Theologenblog: „Daar gaat die tekst niet over”

Theologenblog
beeld TUA, Melle Rozema

Vaak gaan Bijbelteksten over andere kwesties dan de vragen waarover wij discussiëren. Het is goed daar de vinger bij te leggen, maar het is niet het einde van het verhaal. Een Bijbeltekst kan wel degelijk iets „te zeggen hebben” over andere zaken dan de zaken die daarin rechtstreeks aan de orde zijn.

De opmerking „Daar gaat het niet over in die Bijbeltekst” fungeert vaak als argument in discussies van kerkleden en theologen. Ik moest er onlangs aan denken, tijdens het lezen van een column van Adrian Verbree over kinderen aan het avondmaal (Nederlands Dagblad, 29-6). In dat vraagstuk speelt 1 Korinthe 11 een grote rol. Ten onrechte, volgens Verbree, want in dat hoofdstuk „wordt over en tot volwassenen gesproken en zijn kinderen simpelweg niet in beeld.” Anders gezegd, in mijn eigen woorden: die tekst gaat niet over kinderen aan het avondmaal en wij kunnen er dus niets mee in deze discussie.

Zeggen dat het in 1 Korinthe 11 niet over kinderen aan het avondmaal gaat, is volledig terecht. Net zo terecht is het bijvoorbeeld te beweren dat het in Galaten 3:28 niet gaat over de vrouw in het ambt. Paulus schrijft daar dat er geen Joden of Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen meer zijn. Alle gelovigen zijn één in Christus Jezus. Als je deze tekst goed in zijn verband leest, zie je dat het gaat over de vraag hoe je deel krijgt aan de vervulling van Gods beloften. Daarvoor maakt het niets uit of je man of vrouw bent. Het enige wat telt, is geloof in Jezus Christus.

Toch is dat geen voldoende reden om de tekst te parkeren als irrelevant voor de discussie over de taakverdeling van mannen en vrouwen in de kerk. Dat kan ik illustreren aan de hand van een klassiek en veel minder omstreden voorbeeld, namelijk 2 Korinthe 13:13: „De genade van de Here Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.”

Deze tekst gaat duidelijk niet over de drie-eenheid. Toch heeft de gereformeerde theologie deze tekst vanouds gebruikt als Schriftbewijs voor het God-zijn van Jezus Christus en de Heilige Geest. De gedachte daarachter is: Paulus kan alleen maar zo over deze drie Personen schrijven, als zij aan elkaar gelijk zijn: alle drie even goddelijk. Het gaat niet over de drie-eenheid en toch is de tekst daarvoor van belang.

Op dezelfde manier mag je ook die twee andere teksten benaderen. In 1 Korinthe 11 gaat het niet over kinderen aan het avondmaal en in Galaten 3:28 gaat het niet over de ambten. Toch kan het zijn dat wat Paulus in 1 Korinthe 11 over de betekenis van het avondmaal zegt, moet meewegen in onze gedachten over kindercommunie. Evenzo kan wat hij in Galaten 3 schrijft over de eenheid van mannen en vrouwen in Christus van betekenis zijn voor de rolverdeling van mannen en vrouwen in de gemeente.

Wel moet je, als je ervan overtuigd bent dat dit het geval is, de nodige voorzichtigheid in acht nemen. Je moet niet afgaan op één tekst, maar die zorgvuldig met andere vergelijken, om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van wat God in de Bijbel leert over de vragen die ons bezig houden. En je moet altijd het onderscheid in het oog houden tussen onze eigen conclusies uit de tekst en wat de tekst zelf zegt.

Vaak gaan Bijbelteksten over andere kwesties dan de vragen waarover wij discussiëren. Het is goed daar de vinger bij te leggen, maar het is niet het einde van het verhaal. Een Bijbeltekst kan wel degelijk iets „te zeggen hebben” over andere zaken dan de zaken die daarin rechtstreeks aan de orde zijn.

De auteur is hoogleraar Oude Testament aan de Theologische Universiteit Kampen en de Faculté Jean Calvin in Aix-en-Provence. Hij schrijft dit artikel als lid van de gezamenlijke onderzoeksgroep BEST (Biblical Exegesis and Systematic Theology) van de Theologische Universiteiten in Apeldoorn en Kampen.