Samenwerking christenen en Joden belangrijk

„Mede gezien de toenemende agressie richting Joden is het nodig dat christenen voor hen opkomen.” Foto: het Israëlische restaurant HaCarmel aan de Amstelveenseweg in Amsterdam werd in korte tijd drie keer belaagd. beeld ANP, Evert Elzinga

Orthodoxe christenen en Joden weten elkaar steeds meer te vinden. De afgelopen tientallen jaren is de relatie duidelijk verbeterd. Op allerlei bijeenkomsten van kerken en organisaties uit de gereformeerde gezindte worden orthodoxe rabbijnen als spreker gevraagd. En in bijvoorbeeld de politiek neemt de SGP het bij kwesties als ritueel slachten en jongensbesnijdenis nadrukkelijk voor de Joodse standpunten op.

De toenemende contacten zijn opvallend. Zeker tot in de jaren zestig van de vorige eeuw waren die er weinig. Belangrijke reden was onder meer dat beide groepen elkaar weinig zagen. Dan geldt een beetje: onbekend maakt onbemind. Dat is nog versterkt door de (voor)oordelen over Joden die al eeuwenlang bestaan.

De belangrijkste oorzaak van de afstand tussen christenen en Joden betreft echter de theologische verschillen. Met name het punt dat in het Joodse geloof Christus niet als de Messias wordt erkend, levert een essentiële tegenstelling op.

Na de Tweede Wereldoorlog is de kloof kleiner geworden. Er kwam meer begrip voor de Joden door vooral de Holocaust. Maar ook het ontstaan van de staat Israël zorgde voor een positievere houding. In die zin volgde de gereformeerde gezindte de ontwikkelingen in Nederland, al kwam in het geheel van ons land de kentering duidelijk eerder. Dat was ook in evangelische kringen het geval.

In orthodox-christelijke kerken is de positievere benadering van Joden een ontwikkeling die eind jaren zestig langzaam op gang kwam. Het duurde toen nog wel jaren voordat de houding echt was veranderd. Dit betekende niet dat de theologische verschillen werden opgelost. Die bestaan nog steeds, maar op een aantal onderdelen zijn er toch verschuivingen.

Een duidelijk voorbeeld betreft de vervangingstheologie. Uitgangspunt daarbij is dat de beloften in de Bijbel na de komst van Christus niet meer voor het Joodse volk golden. Die benadering wordt inmiddels door velen in orthodox-christelijke kring niet meer gedeeld.

Hetzelfde geldt voor de uitleg van Mattheüs 27:25 over de kruisiging van de Heere Jezus. Daar staat: „En al het volk antwoordende zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” In die zin werden de moeilijke levensomstandigheden van de Joden in de achterliggende eeuwen en ook de Holocaust door vele christenen gezien als een straf voor de dood van Christus. Inmiddels wordt terecht benadrukt dat het bij deze tekst niet gaat om wraak, maar dat het bloed van Hem juist de verzoening benadrukt.

Een belangrijke oorzaak van de toenadering betreft de gewijzigde maatschappelijke positie. Zowel orthodoxe christenen als Joden vormen in ons land een minderheid. Dat wordt nog versterkt door de toenemende secularisatie en de polarisatie rond thema’s die te maken hebben met het geloof. Hierdoor neemt het begrip voor principiële standpunten rond onder meer de geboorte, het levenseinde, de positie van het gezin en het onderwijs af. Het is daarom goed dat beide groepen samenwerken, want daardoor kan krachtiger stelling worden genomen tegen ontwikkelingen die strijdig zijn met de beginselen van Gods Woord.

Bovendien is het gezien de toenemende agressie richting Joden ook nodig om voor hen op te komen. Het gaat daarbij niet alleen om kwesties als de recente vernieling van een Joods restaurant in Amsterdam, maar ook breder dat er in de samenleving een kritischer houding richting Israël en daarmee richting Joden is ontstaan.

Samenwerking is goed. Daarbij mogen de principiële verschillen echter niet uit het oog worden verloren. Op een bijeenkomst van een organisatie uit de gereformeerde gezindte over Israël waarbij ook Joden aanwezig waren, werden de namen Jezus en Christus vermeden. Ook in het gebed voor de maaltijd dat iemand van de organisatie uitsprak, gebeurde dit. Dat is reden tot zorg. Meeleven en elkaar helpen zijn van groot belang, maar laten we zeker in het gebed Jezus niet vergeten. Hij is de Bron van zaligheid voor eenieder.

De auteur is adjunct-hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad.