Neem wetenschappelijke consensus in klimaatdiscussie serieus

de voorzitter van het IPCC Hoesung Lee (l) presenteert in september 2019 een rapport over de opwarming van oceanen.  beeld AFP, Yann Coatsaliou

Een grondige bespreking van klimaatvraagstukken is voor de gemiddelde krantenlezer te technisch. In het maatschappelijk debat is daarom het volgen van de wetenschappelijke consensus de beste weg.

Het klimaatprobleem is overschat en onbegrepen, betogen Paul de Korte en Jacob van der Tang (RD 24-6). Zij nemen afstand van de gangbare opvatting onder klimaatwetenschappers over de aard van de huidige klimaatverandering.

De Korte en Van der Tang stellen drie keer twee onderzoeken tegenover elkaar. Aan de ene kant zijn dat onderzoeken van grote teams van klimaatwetenschappers, zoals het PAGES2K-consortium, of de onderzoeken waar het International Panel on Climate Change (IPCC) zich op baseert. Aan de andere kant zijn het onderzoeken van enkele wetenschappers die net als De Korte en Van der Tang van mening zijn dat het klimaatprobleem niet zo groot is als wordt gedacht. De beide auteurs kiezen er steeds voor om het eerste soort onderzoeken niet te accepteren, maar het tweede soort onderzoeken wel. De vraag is echter of de keuze gemaakt kan worden op de manier zoals zij dit doen. Om te bepalen welk onderzoek het beste is, zouden zij uitgebreid in moeten gaan op de datasets, statistische methodes en interpretaties van de onderzoeken, om nog maar te zwijgen van alle andere wetenschappelijke publicaties die over hetzelfde onderwerp verschenen zijn. Een dergelijke technische bespreking zal de gemiddelde krantenlezer ver te boven gaan en ook de auteurs lijken de hiervoor benodigde expertise te missen.

2020-06-24-OPN1-Klimaatverandering-6-FC_webKlimaatprobleem overschat en onbegrepen

Klimaatconsensus

Wetenschappelijke onderzoeken zijn van groot belang voor politieke beslissingen, dat is tijdens de coronacrisis wel gebleken. Hoe kunnen leken, zoals de meeste politici, dan bepalen wie er binnen de wetenschap gelijk heeft? Het beste is om te kiezen voor de theorie die door een meerderheid van de deskundigen onderschreven wordt. Immers, hoe langer je het onderwerp bestudeert, hoe groter de kans wordt dat je de beschikbare gegevens goed kunt interpreteren. Als de meeste wetenschappers tot dezelfde conclusie komen, is dat waarschijnlijk de beste interpretatie. Zeker als de consensus over die conclusie in de afgelopen decennia steeds groter is geworden en vanuit verschillende vakgebieden wordt ondersteund.

Dit betekent niet dat de meerderheid van de wetenschappers altijd gelijk heeft. De geschiedenis wijst uit dat dit niet zo is. Desondanks zijn de huidige wetenschappelijke theorieën wel het beste wat we nu hebben om de natuur mee te begrijpen. Het feit dat dit over een aantal decennia misschien anders is, betekent niet dat we moeten kiezen voor een hypothese die in het licht van de huidige gegevens minder waarschijnlijk is. We kunnen tenslotte niet in de toekomst kijken.

Sinds 2004 hebben verschillende onderzoeken en peilingen aangetoond dat het aandeel klimaatwetenschappers dat accepteert dat de uitstoot van broeikasgassen door de mens heeft geleid tot een uitzonderlijke opwarming van de aarde ver boven de 90 procent ligt. Dit wordt bevestigd door een groot aantal gezaghebbende wetenschappelijke organisaties en blijkt ook uit de rapporten die worden opgesteld door het IPCC. Uit deze rapporten blijkt ook dat klimaatverandering negatieve gevolgen kent, zoals zeespiegelstijging en toenemende droogte.

Galileo

Een andere veelgehoorde motivatie om de consensus te verwerpen, is het feit dat in de geschiedenis de consensus vaak door een of enkele personen omver werd geworpen. De strijd van Galileo Galilei voor de acceptatie van het heliocentrische systeem wordt daarbij vaak als voorbeeld genoemd. Toch moeten er bij dit soort voorbeelden twee dingen in gedachten gehouden worden.

Allereerst wordt het aantal eenlingen dat de consensus omver weet te werpen ver overtroffen door het aantal minderheidsposities die het nooit gehaald hebben als breed geaccepteerde wetenschappelijke theorie. Dat geldt al helemaal voor leken die het oneens zijn met de wetenschappelijke consensus. Zelfs de grootste genieën uit de geschiedenis – zoals Einstein, Wittgenstein en natuurlijk Galilei – volgden relevante opleidingen voordat zij hun baanbrekende theorieën ontwikkelden.

Ten tweede hebben revolutionaire wetenschappers hun inzichten altijd gebruikt om collega-wetenschappers te overtuigen. Einstein stuurde zijn artikelen naar de Annalen der Physik (een wetenschappelijk tijdschrift) en niet naar de opinieredactie van een krant. Zijn doel was het overtuigen van andere wetenschappers, niet zijn theorie een zo breed mogelijk publiek te geven. Dit is voor sceptici van de huidige consensus dan ook de beste manier om ervoor te zorgen dat hun ideeën geaccepteerd worden.

Luisterend oor

In het publieke debat is het goed om vast te houden aan de wetenschappelijke consensus. Er is voor iemand die niet in staat is om de berekeningen en analyses van deskundigen te controleren geen betere manier om te bepalen wat de beste interpretatie van de gegevens is. Het is aan wetenschappers om hun conclusies helder te communiceren, inclusief onzekerheden en meningsverschillen. Daarbij moet een luisterend oor geboden worden aan de twijfels die in de maatschappij leven. Ook moeten wetenschappelijke resultaten goed gescheiden blijven van eventuele politieke implicaties. Op die manier is het mogelijk om een goed geïnformeerd maatschappelijk debat over klimaatverandering te houden.

De auteur studeert aardwetenschappen en filosofie en is commissielid Duurzame Ontwikkeling voor SGP-jongeren.