Nederland gebaat met meer democratie

Rutte. beeld ANP, Bart Maat

De Staatscommissie Parlementair Stelsel wil democratie, parlement en rechtsstaat verbeteren. De afkeer tegen méér democratie in de reactie van Jan Schinkelshoek op het rapport van de staatscommissie is echter niet terecht.

Schinkelshoek schrijft in zijn essay (RD 22-12) dat democratie in Nederland niet gebaat is bij méér democratie. Hij wijst daarom voorstellen om méér democratie te introduceren af. Daarmee wordt echter het kind met het badwater weggeworpen.

2018-12-22-OPN1-Tweede_Kamer_debat-6-FC_webMeer democratie levert geen betere democratie op

Een gemakkelijk tegenvoorbeeld, dat weliswaar buiten de opdracht van de staatscommissie valt, is de burgemeestersbenoeming. In de huidige situatie is er de zogenoemde kroonbenoeming, waarbij de regering de beslissing over de kandidaten neemt. Deze methode kan echter onder andere de indruk van vriendjespolitiek wekken, en er wordt daarom gepraat over een (direct of door de gemeenteraad) gekozen burgemeester. Deze vorm van méér democratie wordt inmiddels ook door het CDA, de partij waar Schinkelshoek lid van is, gesteund.

De staatscommissie stelt de invoering van een bindend correctief referendum voor. In Zwitserland, een land dat wordt gezien als een van de best werkende democratieën ter wereld, hebben de burgers vele mogelijkheden om een referendum te organiseren. Er zijn echter per Zwitsers kanton (‘provincie’) verschillen in, bijvoorbeeld het aantal onderwerpen waarover een referendum georganiseerd kan worden. In de kantons waarin het aantal onderwerpen het grootst is, is de tevredenheid van de burger met het bestuur het grootst. Nu zou men daartegen kunnen inbrengen dat wat in Zwitserland werkt niet per se ook in Nederland hoeft te functioneren. Uit onderzoek van bijvoorbeeld het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt echter dat ook een meerderheid van de Nederlandse burgers deze mogelijkheid wenst.

Kabinetsformateur

Een gekozen kabinetsformateur (en niet een gekozen minister-president, zoals Schinkelshoek suggereert) is een andere vorm van méér democratie die burgers meer invloed kan geven op de vorming van een regering. De geringe samenhang tussen verkiezingsuitslag en regeringsvorming is een van de redenen van onvrede onder de burgers met het huidige politieke systeem, zoals de staatscommissie in haar rapporten ook constateert. De gekozen formateur, die een beperkte tijd heeft om (gebaseerd op de nieuwe politieke machtsverhoudingen na de verkiezingen) met voorstellen voor een nieuwe coalitieregering te komen, voordat de Tweede Kamer beslist hoe het verder gaat, is bovendien in lijn met een recente wijziging in het staatsbestel: Tot voor kort werden de (in)formateurs namelijk door de koning(in) benoemd, pas sinds een aantal jaren door de Tweede Kamer. Dit heeft de indirecte invloed, via de verkiezingsuitslag, van de burger op de kabinetsformatie vergroot. En het geven van directe invloed, via een gekozen (in)formateur, is dus een logische stap in dezelfde richting.

Te gemakkelijk

Schinkelshoek sluit zijn artikel af met de hedendaagse oneliner ”Schiet niet op de pianist, hij doet zijn best.” Het is mij niet helemaal duidelijk of de pianist in deze beeldspraak het Nederlandse politieke systeem is of de voorzitter van de staatscommissie, Johan Remkes. Maar het afschieten van alle voorstellen voor méér democratie is te gemakkelijk.

De auteur is universitair docent economie aan de Karlstad Business School en een van de externe deskundigen die door de Staatscommissie Parlementair Stelsel geraadpleegd zijn.