Predikant, lever psalmbriefje op tijd in

Onbekende psalmen
Foto RD

Willen predikanten het zingen van onbekende psalmen echt bevorderen, dat moeten ze het psalmbriefje een week van tevoren klaar hebben, is de stelling van ds. D. Quant. Ook het zingen uit meerdere berijmingen is een goed middel om deze psalmen meer bekendheid te geven.

Er is enige moed voor nodig om nog iets toe te voegen aan het vele dat de laatste maanden is geschreven over onbekende psalmen. Toch waag ik het erop, als een van de predikanten die deze psalmen niet schuwen. Alleen Psalm 129 is tot nu toe door mij niet op de lippen van de gemeente gelegd.

Ik heb in dit verband twee stellingen. De eerste: wil men de gemeente echt in het zingen van onbekende psalmen voorgaan, laten de predikanten zich dan beijveren (uitzonderingen daargelaten) om het psalmbriefje een week van tevoren door te geven. Dan komen koster en organist niet voor verrassingen te staan.

Het gebeurt nog steeds dat predikanten op zaterdag(middag?) de psalmbriefjes gereedmaken en doorsturen. De koster krijgt de psalmen dan nog wel op het bord. Maar de organist wordt gedwongen om binnen achttien uur (inclusief de nacht) de liederen, compleet met voor- en naspel, in te studeren. Moet hij of zij in staat worden geacht om zó een onbekende psalm met verve in te leiden en te begeleiden?

Inderdaad, dat betekent dat de verkondiging voor de zondag eerder –zeker in geest en hoofdzaak– gereed zal moeten zijn. Er zijn predikanten die naar eigen zeggen slechts onder tijdsdruk een preek gereed kunnen maken. Laat voor die tijdsdruk dan maar deze deadline voor de organisten gelden. Zij zullen er dankbaar voor zijn, en zij niet alleen, denk ik zo. Bovendien kunnen predikanten onverwachte dingen die zich in hun weekprogramma voor kunnen doen op deze manier gemakkelijker in hun agenda opvangen, en dat is zuivere winst. Het –naar eigen ervaring– zeer geringe risico dat een keus voor tekst en preek door onverwachte omstandigheden geen doorgang kan vinden, weegt in geen enkele mate op tegen de zegen die het meebrengt. En dán zal de gemeente, gestimuleerd door een duidelijk leidinggevende en dienende organist, ook vorderingen kunnen maken met het zingen van de onbekende psalmen.

Mijn tweede stelling is dat het een goede zaak is wanneer een gemeente meerdere berijmingen ter beschikking heeft voor het doorzingen van het psalmboek. Het is opvallend, al rond het initiatief van ds. Meeuse en nu weer in de huidige discussie, dat op een enkele uitzondering na niemand attendeert op de berijming uit 1968. Deze lijkt taboe.

Twee eeuwen na de berijming van 1773 verscheen er immers opnieuw een berijming. Zij wordt vaak de ”nieuwe berijming” genoemd (behalve daar waar Datheen nog gezongen wordt), maar is inmiddels toch al weer twee generaties oud.

En belangrijker: inmiddels komen we er in de reformatorische gezindte openlijk voor uit dat aan de berijming van 1773 geestelijke nadelen kleven – geen wonder, gezien de toestand van de kerk toen. Wel, die van 1968 is zeker niet slechter, zo leert men al vergelijkende en zingende. De uitgave ”Psalmen in tweevoud”, waarin beide berijmingen staan, kan hierin heel goede diensten bewezen.

Wijd veld

Het is mijn ervaring dat men voor het zingen van de onbekende psalmen vaker terecht kan bij 1968 dan bij 1773. En dat heeft veel te maken met het verschil in taalkleed – en hier en daar ook (Psalm 48, 149) met de harmonie tussen tekst en melodie.

En zo opent zich een wijd veld. Zo is Psalm 114 te zingen bij een preek over Jozua 4. Psalm 55 sluit naadloos aan bij het verraad van Judas (vaak bepreekt!). En Psalm 41 past heel goed bij de lijdenstijd en zou op Goede Vrijdag gezongen kunnen worden.

Op zondag 15 april –een dag na het symposium over onbekende psalmen in Amersfoort– zongen we als gemeente Psalm 88 bij een preek over de vraag naar de opstanding vanuit Markus 12:18-27. En dan meteen na de Schriftlezing. Dan hangen de geestelijke vragen alvast in de lucht en kunnen ze in de preek worden opgevangen en geestelijk beantwoord.

En zou er één predikant zijn die in deze tijd geen aandacht geeft aan de secularisatie van de samenleving? Wel, Psalm 11! En Psalm 13 in zijn geheel rond een avondmaals­cyclus.

Wie zo als voorganger enige discipline betracht, meer tijd voor de liturgie neemt en bidt om de leiding van de Heilige Geest bij het zoeken in het psalmboek, zal zeker gezegend worden. En de gemeente met hem.

De auteur is predikant van de christelijke gereformeerde kerk in Huizen.