Passend onderwijs is Bijbels genormeerd

Goede persoonlijke doelstellingen sturen leerlingen allerminst in een individualistische richting. beeld iStock

Persoonlijk onderwijs is een Bijbelse opdracht. Het is jammer dat veel christelijke scholen dat niet onderkennen, terwijl een geseculariseerd land als Zweden daarmee vooroploopt.

De argumenten die Steef Post in zijn reactie op een interview met Adri Verweij in DRS-magazine aanvoert, verbazen ons (RD 24-11). Volgens hem moeten we het Zweedse onderwijssysteem niet als voorbeeld nemen voor ons onderwijs. De Zweedse maatschappij is immers sterk geseculariseerd en dus toont Zweden zijns inziens hoe we het onderwijs niet moeten aanpakken.

Rehobothschool-6-Accent-A_webZie kind in onderwijs niet als individu, maar als verbondskind

Maar is de inhoud van het Zweedse onderwijs, die wellicht afgewezen moet worden, reden om ook een schoolsysteem af te wijzen dat goed blijkt te werken? Voor de tabernakel werd goud uit het heidense Egypte gebruikt. Kunnen ook onderwijsconcepten niet omgesmolten en goed gebruikt worden?

Gezamenlijk project

Post verbindt de individuele benadering van het Zweedse onderwijs aan het maatschappelijk doorgeschoten individualisme. Het individueel of persoonlijk onderwijs waarover Verweij sprak, wordt door Post vertaald naar individualisme.

Maar net zomin als ieder sociaal mens een socialist is, is elk individueel onderwijs individualistisch. Het coachen van een individu, toegesneden op zijn persoon, is toch ook niet per definitie individualistisch? Elke docent moet werken aan een Persoonlijk Ontwikkelings Plan. Is dat voor leerlingen dan niet toegestaan?

Een voorbeeld uit de praktijk kan duidelijk maken dat een individuele aanpak niet hoeft te leiden tot individualisme. Leerlingen die aan persoonlijke ontwikkeling werkten, gaven aan het eind van een gezamenlijk project aan dat ze gewerkt hadden aan persoonlijke doelstellingen als: „Ik werk met anderen samen. Ik geef mijn eigen idee op als iemand anders een beter idee heeft. Ik help andere kinderen. Ik vind het niet erg om door andere kinderen geholpen te worden.”

Deze persoonlijke doelstellingen sturen leerlingen allerminst in een individualistische richting, integendeel. Bovendien gaan docent en leerlingen met elkaar in gesprek over wat en hoe ze geleerd hebben.

Leerling centraal

In de beschrijving van Post wordt het door Verweij genoemde verschil tussen ”leerstofgericht” en ”leerlinggericht” veranderd in een tegenstelling tussen ”de leerling centraal” of ”God centraal”. Maar dat is niet het punt waar het om gaat.

Zoals in een fabriek het product centraal staat, en in een ziekenhuis de patiënt, zo moet op school het kind centraal staan, en niet de leerstof of de docent. Dat is waar het wel om gaat.

Dat Gods Woord de basis van ons handelen moet zijn, en Zijn eer ons hoogste doel, is van een andere orde. En als we het erover eens zijn dat daaruit volgt dat we ons werk zo goed mogelijk moeten doen, dan volgt daaruit ook dat een school de taak heeft zo goed mogelijk voor de aan haar toevertrouwde kinderen te zorgen. Met andere woorden: dat de school binnen Bijbelse kaders het kind centraal moet stellen.

Scheppingsgave

Een laatste punt is de weerstand tegen autonomie. Dit woord wordt vaak ingevuld en afgekeurd in de zin van de Franse revolutie: ”Geen God en geen meester!” En in die zin is autonomie inderdaad verwerpelijk.

Tegelijk is het zo dat een zekere autonomie een basisbehoefte is van ieder mens, en bovendien een scheppingsgave. God schreef Adam niet voor hoe hij de dieren moest noemen. Hij bracht hen naar Adam, en zoals Adam ze zou noemen, zo zou hun naam zijn.

Adam had geen grenzeloze autonomie, maar een autonomie binnen Gods kaders. Zo kunnen Nederlanders binnen de kaders van de Nederlandse wet autonoom hun beroep kiezen. Leerlingen zouden binnen de kaders van de school en de doelstellingen van het onderwijs zelfstandig keuzes kunnen maken. In plaats van ”autonomie” kunnen we dat ook ”zelfstandigheid” noemen, of ”vrijheid”, of ”soevereiniteit in eigen kring”.

Voorgeschreven

Een doel van opvoeding en onderwijs is dat kinderen gevormd worden tot wezens die verantwoordelijkheid kunnen dragen. Maar dan moeten ze tijdens het opgroeien leren omgaan met verantwoordelijkheid. Zonder een zekere mate van autonomie of vrijheid is dat onmogelijk. Daarom is het niet gek dat een leerling bijvoorbeeld zijn werk moet uitvoeren volgens een zelfgemaakte planning.

De ene leerling zal daar sneller aan toe zijn dan de andere. Daarom is het goed om per leerling te kijken wat hij aankan aan niveau en zelfstandigheid. Dat is zelfs een Bijbelse opdracht. De wijze Salomo zegt in Spreuken 22:6: „Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg.” Dat is persoonlijk.

Het leerstofjaarklassensysteem geeft een kind les naar de eis van ”de grootste gemene deler van zijn leeftijdgenoten”, ook al loopt het kind daarop voor of daarbij achter vergeleken met anderen. Dat is niet wat Salomo bedoelt. Passend en persoonlijk onderwijs is dus Bijbels genormeerd en zelfs voorgeschreven. Het is jammer dat veel christelijke scholen dat niet onderkennen, terwijl een geseculariseerd land als Zweden ermee vooroploopt.

De auteurs zijn respectievelijk leerkracht plusklas basisonderwijs en theoloog.