Theologenblog: Ik verlang niet naar vroeger maar mis saamhorigheid in GKV

Theologenblog
beeld TUA

Op 29 juni is het 40 jaar geleden dat ik in het ambt van predikant werd bevestigd. Globaal genomen laat die periode zich in twee helften verdelen. Gedurende de eerste helft werkte ik als gemeentepredikant, achtereenvolgens in Driebergen-Rijsenburg, Ommen, Enschede en Nijkerk. Vlak na de eeuwwisseling werd ik benoemd tot predikant in algemene dienst, zou je kunnen zeggen: verbonden aan de Theologische Universiteit Kampen.

Veertig jaar na mijn bevestiging wil ik de kerkelijke situatie van toen en nu vergelijken aan de hand van vijf voorbeelden. Ik doe dat op basis van mijn persoonlijke ervaringen en het is maar een greep. Hoe staat het er 40 jaar na dato voor met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt?

1. De eerste tijd van mijn predikantschap waren interkerkelijke organisaties bijna letterlijk uit den boze. De EO gold als een groter gevaar dan de VPRO. Dat veranderde vrij snel. Maar zelfs toen Andries Knevel mij eind jaren tachtig, begin jaren negentig vroeg voor een EO-radioprogramma en ik werd benoemd in het landelijke bestuur van het Nederlands Bijbelgenootschap, checkte ik eerst bij m’n kerkenraad of dat geen onoverkomelijke problemen zou opleveren. Sinds 2010 participeren de vrijgemaakten probleemloos in de Nationale Synode.

2. ‘Kampen’ ontwikkelde zich van een domineesfabriek tot een complete Theologische Universiteit. Hoewel de traditionele schooldag eigentijds werd ingevuld met een gezinsprogramma, minicolleges en workshops, kon dit niet voorkomen dat het bezoekersaantal gestaag daalde. De schooldag is niet meer.

3. Waar je ook kerkte, in Roodeschool of in Axel, de liturgie was overal hetzelfde. Men zong psalmen uit de berijming-1773 en 29 gezangen, begeleid op het alomtegenwoordige kerkorgel. Een trompet kon er alleen bij op hoogtijdagen. In 1986 kwam de eerste versie van het Gereformeerd Kerkboek: een vrijgemaakte selectie van psalmberijmingen, aangevuld met 41 gezangen. Tegenwoordig zingen we allerlei bundels door elkaar, van Opwekking tot Liedboek. De opwekkingsliederen kunnen zo overheersend zijn, dat ik me soms afvraag of ik niet per ongeluk in een dienst van een evangelische gemeente ben beland. En het kerkorgel? Je mag blij zijn als dat nog bespeeld wordt.

4. Tot 1993 brachten alleen de ‘manslidmaten’ hun stem uit bij de verkiezing van ambtsdragers. Daarna mochten de zusters twintig jaar lang wel stemmen maar niet gestemd worden, totdat de generale synode in 2017 alle ambten openstelde voor vrouwen.

5. Bij veel kerkmensen, inclusief mezelf, merk ik een verandering in geloofsbeleving: van een vastomlijnde naar een meer zoekende manier van geloven.

Naar de tijd van toen verlang ik niet terug. Het is van levensbelang dat een kerkgenootschap zich blijft ontwikkelen. Tegelijkertijd mis ik tegenwoordig saamhorigheid, loyaliteit en enthousiasme. Het gemak waarmee sommigen de kerk verlaten en anderen overstappen naar bijvoorbeeld een losstaande (huis)gemeente, die uit het niets lijkt te zijn opgericht, baart me zorgen. Maar dan denk ik terug aan de tekst waarmee professor Jochem Douma mij veertig jaar geleden bevestigde.

Op mijn verzoek preekte hij over 1 Tessalonicenzen 5:24: „Degene die u roept is betrouwbaar; Hij zal het ook doen.” God is het die mensen roept, namelijk tot geloof, tot een christelijk leven. Dat gebeurde niet alleen ten tijde van de Bijbel. God blijft de Roepende, zijn stem klinkt nog steeds. Verder is Hij de betrouwbaarheid zelve. God zal het doen: realiseren wat Hem volgens het vorige vers gevraagd was. Hij zal de lezers heiligen en naar geest, ziel en lichaam bewaren tot de wederkomst van Jezus Christus. Deze bemoediging geldt net zo goed voor hedendaagse bijbellezers. Geen mens komt ongeschonden door het leven; je kunt geestelijke, psychische of fysieke beschadigingen oplopen. Bovendien maak je in het contact met medemensen onvermijdelijk brokken. Maar in het voltooide Koninkrijk blijkt dit gebed om heiliging en bewaring toch verhoord te zijn. Gods roeping blijft van kracht.

De auteur is hoogleraar Nieuwe Testament. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.