Van eilanddenken naar duurzaam samenwerken

President Boris Johnson opende vorige week een VN-klimaatconferentie in Londen. beeld AFP, Chris J. Ratcliffe

Ooit gehoord van het ”rapport van de club van Rome” uit 1972? Nee, dat gaat niet over misstanden in de Rooms-Katholieke Kerk. Ik merk in de collegezalen dat er inmiddels extra uitleg nodig is over dit rapport. ”Grenzen aan Groei”, zoals het officieel heet, alarmeerde de wereld over haar toekomst en zorgde wereldwijd voor veel commotie. Het berekende dat er rond 2040 zo’n 14 miljard mensen op de aarde zouden leven. Er zou een enorm voedseltekort ontstaan.

Inmiddels zijn de cijfers bijgesteld naar een bevolkingsgroei van zo’n 9 miljard mensen. Dat is nog steeds een immense groei in 100 jaar. In 1940 telde de aarde rond de 2 miljard mensen.

Vijf grote wereldproblemen kwamen in het rapport aan de orde: de groei van de mondiale bevolking, de voedselproductie, de industriële manier van produceren, de uitputting van grondstoffen en de enorme milieuvervuiling. Nu, bijna vijftig jaar later, worden nog steeds grondstoffen gedolven, maar worden de contouren van de klimaatverandering steeds duidelijker. Zijn we sindsdien veel opgeschoten? Zeker wel in bewustzijn. Hoe zorg je dat producten na de eerste levensduur herbruikbaar zijn als grondstof? Zo maakt KLM van de afgedankte uniformen van stewardessen een nieuwe vloerbedekking in de businessclass van zijn vliegtuigen. Tegenwoordig zijn veel bedrijven bezig met niet meer lineair, maar circulair werken, omdat de voorkeur van consumenten voor duurzaamheid groeit. Duurzaamheid wordt dan een aanjager voor innovatie; daar zijn ondernemers altijd voor te porren.

Er zijn na 1972 honderden conferenties, besprekingen en vergaderingen gehouden om de verduurzaming in gang te zetten. Klimaatverandering en verwoesting van de natuur worden wereldwijd ervaren als grote wereldproblemen, naast armoede, inkomensongelijkheid en oorlogen. Dat wees een recent onderzoek van het World Economic Forum uit. Al die pogingen tot het maken van afspraken om ons consumentengedrag aan te passen en om samen te werken aan vermindering van die mondiale problemen hebben niet het gewenste effect gehad. De praktijk blijkt moeilijker en weerbarstiger. Hoe komt dat toch?

Samenwerken gaat nogal eens mis door een eilandjescultuur. Langs elkaar heen werken en naar eigen goeddunken handelen, bewerken geen productief resultaat, noch op mondiaal, noch op persoonlijk niveau. Ook al is iedereen van goede wil.

Een eilandencultuur ontstaat doordat het ons veel moeite kost onze perspectieven op elkaar af te stemmen. We zien vaak snel genoeg het belang van het ”eigen eiland”, maar dat van een ander maar slecht. Een eilandencultuur is het denken binnen eigen hokjes of de eigen sociale groep. Mensen met een andere mening of levenshouding worden op grond van eigen ideologische voorkeuren afgewezen of als verdacht of minder betrouwbaar weggezet. In het ergste geval creëert men vanuit ”welbegrepen eigenbelang” een soort ”boze ander”, die buiten de deur moet blijven.

Om eilanddenken te doorbreken, is de brug van goed communiceren nodig. Daarom kun je elkaar niet vaak genoeg het hemd van het lijf vragen. In een oprechte bevragingscultuur blijven de eigen stellingen niet betrokken.

En als er moeilijkheden zijn in de samenwerking, vooral bij gezagsverhoudingen, biedt grootmoedigheid uitkomst. Dat is de deugd van het groot van geest en hart zijn. Wie grootmoedig is, weigert bekrompen te zijn, durft gevaar onder ogen te zien en is op nobele doeleinden uit.

Van Winston Churchill is bekend dat hij maar een heel klein deel van zijn tijd en emotionele energie besteedde aan hatelijkheden in het leven. Anderen beschuldigen of kwaadwilligheid was aan hem niet besteed. Grootmoedigheid betekent dat we bereid zijn om te vergeven en onszelf weg te cijferen, zelfs met vreugde. Voor dat laatste is een goed ontwikkelde persoonlijkheid nodig. Voor het ontwikkelen van een duurzame samenleving is het nodig dat we niet meer de boel over de schutting gooien, maar bij elkaar over de schutting willen kijken.

De auteur werkt bij de CHE en Nyenrode Business Universiteit.