft men het kader van Arminius overgenomen. Kerken naar keuze en secularisatie hebben dezelfde wortel: ze miskennen dat God één is, één in de zin van allesomvattend. Dat is het geheimenis van het leven van mensen en van zijn wereld.

Het wordt tijd om om te keren, om te horen: „Hoor Israël, de Here is onze God, de Here is één.” In het perspectief van de Heilige Geest betekent dat: „Wij geloven in één heilige, katholieke en apostolische kerk.”

In hun verdeeldheid verloochenen christenen hun God. Daar past maar één reactie op: boete en bekering. En bekering kun je niet uitstellen. Wie denkt dat je daarvoor de tijd kunt nemen, ziet niet wat hij heeft aangericht. De kerk is één en het kan niet wachten om dit niet alleen met woorden, maar ook met de daad te bewijzen.

”Eigenlijk”

En toen kwam het belangrijkste woord voor kerkmensen: ”eigenlijk”. Eigenlijk zou het wel moeten. Waar dat woord valt, weet je al dat mensen niet willen. Het moet vandaag nog geschrapt worden uit het kerkelijke vocabulair. Laat het nu eindelijk anders zijn: „Ja, wij van ganser harte.” „Hoor, de Here is onze God en de Here is één.”

De auteur is emeritus-hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan de Universiteit van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Dit artikel is gebaseerd op zijn toespraak tijdens de op 29 mei gehouden vergadering van de nationale synode in de Grote Kerk in Dordrecht.